Romneyloodsen op het Suikerterrein, dat tot 2030 een broedplaats blijft.

Foto Kees van de Veen

Reportage

Zonder ‘de Suiker’ is Groningen een saaiere stad

Broedplaats Groningen Rond een oude Groningse suikerfabriek is een creatieve gemeenschap gegroeid. Die mag van de gemeente tot 2030 blijven bestaan. „Die tijdelijkheid zorgt voor creativiteit.”

Achter Broedplaats de Campagne in Groningen staat een fiets-huis, een creatie van Alex den Braver, architect van follies en kleine huisjes. Het bouwsel bestaat uit een verhoogd frame in een hokje, trappers, met op de plek van de bagagedrager een tiny house in de vorm van een flinke woonwagen. Als je flink doorfietst, haal je een snelheid van honderd meter per uur.

Van die leuke dingen, het Suikerterrein in Groningen staat er vol mee. Op de plek waar tot 2008 een grote suikerfabriek in bedrijf was, rijpen nu de zoete vruchten van kunstenaars en creatieve bedrijfjes.

Het gebouwtje van Broedplaats de Campagne is een voormalig strandpaviljoen, gevonden nabij het Westland. Het kwam op drie vrachtwagens-met-aanhanger hiernaartoe, vertelt Teackele Soepboer, interactief techneut en Campagne-lid. Er werken ontwerpers, journalisten, uitvinders, theatermakers en een pionier in zilte teelt. Tot het meubilair horen een boksrobot, een Orkest Ontdekker voor kinderen en een jukebox voor door senioren in te zingen liedjes.

Op een laptop toont Soepboer een foto van het Suikerterrein in 2015: een postindustriële woestenij van tussen beton opschietend groen. Rond een overgebleven, monumentaal stuk van de oude fabriek en een bakstenen schoorsteenpijp is vijf jaar later een creatief dorp ontstaan, gebouwd met wat de ‘bewerkers’ (bewonen mag niet) in hun handel en wandel tegenkwamen. Het is een spontaan stuk stad zoals die overal op rafelranden ontstaan.

„In 2015 kregen wij van de gemeente de opdracht om het terrein te ontwikkelen”, zegt Paul van Bussel. Hij is architect en een van de drie leden van Ploeg id3, die de kavels uitgeeft en het terrein ontwikkelt. „Het was een kale betonplaat”, vertelt hij. Met andere woorden: er zit wel degelijk regie achter wat de spontaan opgekomen vrucht van ondergrondse stedelijke creativiteit lijkt.

Geen gentrificatie

Het voormalige fabrieksterrein, buiten de ringweg, ten westen van de binnenstad, zit met vijftig creatieve ondernemingen inmiddels vol. Het huisvest restaurants, ateliers, poppodia, feest- en evenementlocaties, horeca, een hostel, sportscholen, padelbanen en danceclub Paradigm, onder veel meer. Er komen jaarlijks 450.000 bezoekers op af.

De rondreizende ‘stadmakers’ Floor Ziegler en Teun Gautier, oprichters van stadmakersnetwerken, kwamen op hun tochten langs spontaan stedelijk initiatief in het land ook op het Suikerterrein terecht. Ze zeiden: dit is bijzonder. Dit moet je koesteren. Het te vermijden scenario is dat van de gentrificatie: kunstenaars maken een plek hip, dankbare gemeentes en projectontwikkelaars maken er een dure woonwijk van, waarna onbetaalbaarheid de pioniers hun zelfgebouwde paradijs uit jaagt.

Het is fijn om even uit de standaardwereld te stappen. Alles is zo ingekaderd

Paul Grimmius Paradigm

Het veelkleurige gezelschap op ‘de Suiker’ heeft getekend voor tijdelijkheid, tot 2030. Ondertussen begint Groningen met de bouw van een nieuwe stadswijk, eerst verderop, bij de vroegere vloeivelden van de suikerfabriek. Dit najaar kiest de gemeente een projectontwikkelaar. In anticipatie daarop richt de Suiker-community een coöperatie op die als volwaardig partner bij de ontwikkeling betrokken wil zijn, liefst met een „stoel aan de ontwerptafel”.

Het is een duivels dilemma, zegt Paul van Bussel: „Het is prachtig wat er is ontstaan, maar het is de tijdelijkheid die dit mogelijk maakt. Tijdelijkheid maakt de creativiteit. Als het permanent was, was dit niet gelukt.”

