De verantwoordelijkheid voor uitstoot van fossiele producten wordt te veel afgewenteld op gebruikers met een uitlaat of schoorsteen, vindt consultant Margriet Kuijper.

Foto Ulf Sjoqvist – Neptune Energy Netherlands

Interview

‘Wie fossiele energie wint, moet de CO2 weer in de bodem stoppen’

Margriet Kuijper | Klimaatconsultant

Klimaatbeleid richt zich vooral op CO2-uitstoters, terwijl olie- en gaswinning gewoon doorgaat. Producenten moeten hun CO2 gaan opruimen, vindt de consultant.

Vijfentwintig klimaattoppen moesten voorbijgaan, voordat de slotverklaring van de 26ste, in Glasgow, „fossiele brandstoffen” noemde als oorzaak van klimaatverandering. Die simpele waarheid kon zo lang onbenoemd blijven, omdat daarmee ook de formele verantwoordelijkheid voor de klimaatcrisis in het vage bleef.

Want wie moet zijn verantwoordelijkheid nemen voor de opwarming van de aarde? De consumenten van fossiele energie? De fabrieken? De handelaren? De eigenaren van oliebronnen en kolenmijnen?

De verantwoordelijkheid wordt te veel afgewenteld op gebruikers met een uitlaat of schoorsteen, vindt consultant Margriet Kuijper. „We knijpen de gebruikers af, maar producenten en allerlei andere partijen verdienen nog steeds goed geld aan fossiel”, zei ze tijdens een presentatie die ze vorige maand tijdens de top in Glasgow gaf.

In alle scenario’s die streven naar ‘netto nul’ uitstoot is ondergrondse CO2-opslag heel belangrijk

Kuijper (1960) werkte dertig jaar als projectmanager bij Shell en de NAM. Ze vertrok vijf jaar geleden om als zelfstandig adviseur oplossingen te bedenken tegen de overmatige mondiale CO2-uitstoot. Met haar eenmansbedrijf onderzoekt ze opvallend grote kwesties, zoals de gaswinning in Groningen en de waterstofeconomie. En, sinds vorig jaar bijna fulltime, de ongebreidelde winning van fossiele brandstoffen waarover ze in Glasgow sprak.

„Elk land dat olie en gas wint, gaat daar gewoon mee door en hoopt dat het klimaatprobleem bij de uitstoters wordt opgelost”, vertelt ze in haar huis in het Drentse dorp Vries. Overheden oefenen nauwelijks druk uit om de winning van olie en andere fossiele brandstoffen aan banden te leggen, terwijl gebruikers wel allerlei normen en accijnzen worden opgelegd.

Om dat te veranderen, ontwikkelde Kuijper in de afgelopen twee jaar de Carbon Takeback Obligation, die in Nederland wettelijk ingevoerd zou kunnen worden. Het is, vrij vertaald, een CO2-opruimplicht.

Begin dit jaar publiceerde ze met twee vakgenoten een haalbaarheidsstudie gericht op de Nederlandse aardgaswinning en -handel. De studie is betaald door het ministerie van Economische zaken en Klimaat en staatsbedrijf EBN, het Noorse staatsoliebedrijf Equinor en branchevereniging Nogepa.

Klimaatwetenschappers in Oxford ontwikkelden het idee voor zo’n opruimplicht tien jaar geleden. Kuijper werkte het verder uit. Concreet stelt zij voor Nederlandse bedrijven die gas oppompen of importeren vanaf 2030 te verplichten om de opslag van CO2 te organiseren.

Die plicht zou gelden voor een toenemend deel van de uitstoot die bij verbranding vrijkomt uit hun aardgas, oplopend naar 100 procent in 2050. „Degene die de fossiele brandstoffen uit de grond haalt, moet de CO2 opslaan die vrijkomt bij de verbranding ervan. De vervuiler betaalt om op te ruimen.”

Fossiele bedrijven hebben nooit het afval van hun producten, CO2 dus, opgeruimd. Waarom zou dat nu wel lukken?

„Ik denk dat de tijd er rijp voor is, om twee redenen. Iedereen voelt dat producenten een verantwoordelijkheid hebben voor het afval van dat product. In de regelgeving voor de circulaire economie is dat steeds gangbaarder – zoals bij elektrische apparaten en verpakkingen.

