Opinie

De gokindustrie boert goed, de verslavingszorg puilt uit

Stine Jensen

Zijn dopaminecentrum moet zijn geëxplodeerd. De veertienjarige zoon van een goede vriend had een euro gestort en daar tien euro voor teruggekregen. Hoe hij ertoe was gekomen? Door reclame van een influencer. Beetje gokken met kleine bedragen, kan geen kwaad toch?

Per 1 oktober is de gokwet in Nederland gewijzigd, zodat online gokken aanbieden mogelijk is. Dat is u vast niet ontgaan, want sindsdien wordt het straatbeeld ontsierd door reclames als ‘voetbalmakelaar gezocht’ en loopt de publieke omroep over van de gokreclames.

Lees ook dit artikel: Legaal online gokken op sportwedstrijden: verdwijnen daarmee alle gevaren?

Sindsdien verschijnt ook de lobbyist van de gokbranche, voormalig VVD-Kamerlid Helma Lodders, met regelmaat op televisie om u uit te leggen dat de gokbranche het beste met u voorheeft. Die houdt zich immers aan tal van beschermende maatregelen, zoals reclames niet richten op een publiek jonger dan 24 jaar, plus uiteraard een enorme goede monitoring op gokverslaafden die grote bedragen verspelen.

De gelikte reclames komen wat beeldvorming betreft in twee soorten. Type één richt zich op de niet zo snuggere witte man uit de lagere sociaal-economische klasse die van voetbal, trainingspakken, een lolletje en bier houdt. Hierin figureren oud-voetballers als Nathan Rutjes en Andy van der Meijde, nota bene het kind van een gokverslaafde vader. De doelgroep is niet echt de gentleman James Bond die in elke film in smoking het casino binnenloopt en met een vrouw aan zijn arm vertrekt, maar net als bij James Bond wordt geappelleerd aan roekeloze, avontuurlijke mannelijkheid.

Het tweede type is de inclusieve gokreclame, vol aantrekkelijke jonge mensen. Hier is de doelgroep de bitcoinmillennial die rijk wil worden zonder ervoor te werken. Bij Tombola regent het gekleurde confetti uit de lucht; bij Holland Casino zie je dat een jonge zakenvrouw niet oplet tijdens een saaie vergadering want, oeps, ze is net aan het gokken bij Holland Casino en dat kan de hele dag door! De emancipatoire saus ten spijt, ook hier wordt een kwetsbare groep aangesproken, namelijk een generatie zonder vooruitzicht op een vaste baan of een woning.

Het effect van al deze reclames is dat gokken normaal wordt gemaakt: het is een ‘gewone’ vrijetijdbesteding, vergelijkbaar met de aanschaf van een maaltijd of een wasmiddel.

Onze overheid faciliteert dit. In een inzichtelijke studie laat wetenschapper Sytze F. Kingma zien hoe de Nederlandse overheid steeds meer is opgeschoven naar een neoliberale aanpak, waarbij gokken niet in eerste instantie wordt gezien als potentieel verslavend, zoals tabak en alcohol, maar als entertainment. Gokken is onderdeel van de vrijetijdsindustrie en een belangrijke inkomstenbron voor de overheid. Die trend werd ingezet met de legalisering van gokmachines (1986), de uitbreiding van het aantal legale casino’s, tot de introductie van de Postcodeloterij (1989) en de privatisering van de Staatsloterij (1992).

Kingma onderscheidt drie soorten overheden in relatie tot gokken: de natiestaat met een repressief beleid, de verzorgingsstaat met regulerende wetgeving, en tot slot de risicosamenleving, die kosten en baten calculeert en onaangename neveneffecten neerlegt bij andere partijen dan de overheid, zoals de (verslavings)zorg. Die heeft intussen zijn handen vol, want het aantal mensen met een gokverslaving neem toe. Dat is zorgelijk, want een gokverslaving laat zich lastig behandelen. Ik belde Sigrid Sijthoff, arts in de verslavingszorg. Zij stelt: „Als je drinkt, snuift of blowt, ervaar je meteen de fysieke consequenties, bij gokken niet. Het kan de hele dag doorgaan, ongemerkt, op de telefoon. De gokreclames triggeren de hele tijd ons reptielenbrein, gericht op beloning.”

Over twee weken debatteert de Tweede Kamer over de gokwet. Wat kan je als burger doen? Roberto Lobosco, journalist en eindredacteur van jongerenprogramma’s, begon een burgerpetitie tegen gokreclames. De teller van die petitie moet wat mij betreft imposant omhoog. Ik roep tegen-influencers (Arjen Lubach!) op om voor nog meer ophef in de media te zorgen, hij kan #stopgokreclame trending maken. Bénédicte Ficq: schuif aan bij een talkshow om uit te leggen hoe gokbedrijven alle mazen in de wet uitwonen.

Verbieden van gokreclames is een eerste stap, maar het vraagstuk reikt verder. Het gaat er uiteindelijk om of je in een land wil leven waarin het normaal is dat de sportwereld in handen is van gokbedrijven, waarin gerelateerde matchfixing en criminaliteit vrij kunnen woekeren, waarin gokverslaving wordt aangemoedigd en waarin de zorg uiteindelijk de problemen op haar toch al overvolle bordje krijgt. Een land, kortom, waar de overheid een bedrijf lijkt te runnen in plaats van een sociale samenleving, en opnieuw gokt op een risicosamenleving van winnaars en verliezers.

Stine Jensen is filosoof en schrijver. Ze schrijft om de week een column op deze plek.