Reportage

De ‘kraamkamer’ van het Teylers Museum is nog wat leeg

Pieter Teyler Huis Het Pieter Teyler Huis, de ‘kraamkamer’ van het Haarlemse Teylers Museum, is vanaf zondag te bezoeken. De uitbreiding – ooit het huis van Pieter Teyler zelf – is prachtig, maar toch ontbreekt er iets.

Een van de kamers in het Teylers Museum.
Een van de kamers in het Teylers Museum. Foto Studio Johan Nieuwenhuize

Op de middelste verdieping van het poppenhuis is een hemelbed met gedrapeerde gele doekjes te zien. Het is een miniatuurversie (schaal 1:12) van het sterfbed van Pieter Teyler (1702-1778). Het poppenhuis is bijna een kopie van het huis in het jaar dat Pieter Teyler stierf. Maar op sommige plekken is er een kunstwerk binnengesmokkeld dat typerend is voor de vaste collectie van het Teylers Museum. Zoals afbeeldingen van de vogels van John James Audubon die, net als meer opvallende kunstwerken, pas werden aangekocht na zijn dood. De miniatuurkat - de echte leefde nog toen Pieter overleed – die zich uitstrekt in een van de kamers van het poppenhuis, zal er ongetwijfeld echt weleens zo bij hebben gestaan, maar de 19de-eeuwse tekeningen zijn er voor de kijkers van nu naar binnen gesmokkeld.

Het prachtige poppenhuis staat in het huis van Pieter Teyler zelf, dat vanaf zondag 5 december ook voor bezoekers open is. De restauratie en herinrichting – kosten 7,5 miljoen euro – zijn natuurlijk een droom voor het museum. Opeens zijn er 1.115 neoclassicistische vierkante meters aan de tentoonstellingsruimte toegevoegd.

De volgorde van betreden is vergeleken met de beginjaren van het museum net andersom: wie vroeger het oudste museum van Nederland inging om naar wetenschappelijke uitvindingen, stenen en kunst te kijken, liep door de gang van het oorspronkelijke huis naar de Ovale Zaal. Nu kan je vanuit de Ovale Zaal Teylers woonhuis betreden. De benedenverdieping, met marmeren gang en fraai trappenhuis, is voor iedereen toegankelijk. De tweede verdieping bezoek je met een rondleiding.

Het poppenhuis dat in het huis van Pieter Teyler zelf staat. Foto Studio Johan Nieuwenhuize

Kasteleins

De boedelbeschrijving, historische afbeeldingen, het bouwhistorisch onderzoek en het verfonderzoek stonden aan de basis van de restauratie, die in 2013 begon. Het is mooi gedaan (op de nieuwe tegeltjes in de keuken na), de gang en het trappenhuis maken indruk, de meubels uit zijn tijd zijn prachtig. Het huis is mooi, de meubels zijn dat ook – en toch ontbreekt er iets, al is het niet eenvoudig de vinger te leggen op wat dat precies is.

Er wordt context geboden over het ideeëngoed van Teyler, de tijd waarin hij leefde, wordt in de kamer met het poppenhuis politiek, economisch, kunstzinnig en wetenschappelijk geduid. Er is een atelier waar wetenschappelijke stukken te vinden zijn, naast de kunstwerken die de ‘kasteleins’ zelf hadden geschilderd (Teyler had in zijn testament laten vastleggen dat de collecties beheerd, opgebouwd en gerestaureerd moesten worden door een kastelein die ook zelf kunstenaar was). De kluis waar zijn vermogen in lag met vijf sloten erop – zodat de vijf vrienden die hij had aangewezen voor het uitwerken van zijn idealen altijd met elkaar moesten beslissen wat er zou gebeuren – is er eveneens te zien.

Een van de kamers in het Teylers Museum. Foto Studio Johan Nieuwenhuize

Een link naar het heden is er ook, en je wordt gestimuleerd zelf te reflecteren op de woorden die gekoppeld zijn aan waarden uit de Verlichting, door middel van een interactieve projectie waarin woorden oplichten als ‘vrijheid’ en ‘geluk’.

Wie door de chique, dure kamers loopt en langs de kasten met aardewerk in de gang, krijgt echter niet echt de behoefte om te gaan nadenken over vrijheid en geluk, maar voelt zich meer als een toerist in een soort kastelenroute. Daarin zit wellicht de gemiste kans: je loopt als bezoeker door de kraamkamer van het Teylers Museum, maar treft weinig verrassends aan. Je wordt niet op andere gedachten gebracht over hoe de Verlichtingsidealen van weleer bijvoorbeeld vertaald kunnen worden naar het heden (en of dat nog wenselijk is). De echte wetenschap en de kunst – die samen op de best denkbare manier de wereld bevragen – blijven uit terwijl je vol bewondering kijkt naar prachtig nagemaakt behang.

Het Pieter Teyler Huis is vanaf 5/12 geopend en te bezichtigen via het Teylers Museum. Jan Paul Schutten schreef het Gouden Boekje Het spook in Teylers Huis (3+ € 8,99). De eerste ‘artist in residence’ is fotograaf Johan Nieuwenhuize. Hij verblijft in een appartement in het Pieter Teyler Huis en legde de restauratie vast.