„De andere reden is dat de vraag ‘wat doen we nog met fossiele brandstof' eindelijk bespreekbaar wordt. In de meeste scenario’s voor ‘net zero’ in 2050 ligt het gebruik van aardgas nog op 40 à 50 procent van wat het nu is. Kijk maar naar de struggle in landen als Duitsland om steenkool uit te bannen: die zullen toch echt tijdelijk op aardgas overstappen.

„Alle landen hebben het klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Dus zou de fossiele industrie kunnen zeggen: daarmee is het probleem geadresseerd. Er komt beleid tegen emissies, dan gaat de vraag naar fossiele brandstof vanzelf naar beneden, en CCS [carbon capture and storage, oftewel ondergrondse CO2-opslag] wordt vanzelf betaalbaar.

„Dertig jaar geleden was dat verdedigbaar geweest. Maar inmiddels hebben we zo lang gedraald met klimaatbeleid dat de wereldwijde CO2-uitstoot nu elk jaar met 5 tot 7 procent naar beneden moet. Dat haal je niet als je alleen regels stelt voor de uitstoot. Tegen de tijd dat wij de olie als benzine uit de pomp halen, hebben er al heel veel mensen heel veel aan verdiend. Al die mensen hebben er belang bij dat die fossiele waardeketen in stand blijft. Dus het is heel onlogisch als je als overheid alleen duwt op het eindgebruik.”

Grootschalige ontwikkeling van ondergrondse CO2-opslag is al twintig jaar vooral een belofte. Maar het wereldwijde momentum voor CCS groeit, schreef het invloedrijke Internationaal Energieagentschap in oktober in zijn jaarlijkse World Energy Outlook. Er zijn meer subsidies beschikbaar, en sinds vorig jaar is het aantal projecten in de pijplijn verdubbeld. In Nederland is het grootschalige Porthos-project in voorbereiding, een leiding die vanaf 2024 CO2 van industrie in de Botlek moet afvoeren naar een leeg gasveld op 15 kilometer uit de kust.

Lees ook: Grote bedrijven maken hun belofte om energie te besparen niet waar

Kuijper stelt zich voor dat bedrijven aan hun ‘opruimplicht’ voldoen door (nog hypothetische) opslagcertificaten te kopen van lopende CO2-opslagprojecten, zoals Porthos, of te investeren in te ontwikkelen CCS-projecten. CO2-opslag is nu nog niet rendabel. Daarom subsidieert de Nederlandse overheid de techniek via de miljardenpot voor CO2-reductie. Een handel in CO2-opslagcertificaten zou dat financiële gat kunnen dichten zonder subsidies.

Vooral voor gaswinningsbedrijven zou dit model interessant zijn, omdat aardgas gemakkelijk in fabrieken is om te zetten in waterstof. De CO2 die daarbij vrijkomt, kan dan ondergronds worden opgeslagen. De kosten zouden oplopen van minder dan 1 cent per kuub gas in 2030 tot 50 cent in 2050, blijkt uit de eerste haalbaarheidsstudie. Inmiddels loopt vervolgonderzoek, onder meer naar de mogelijkheid de Carbon Takeback Obligation (CTBO) in de landen rond de Noordzee gezamenlijk in te voeren.

De Nederlandse branchevereniging Nogepa ondersteunt je werk. Waarom? Een opruimplicht maakt gaswinning duurder.

„Bedrijven die in West-Europa olie of gas willen winnen, staan onder steeds grotere druk. Kijk naar de rechtszaak die Greenpeace in het Verenigd Koninkrijk wil aanspannen tegen de plannen van Shell om naar olie te boren in het Cambo-veld op de Noordzee.

„Misschien kan een Carbon Takeback Obligation ervoor zorgen dat winningsbedrijven niet al bij de vergunningsverlening voor de rechter staan. Fossiele bedrijven beginnen zich te realiseren dat ze een CTBO nodig hebben voor hun fossiele businessmodel. Om nog te kunnen produceren, hebben ze een verhaal nodig over hoe het past binnen het klimaatakkoord van Parijs. „Het kan hun dus zekerheid geven over het beleid op de lange termijn. Clean up or close down.

