‘Gratis zelftests zouden helpen in coronabestrijding’

Gedrag Bij laagdrempelige beschikbaarheid van zelftests gaan mensen minder snel naar de GGD. Alsnog zouden dan meer besmettingen worden ontdekt, blijkt uit onderzoek van het RIVM.
Een stapel zelftests in een drogisterij.
Een stapel zelftests in een drogisterij. Foto Jeroen Jumelet / ANP

Als het demissionaire kabinet zelftests laagdrempelig beschikbaar zou stellen, bijvoorbeeld door ze gratis te maken, zouden er meer coronabesmettingen opgespoord worden. Mensen zullen dan minder snel voor een betrouwbaardere PCR-test naar de GGD gaan, maar alles bij elkaar zouden er alsnog zoveel meer tests worden afgenomen dat er meer besmettingen worden ontdekt. Dat blijkt uit onderzoek van de gedragsunit van het RIVM.

De gedragsunit raadde het kabinet eind november aan om zelftests gratis te maken en prominenter aan te bieden, bijvoorbeeld zichtbaar in winkels of apotheken. Op die manier zouden mensen gestimuleerd worden om vaker zelftests af te nemen. Ook het OMT suggereerde al om de zelftests gratis te maken. Tot nu toe zijn zelftests in principe alleen te kopen in onder meer drogisterijen. Op sommige plekken, zoals in het onderwijs, worden zelftests gratis ter beschikking gesteld. Vanaf 3 december verandert het testadvies: om de overbelaste teststraten van de GGD te ontlasten zou een zelftest ook ingezet kunnen worden bij klachten. Tot nu toe wordt geadviseerd om een zelftest niet te gebruiken bij klachten, maar alleen als je op bezoek gaat bij bijvoorbeeld ouderen en extra zekerheid wilt dat je niet besmettelijk bent.

Zelftests in huis

Uit het onderzoek van het RIVM blijkt echter dat een gewijzigd advies nauwelijks tot meer zelftesten leidt. In dat onderzoek werden 3.270 mensen scenario’s voorgelegd waarna zij moesten zeggen wat ze zouden doen: testen bij de GGD, een zelftest afnemen of helemaal niet testen. De respondenten werden verdeeld over verschillende groepen. De ene helft kreeg het huidige advies te horen (test bij klachten bij de GGD), de ander een nieuw advies (als testen bij klachten niet bij de GGD kan, doe dan een zelftest). Die groepen werden weer onderverdeeld in subgroepen, waarbij de ene groep een situatie werd voorgelegd waarbij er zelftests in huis zouden zijn - bijvoorbeeld omdat de overheid dat heeft geregeld - en de andere groep geen zelftest in huis had.

Het gewijzigde advies had nauwelijks effect, maar direct een zelftest voor handen hebben had dat wel. Mensen zouden zichzelf sneller testen: zo’n 70 procent zou zich testen bij klachten, tegenover zo’n 50 procent als ze geen thuistesten in huis hadden. De respondenten zouden logischerwijs minder snel naar de GGD gaan, terwijl die testen eigenlijk betrouwbaarder zijn en minder snel onterecht een negatief testresultaat geven. Als mensen een thuistest in huis hebben, daalt het aantal mensen dat naar de GGD gaat van ongeveer 33 naar 24 procent. Maar het aantal mensen dat een thuistest zouden stijgt zo hard (van 21 naar 42 procent) dat er ook met de minder betrouwbare test meer besmettingen gevonden zouden worden.