In flink opgeknapt ‘Andere Tijden’ keek Wim Deetman terug op z’n onderzoek naar misbruik in de kerk

ZAP Oud-minister Wim Deetman en de naar hem genoemde commissie legden een beerput bloot met hun onderzoek naar kindermisbruik in de katholieke kerk. In geschiedenisprogramma Andere tijden keek hij terug.

Wim Deetman praat in Andere tijden over misbruik in de katholieke kerk.
Wim Deetman praat in Andere tijden over misbruik in de katholieke kerk. Beeld NTR/VPRO

‘Ik moet altijd huilen als ik bij jou ben. Ik wil dit echt niet,” zei Eva Jinek in de kappersstoel van Özcan Akyol. Hij had haar aan het begin van De geknipte gast gevraagd om het motto van haar interviewboek voor te lezen. Het boek is aan haar zoon opgedragen. Jinek schoot vol, maar reproduceerde de tekst van Susan Sontag daarna zonder te haperen. In het interview dat volgde bleek dat Akyol en Jinek elkaar graag ter wille wilden zijn. De presentatrice vertelde royaal over onzekerheden en het moment in je leven waarop je die durft te tonen. Akyol stelde zich empathisch en losjes op, wat het gesprek ten goede kwam – overigens zonder dat het zich wezenlijk onderscheidde van de interviews die Jinek elders over het boek gaf.

Woensdag leken we in een thema-avond interviews met televisiepresentatoren te zijn beland. Op1 was erin geslaagd Jeroen Pauw te strikken om in het programma dat hij zelf produceert over de zorg te praten en Giovanca Ostiana had een gaatje gevonden om in dezelfde talkshow (die ze 24 uur eerder nog zat te presenteren) over gospel te vertellen. Een uitweg uit het spiegelpaleis bood Andere tijden, het geschiedenisprogramma dat dit jaar flink is opgeknapt door terug te keren naar het eigen verleden. De kunstmatige en weinig toevoegende reportage-elementen van de laatste seizoenen zijn verdwenen, presentator Astrid Sy doet buiten beeld haar verhaal.

Het bracht ons naar de zolder van Wim Deetman (76). De oud-minister wilde weigeren toen hem in 2010 werd gevraagd misstanden in de rooms-katholieke kerk te onderzoeken. Hij was niet katholiek, kende die wereld slecht. Maar toen stroomden de meldingen al binnen. „Mensen schreven me dat ze gehoord hadden dat ik het wellicht toch niet zou doen: ‘Dan lopen we weer met ons hoofd tegen de muur.’” Deetman begreep dat hij niet meer terug kon, als hij niet ook een muur wilde zijn waarop slachtoffers zich te pletter liepen. „Het waren mensen van mijn leeftijd, maar hun levens waren verwoest.”

Plichtsbesef

Het plichtsbesef van de CDA’er leidde tien jaar geleden tot de publicatie van een rapport met „1200 pagina’s gitzwarte bevindingen” (NOS Journaal) over misbruik in de kerk: een beerput zo diep als de Domtoren hoog is. Andere tijden legde de nadruk op de decennia die verstreken tussen misbruik en onderzoek. Een schoolhoofd dat in de jaren zeventig een van ernstig misbruik beschuldigde geestelijke aansprak, kreeg de wind van voren. Hoe haalde hij het in zijn hoofd om een man met een zo hoog ambt van zoiets vulgairs te beschuldigen? „Daarna brak hij, knielde hij, greep hij mijn handen en smeekte hij mij om het niemand te vertellen. Dat heb ik aanvankelijk ook gedaan.” Toen het schoolhoofd jaren later was gestopt met zwijgen, kon hij bij de parochianen geen goed meer doen.

Er was een ontluisterend interview met Yvo van Kuijck, die tussen 2004 en 2007 lid was van de klachtencommissie van Hulp en Recht, een in 1995 opgerichte katholieke organisatie die slachtoffers moest bijstaan. Hij ontving vijf à tien klachten per jaar ter beoordeling. Bellers die zich wilden melden bij het bureau van Hulp en Recht kregen er dagen achtereen een antwoordapparaat, vertelde de als kind misbruikte Paul van Heumen. Voor zijn verhaal was amper interesse. Zelfs deze op het oog nogal tandeloze organisatie werd door de kerk uiteindelijk opzij gezet. Marjo Eitjes stichtte begin jaren negentig een meldpunt en kreeg na een tv-uitzending 250 meldingen binnen. Ze lijkt opnieuw van dat aantal te schrikken als ze erover vertelt. Uiteindelijk kwam, na een golf van journalistieke publicaties, de commissie-Deetman.

Die becijferde dat er tussen de tien- en twintigduizend gevallen van misbruik zijn geweest. „We hebben ongeveer achthonderd daders kunnen identificeren. Daarvan waren er nog zo’n honderd in leven”, zegt Deetman. „Ik heb eigenlijk geen enkele dader gesproken die ronduit zegt: we hebben het verkeerd gedaan.”

Correctie (3/12): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Hulp en Recht vier à vijf meldingen van misbruik per jaar ontving, waar in de uitzending werd gesproken over klachten. dat is hierboven aangepast. Ook is toegevoegd wanneer Yvo van Kuijck lid was van de klachtencommissie van de organisatie.