„En als we hier de gaswinning stoppen, worden we voor aardgas steeds afhankelijker van Poetin. Iedereen voelt wel dat dat ook niet ideaal is.”

Bij je presentatie in Glasgow wierp Marjolein Demmers, directeur van Natuur & Milieu, tegen dat een CTBO winning en gebruik van ‘fossiel’ in stand kan houden.

„Ik vind dat een rare redenering als je het klimaatprobleem waanzinnig belangrijk vindt. In alle scenario’s die streven naar ‘netto nul’ uitstoot is ondergrondse CO2-opslag heel belangrijk en blijven we fossiele brandstoffen nog lange tijd gebruiken. Met alleen duurzame energie en energiebesparing red je het niet. Ja, als burgers hun gedrag maximaal veranderen en ontwikkelingslanden niet veel meer energie gaan gebruiken dan nu. Dán. Maar wil je daarop gokken?”

Denk je niet dat je plan afkeer opwekt, als ‘CCS-plicht’?

„Ik krijg soms kritiek dat je hiermee een bepaalde techniek verplicht stelt. Dat is wel een beetje zo. Er zijn alternatieven voor ondergrondse CO2-opslag [zoals afzetting van CO2 aan gesteenten als olivijn] maar die zijn nog heel duur. In principe is de CTBO niet anders dan dat je grenzen stelt aan lozingen van gevaarlijke stoffen in het water.”

Je was projectleider van de geplande CO2-opslag van Shell onder Barendrecht. Dat mislukte in 2010 na protesten. Verwacht je nu meer steun voor CCS?

„Ja, want ik denk dat er nu een breder besef is dat we het niet gaan redden door alleen maar te pushen op duurzame energie. Duurzame energie heel snel opschalen wordt ook een probleem. De capaciteit van het elektriciteitsnet, het draagvlak voor wind- en zonneparken op land... We werken keihard, maar het kan niet sneller. Een hoogspanningsleiding leg je niet in twee jaar aan, helaas. Dat is nog niet erg ingedaald in het Nederlandse beleid. En dan zul je zien dat de emissies blijven oplopen en andere opties, zoals CCS, belangrijker worden.”

Ziet Economische Zaken en Klimaat iets in de Carbon Takeback Obligation?

„Dat is moeilijk te zeggen. De studie kwam in januari uit, twee maanden voor de verkiezingen. Maar de mensen met wie we praten bij EZ vinden het een interessante optie, juist omdat die de verplichting legt bij de producent of leverancier van fossiele brandstoffen. Dat maakt het een logische aanvulling op bestaand beleid.”

Je pleitte er laatst op LinkedIn voor in Groningen gas te blijven winnen en de CO2 terug in het veld te pompen. CCS in Groningen. Je durft.

„Uit het gebied hoor ik wel eens: rot op met je CO2-opslag. Maar ik blijf het zonde vinden om het Groningenveld te sluiten, want er zit nog heel veel gas in. En wat is het alternatief? Kijk naar het NortH2-project [een plan voor de bouw van enorme windparken en ‘groene’ waterstoffabrieken in het noorden, van onder meer Shell en Gasunie]. Dat gaat ons als maatschappij miljarden kosten.

„Stel dat je per jaar nog 2 miljard kuub Gronings aardgas zou winnen [de helft van nu]. Je maakt er in een fabriek waterstof van en de CO2 die daarbij vrijkomt, stop je ter plekke weer in de bodem. Dan blijft de druk in het veld precies gelijk, zodat er geen risico is op extra aardbevingen. Dan kan je voor een kwart van de kosten van NortH2 dezelfde hoeveelheid CO2-neutrale waterstof maken. En dat kun je leveren wanneer het nodig is, zonder dat je afhankelijk bent van de wind.

„Ik vind het jammer dat die opties niet vergeleken worden. Je moet de sleutel van het veld aan de Groningers geven, met een goed uitgewerkt plan. De aardbevingen kunnen in theorie erger worden; die onzekerheid kun je aanzienlijk verkleinen door de druk in het veld wat te verhogen, door er CO2 of stikstof in te pompen. Dat kan alleen als je de putten openhoudt.”

Hoe groot acht je de kans dat dit plan geaccepteerd wordt?

„Nul komma nul-nul-nul. De overheid, de bedrijven, de bewoners, iedereen wil van het Groningenveld af.”