Opinie

Het geheim

Ellen Deckwitz

Toen ik vanochtend mijn telefoon aanzette, bleek ik acht gemiste oproepen te hebben van oudoom Karel (109). Meteen belde ik terug. „Alles goed?”, vroeg ik ongerust. „Ja hoor”, zei hij, „maar ik droomde vannacht dat mijn voormalige gymleraar me het geheim van het ware geluk onthulde.”

„Oh wauw, vertel!”

„Dat is hem nou juist, ik ben het vergeten. Ik weet nog wel dat ik in mijn droom dacht van, natuurlijk, dat is het, dat ik daar niet zelf op gekomen ben. En nu kan ik het me niet meer herinneren.”

„Het is geabsorbeerd door je onderbewustzijn”, grinnikte ik.

„Ik haat het onderbewustzijn”, zei Karel. „Was de geest inderdaad maar een effen betonplak waarop alles wat je niet kan zien, ook gewoon niet bestaat. In plaats van die gigantische mestvaalt waarin stukjes jeugd, verlangen en trauma onophoudelijk gisten.”

„Misschien moet je die droom van vannacht even uitschrijven”, opperde ik, „op papier komen dingen die je vergeten bent soms weer bovendrijven.”

Karel vond dat een uitstekend plan en hing op. Ik rekte me uit en vroeg me af of geluk überhaupt bestaat. Voor mij is het hoogst haalbare een afwezigheid van gedoe. Ik heb al een topdag als ik geen rugpijn heb, er geen enge post op de mat valt en mijn familie niet boos op me is.

Vijf minuten later ging de telefoon weer. „Ik heb het!”, juichte Karel. „Het geheim van het geluk is dat je niet heel hoeft te zijn om toch een fijn bestaan te hebben. En dat je je dus ook niet onophoudelijk hoeft af te vragen hoe het met je gaat.” Dat moest ik even verwerken, want ik teister mezelf meerdere keren per dag met de vraag hoe het nu eigenlijk met me is, wat ik nu weer loop te onderdrukken, hoe ik mezelf van diverse angsten kan genezen en in welk opzicht ik mezelf nog moet ontwikkelen.

„Je moet gewoon vrede krijgen met het feit dat je nooit echt beter wordt”, zei Karel. „Na je veertigste val je toch niet meer fatsoenlijk uit te deuken. Het zou zoveel energie schelen om daar gewoon in te berusten.”

„Dus het geheim is zelfacceptatie?”

„Nee joh, het geheim is niet meer aan jezelf te gaan sleutelen. Iedereen is op zijn eigen manier onherstelbaar defect, laat jezelf gewoon eens met rust! Je kan je energie voor veel betere dingen gebruiken.”

„En nu”, zei hij trots, „ga ik de nagels van mijn kaketoe knippen en daarna nooit meer met mezelf bezig zijn. Wat een heerlijk vooruitzicht. Spreek je later!”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.