Joods en een bos krullen: de ‘jewfro’

Krullen Jarenlang was ze bang voor regen en lekkende dakgoten, schrijft Veerle Beirnaert – dan zou haar haar gaan kroezen. Door haar familiegeschiedenis leerde ze van haar jewfro te houden.

Foto Getty Images

Klotehaar, vond ik het als kind en tiener. Ik had weerbarstige krullen, zo stijf gekroesd dat het leek alsof ik met een veel te lichte huidskleur was geboren. Van nature is mijn huid licht gebronsd, als kleuter had ik het over beige.

Hoewel ik dus alleen maar ‘een beetje beige’ was, kreeg ik op de speelplaats best vaak het ‘N-woord’ naar mijn hoofd geslingerd. Dat moest wel door die klotekrullen komen. De juffen vroegen of ze er ook eens aan mochten voelen, alsof zoiets een normale vraag is. Alsof het oké is om in iemands haren te mogen graaien.

En zo besefte ik al op jonge leeftijd dat haar veel meer is dan haar. In sommige culturen is haar zo belangrijk dat mensen het nooit mogen knippen of er verplicht geheimzinnig over doen (en het dus wegstoppen). Ons haar heeft impact op onze identiteit, al wist ik niet meteen om welke identiteit het ging in mijn geval.

Het was pas toen ik eind twintig was, en sociale media opkwamen, dat ik voor het eerst iets las over ‘jewfro’s’. Toen snapte ik ineens mijn eigen roots. Want ik was dus al een heel leven lang gezegend met een jewfro, geërfd van mijn joodse grootvader, Pop Feldman.

Daarna begon ik langzaam maar zeker van mijn haar te houden, vooral omdat er een mooi stukje familiegeschiedenis aan vastkleeft. Dat is de geschiedenis van mijn grootouders, die eind jaren dertig van de vorige eeuw neerstreken in de New Yorkse Bronx, als tweede generatie van Joods-Oekraïense migranten. Hun ouders waren rond 1900 door de Russische pogroms verdreven uit Oekraïne. En dat was een geluk bij een ongeluk, want zo zouden ze ook aan beide wereldoorlogen ontsnappen.

Toch vond mijn grootmoeder het veiliger om haar joodse voornaam te veranderen: Sarah heette ze, naar een Hebreeuwse prinses. Het was in 1906 dat mijn overgrootouders deze naam met veel liefde hadden bedacht voor hun eerste kind, geboren in de Nieuwe Wereld. Een identiteit die 34 jaar later werd ingeruild voor iets Amerikaans: Sarah werd Shirley. „I changed it, because I preferred Shirley”, vertrouwde ze me toe toen ze bijna honderd werd.

Bob Dylan, 1966
Foto Express Newspapers/Getty Images
Diana Ross, 1975
Foto Harry Langdon/Getty Images
Foto’s Getty Images

En mijn grootvader? Die bleef gewoon zichzelf: Pop Feldman. Hij werd de echtgenoot van Shirley, een inmiddels zeer geëmancipeerde boekhoudster uit The City. Ik vind het jammer dat ik mijn grandpa Pop nooit heb gekend, want mijn kroezige haren en gebronsde huidskleur heb ik van hem.

Volgens mijn twee tantes vond hij het zelf best lastig om z’n rebelse krullen te bedwingen. Vandaar dat hij naar een zwarte kapper ging (net als ik). Tenminste, zolang hij haar had. Dat was ongeveer tot zijn 29ste.

In de Bronx van de jaren veertig had je op elke straathoek een kapsalon gespecialiseerd in ‘black hair’. De hele buurt evolueerde van joods naar black-American en zo groeiden beide minderheden naar elkaar toe. Deze solidariteit deed zich voor in heel Amerika, overal waren warme ontmoetingen tussen de twee gemeenschappen: op filmsets, in jazzstudio’s en op alle mogelijke plaatsen waar aan cultuur werd gedaan. In de beginjaren waren er nog verschillen in de functies die ze uitoefenden. Zo had je voornamelijk zwarte muzikanten en joodse singer-songwriters, die ook het management in handen namen. Maar hun geschiedenissen raakten verweven.

Door naar een zwarte kapper te gaan, droeg mijn grootvader bij aan de samensmelting van twee culturen. Dat gebeurde allemaal spontaan en zonder modieuze ambities. En zonder te beseffen dat zijn kleindochter, een fashionista, dat ooit heel cool zou vinden.

Of hij daarmee een trendsetter was? Dat weet ik eigenlijk niet. In hun appartementengebouw waren er misschien wel meer joden die naar zwarte kappers gingen. Maar de echte mix van zwarte en joodse kapsels kwam pas in de jaren zestig, gestuwd door de black-empowerment-beweging en de popmuziek.

