Reportage

De oude meester trok zijn koksbuis aan

De gedenkwaardige maaltijd Vijf schrijvers over de maaltijd die zij nooit meer zullen vergeten. Deze aflevering: Ronald Giphart.

Illustratie Lynne Brouwer, portret ANP

Dit stuk schrijf ik met enige terughoudendheid, want ik heb er een hekel aan als mensen opscheppen over hun successen of snoeven over de waanzinnig mooie momenten in hun leven (I’m looking at you, Instagram). Dat gezegd hebbend. Op zaterdagavond 24 maart 2007 zouden Martin Bril, Bart Chabot en ik de zogenaamde dernière spelen van onze eerste literaire theatershow en daar hadden we bijzonder naar uitgezien. Driekwart jaar lang hadden we voor niet altijd bijster goed gevulde zalen gestaan, maar onze slotshow zou de apotheose worden, de voorstelling aller voorstellingen.

Aanvankelijk stonden we geboekt in de Kleine Zaal van Muziekcentrum Vredenburg, voor een publiek van driehonderd vrouw (en een paar mannen), maar toen de CPNB onze voorstelling adopteerde als ‘het officiële slotfeest van de Boekenweek’ waren we gedwongen uit te wijken naar de Grote Zaal, met een capaciteit van zeventienhonderd bezoekers. Hoeveel? Zeventienhonderd.

Dat klonk intimiderend.

Om de zaal te vullen vroegen we publiekstrekkers als Remco Campert, Jan Mulder en Geert Mak ons te vergezellen op het podium, en dat werkte, want een week van te voren waren we stijf uitverkocht.

Dat klonk ook intimiderend.

Als speciale gast had Martin zijn vriend Jon Sistermans uitgenodigd, een oudere Utrechtse chef die hij regelmatig ’s ochtends ophaalde om met hem door het land te trekken voor zijn column in de Volkskrant. In zijn jonge jaren was Sistermans een van de hemelbestormers van de nouvelle cuisine geweest, in zijn hoogtijdagen had hij twee Michelinsterren en ook was hij een van de eerste Nederlandse televisiekoks (tot hij ruzie kreeg met Catherine Keyl over een komkommer, maar dat verhaal bewaren we voor een andere keer). De éminence grise, die zichzelf in dertig jaar nimmer een vrije zaterdagavond had toegestaan, maakte voor onze theatershow een uitzondering, een feit dat Martin op de avond zelf trots deelde met het publiek.

Toen de nazit van onze voorstelling tegen twaalf uur ’s nachts ten einde liep stelde Martin voor om in de buurt van Vredenburg ergens en petit comité nog een broodje shoarma te scoren, want hij werd geplaagd door een grote „honger van opluchting”. Sistermans, die al die tijd was blijven hangen, verslikte zich.

„Shoarma? Ben jij godverdomme gek geworden?”

De éminence grise, die zichzelf in dertig jaar nimmer een vrije zaterdagavond had toegestaan, maakte voor onze theatershow een uitzondering

Uitgelaten nodigde hij hierop onze hele productie (technici, runners, vrienden, aanhang en verdwaalde bezoekers) uit om in zijn restaurant Het Wilhelminapark een zogenoemd ‘souper en fin de soirée’ te gebruiken: een nachtelijke maaltijd.

„Iedereen is welkom!” riep hij, waarna hij prompt ging bellen met zijn souschef Rik dat de keuken moest openblijven.

Een stoet auto’s, taxi’s en fietsen maakte daarop de reis naar Utrecht-Oost. Uiteindelijk arriveerde er een coterie van meer dan veertig feestvierders, allen nog rozig van het slotapplaus. Sistermans’ obers openden flessen champagne en gezamenlijk hieven we de glazen op het verloop van de avond. Hierna trok de oude meester zijn koksbuis aan om persoonlijk achter zijn kachel een overweldigend driegangenmenu te improviseren: gerookte zalm, tonijn à la plancha met kreeftensaus, frambozenpudding met verveine-ijs toe.

Tussen de gangen werd er door velen gespeecht: Bart Chabot hield een briljante improvisatie, Martin Bril gaf een geestig betoog over het voorlezen voor zeventienhonderd mensen, mijn vriend Robert vertelde hoe hij die avond als runner achter de schermen stiekem vele sigaretjes had gerookt met Remco Campert, en Sistermans bracht een ode aan de eetcultuur van Parijs, met zijn rassemblements nocturnes. Tussen de oraties door speelde muzikant Michiel Flamman op zijn gitaar, proclameerde Ingmar Heytze zijn mooiste gedichten en was er een aangewaaide operazangeres die la troupe vermaakte met een betoverende aria.

Inmiddels, bijna vijftien jaar later, is onze dernière in Vredenburg weggezakt in het drijfzand van mijn innerlijke Instagram-feed, maar dat spontane souper van Sistermans zal ik nooit vergeten. Ik wil niet opscheppen of snoeven, maar het was het diner aller diners.

Ronald Giphart (55) is schrijver. Vorige maand verscheen bij De Bezige Bij de roman Nachtangst.