Het belang van dit soort plekken is groter dan het Suikerterrein zelf, zegt ‘stadmaker’ Jorrit Albers, betrokken bij de vorming van de coöperatie Suiker-community. „Uiteindelijk gaat het om de vraag: hoe hou je een interessante stad, waar plek is voor iedereen?” Groningen is zonder ‘de Suiker’ gewoon een saaiere stad.

Abstracte koe

Bij Broedplaats de Campagne staat een romneyloods (zo’n liggende halve cilinder) die van een oom van een vriend van Teackele Soepboer is geweest. Erin vindt onder meer een heftruck onderdak, en een kunstwerk in de vorm van een meer dan levensgrote, abstracte koe, een constructie van leidingen en jutezakken met een condenseermachine voor door planten uitgeademde waterdamp. „Bij veel projecten vragen we elkaar, gebruiken we elkaars kennis”, zegt Soepboer. „Iedereen doet wat anders. Dingen ontstaan uit wat je tegenkomt.”

De dingen al doende doen, „in the flow”, beaamt Paul Grimmius, medeoprichter en creatief directeur van danceclub Paradigm. Op het Suikerterrein gebeuren dingen die niet al weken van tevoren in de agenda staan. Grimmius – pet, paardenstaart, tunneloorbellen – kent iedereen ‘op de Suiker’. Groetend en handenschuddend loopt hij over het terrein.

Het te vermijden scenario is gentrificatie: kunstenaars maken een plek hip, de gemeente maakt er een te dure woonwijk van

In een loods ontmoeten we Konvooi Exceptioneel, bouwers van bijzondere podia en festivaltenten, en van een boomhut voor het programma Expeditie Robinson. In een andere loods maakt ‘kunsteboer’ William van de Velde staalballonnen. „Je last twee plaatjes aan elkaar, perst er lucht in, en je hebt een staalballon”, legt hij uit. Achter hem in de loods maakt een muziekensemble muziek op een instrument gemaakt van brandblussers.

In het fabrieksmonument midden op het terrein, het oude ‘zeefgebouw’, heb je schitterende ruimtes voor dancefeesten. Bovenin zit de Wolkenfabriek, een ‘inschuifrestaurant’ met een wisselkeuken verzorgd door verschillende cateraars. Groningers noemden de suikerfabriek vroeger ‘de wolkenfabriek’, omdat die tijdens de bietencampagne in het najaar doorlopend witte wolken uitblies, die de stad in een weeïg-zoete bietenlucht zetten.

Vrijheid

Titia Punt, bedenker van de Wolkenfabriek, was negen jaar geleden met een groep geestverwanten de eerste creatief ondernemer op het Suikerterrein. Het restaurant komt onder andere voort uit de bakbrommer-community en plekken zoals het Betonbos, een leefgemeenschap van stadsnomaden elders in de stad, deels opgebouwd met wat de bakbrommerrijders langs de weg vinden. Zo is het restaurant ook ingericht, met meubels overal vandaan en kunst van Suikerterrein-kunstenaars.

Opvallend is dat de burgerij ‘de Wolk’ massaal weet te vinden. Op zondagmiddag zit het hier vol met ouders en kinderen. „Het is fijn om even uit de standaardwereld te stappen”, zegt Grimmius. „Er is veel vrijheid hier. Alles in de wereld is zo ingekaderd.” Het Suikerterrein verwelkomt scholen, instellingen, sportclubs en bedrijven uit het hele land, die hier de inspiratie vinden waarnaar ze onder het systeemplafond vergeefs zoeken.

„Deze plek heeft een vibe”, zegt Titia Punt. „Je kunt het niet vastpakken, maar het is er wel.” Van de zomer stond Grimmius hierboven op het dakterras en keek naar beneden: overal terrassen, overal muziek en uitgelatenheid. Het krioelde van de mensen. „Ik dacht: wow, dit bruist als een gek.”

„Die energie willen we vasthouden”, zegt Punt. „Het is niet zo dat je hetzelfde kunstje ergens anders even opnieuw doet.”

Het schemert als Grimmius Paradigm laat zien, het zelfgetimmerde dancewalhalla tegen de ringweg aan. Eromheen een hoge palenschutting, als van een indianenfort. Erbovenuit komen de wit-rode neonletters ‘House is art’, een herschikking van de letters van een huisartsenpost. Binnen lijkt Paradigm op een artistiek pretpark voor hippies. Voorlopig is het hier feest. „Wij zijn makers. Die stoppen natuurlijk niet met maken.”

Wat er na 2030 gebeurt weet niemand, zegt Paul van Bussel later over de telefoon. „Dit is tijdelijk. Maar de Eiffeltoren is ooit ook voor de tijdelijkheid gebouwd.”