Lees ook: Een afro en een lichte tint: je bent geknipt voor de reclame!

Op de barricades

De sixties waren bepalend voor de ontwikkeling van de zwarte (tegen)cultuur in Amerika. Zwarte activisten kwamen op voor gelijke rechten. Op zwart-witfoto’s is te zien dat ze in zeer elegante outfits op de barricades stonden. Catwalkproof, als het ware, en met natuurlijk krullend haar. De chemische troep waarmee ze in de jaren vijftig hun haar ontkrulden, werd genadeloos gedumpt.

Op deze legendarische barricades kreeg de zwarte identiteit een stevige boost. Black is beautiful. En meer nog: black hair is beautiful. Ze brachten hun bolle kapsels in model met een afro pick, een vorkvormige kam. Zo was er ineens ook sprake van een ‘afrokapsel’: Diana Ross werd al snel een van de grote uithangborden.

De afrolooks pasten perfect bij de popcultuur uit die tijd. Ook witte muzikanten hadden toen wilde kapsels. Denk maar aan The Beatles, al hadden zij sluike haren die naar onder groeiden, niet naar boven. Daarnaast waren er artiesten met joodse roots, zoals Barbra Streisand, Art Garfunkel en Bob Dylan, die zich doorgaans erg betrokken voelden bij de zwarte zaak. En die sympathie lieten ze zien in hun kapsel door iets afro-achtigs met hun haar te doen. Eigenlijk was het vrij makkelijk om er een afro-schwung aan te geven, de wilde krullen hadden ze al van nature. Hun kapsels werden al snel gekopieerd door andere Amerikanen met joodse roots en een atheïstische achtergrond. Zo ontstond de jewfro.

Met mijn liefde voor de jewfro vind ik het fijn dat weerbarstige kapsels weer in opmars zijn. Onze wilde haren hebben nu ineens de tijdgeest mee, alsof we in de roaring twenties van een nieuwe eeuw zijn beland. Want we komen uit een fase met weinig bijval voor wilde krullen. Van pakweg 1990 tot 2017 zag je nauwelijks krullen. Ik heb er modebladen en oude Instagram-accounts op nageplozen. In mijn eigen omgeving viel het op dat jongens met roots rond de Middellandse Zee hun haar extreem kort droegen, met opgeschoren zijkanten, zodat je geen krul kon zien. Ikzelf maakte mijn haar glad met een stijltang. Bovendien was ik al die jaren doodsbang voor mist, regen, zwembaden en lekkende dakgoten. Want van al die nattigheid zou mijn haar gaan kroezen.

Lenny Kravitz, 2017
Foto Geoffroy Van der Hasselt/NurPhoto
Barbra Streisand, 1976
Foto Getty Images
Foto’s Getty Images

Ongetemde krullen

Maar de laatste jaren zien we een explosie van ongetemde krullen. Er zijn voorbeelden bij de vleet, zoals de Belgische regisseur Adil El Arbi. Tegenwoordig kiest hij voor een oversized kapsel, terwijl we hem in 2015 met een veel strakkere snit leerden kennen.

Verder wil ik graag een ereplaats toekennen aan een zelfbewuste dame: Katja Schuurman. Zij kiest resoluut voor natuurlijke krullen, die ze altijd lekker los draagt. Dat deed ze als tiener, twintiger, dertiger en nu ook als eeuwig jonge veertiger.

En dan komt mijn persoonlijke favoriet: Lenny Kravitz. Hij heeft een joodse vader en een Caraïbische moeder. Nu goed, volgens de joodse wet wordt de joodse identiteit doorgegeven via de moeder. Toch vind ik Lenny’s vader, Sy Kravitz, bijzonder interessant. Hij was journalist en had Oekraïense roots. Net als ik.

En Lenny’s jewfro? Die ‘draait’ hij vaak tot dreadlocks. Vaak, maar niet altijd.

Door de natuur zijn werk te laten doen, krijg je een authentieke look. En inderdaad, er bestaat zoiets als mode, ook in de kapsel- en beautywereld. Maar mijn oma Shirley gaf me de wijze raad om de mode alleen te volgen als je er zelf mooier door kunt worden.

Haar advies blijft me raken. Vooral omdat ik besef dat het van een zelfbewuste dame komt. In de jaren veertig was oma Shirley een van de meest vrijgevochten joodse vrouwen in de buurt waar ze woonde (aan de oostelijke kant van The Bronx Zoo). Ze maakte haar ambities waar in Manhattan – en bleef tot haar 89ste een zeer gewaardeerde boekhoudster. Oma Shirley werd 104 jaar oud, op een foto van haar 100ste verjaardag zie je een trotse vrouw met een dikke bos haar.