De zaagcactus heeft geen stekels, wel veel bijnamen

Plant NRC Magazine belicht elke maand een kamerplant. Deze maand de Disocactus anguliger, een cactus zonder stekels.

Foto Daan Brand

Zeg ‘cactus’ en je denkt: stekels. Lange, harde stekels, korte doorns of juist minuscule naaldjes, die je bijna niet ziet maar die toch in je vingers gaan zitten. Er zijn zelfs cactussen die hun stekels laten verdwijnen onder een laag lange witte haren, zoals bij de ‘oudemannencactus’ (Cephalocereus senilis). Maar niet élke cactus heeft stekels. De Disocactus anguliger, wat zoiets betekent als drager van hoeken, is een cactus, maar stekels heeft-ie niet.

In 1846 kreeg de Horticultural Society of London een exemplaar van de zaagcactus, een van zijn vele bijnamen, van de Duitse plantenverzamelaar Karl Theodor Hartweg, die hem had gevonden in Amerika. Vanuit Londen werden de planten verspreid over Europa. Dat ging probleemloos, want deze cactus laat zich heel gemakkelijk stekken – tegenwoordig worden op Marktplaats altijd wel stekjes aangeboden.

In Midden- en Zuid-Amerika leeft de kartelcactus, een andere bijnaam, als epifyt: een organisme dat groeit op een andere levende plant. Maar in tegenstelling tot een parasiet onttrekt een epifyt geen voedingsstoffen aan de plant waar hij op verblijft – hij haalt zijn nutriënten uit regen en achterblijvend natuurlijk materiaal dat composteert rond zijn wortels.

Ook zonder bloemen is deze hangende cactus met zijn platte golvende bladeren echt een feestje in een pot

Als huisplant heeft de visgraatcactus, weer een andere bijnaam, andere behoeften dan we gewend zijn van cactussen. Van droogte houdt hij niet, een beetje vochtige grond is beter, en in de volle zon is hij zeer ongelukkig. In de halfschaduw kan deze hangcactus, wiens bladeren omhoog groeien tot ze te zwaar worden, zelfs buiten in de Nederlandse tuin verblijven. In de zomer dan.

In de maanden oktober en november kan de Disocactus anguliger gaan bloeien. Maar het plezier van zijn naar vanille ruikende grote witte bloemen is van korte duur. De knoppen van deze nachtbloeier openen ’s avonds (vandaar de bijnamen ‘koningin van de nacht’ en maancactus), en binnen twaalf uur zijn de bloemen weer verwelkt. De bijnaam ‘ric-rac-orchidee-cactus’ doet vermoeden dat ze net zo betoverend zijn als die van een orchidee – maar de bloemen lijken eerder op witte waterlelies.

Ook zonder bloemen is deze hangende cactus met zijn platte golvende bladeren echt een feestje in een pot. Wat dat betreft zou nóg een bijnaam, zoals een vernoeming naar de feestelijke serpentine-confetti – die papieren slingers die zich overal overheen laten draperen – niet misplaatst zijn.