Schilderijen zijn foto’s uit een andere tijd

Fotografie Kinderen mochten op de foto zoals bij Rembrandt. Zo zagen ze zichzelf van buitenaf, schrijft .

Een leerling van de Carl Humannschule in Berlijn en ‘Een oude man in militair kostuum’ van Rembrandt van Rijn
Een leerling van de Carl Humannschule in Berlijn en ‘Een oude man in militair kostuum’ van Rembrandt van Rijn Foto Marije van der Hoeven

Mijn oma had boeken vol afbeeldingen van oude schilderijen. Daar zette ze mij achter, lang geleden, tijdens logeerpartijtjes als zij ging bridgen met haar vriendinnen. Een verantwoorde oplossing om een kind een uurtje zoet te houden, dacht zij, maar ik herinner me nog steeds goed hoe eng en raadselachtig ik die plaatjes vond. Niet alleen de echt interessante taferelen, ook de gezichten die je aankeken vanuit verre eeuwen wekten bij mij een bepaalde huiver die ik nog steeds kan oproepen. Er steeg een vreemde wereld uit die plaatjes op, een spook-vroeger vol ernstige gestalten die opdoemden uit een bruinig duister.

Daar moest ik aan denken, kijkend naar het project ‘Hoed op voor Rembrandt’ dat Marije van der Hoeven jarenlang deed met schoolkinderen in Amsterdam, en als uitwisselingsproject met kinderen uit Berlijn. Kinderen mochten op de foto zoals Rembrandt mensen portretteerde, met behulp van een geïmproviseerde fotostudio, zelfgemaakte hoeden en zaklampen voor het typische Rembrandtlicht. Er kwam een hoedenmaker om te helpen, en de fotograaf hielp natuurlijk ook.

Er was een belangrijk aandachtspunt, vertelt Van der Hoeven op mijn vraag in hoeverre zij het project had gestuurd: de kinderen moesten poseren met rechte rug, en zonder te lachen. „En dat vonden ze zelf het vreemdst toen ze de foto’s bekeken. Kinderen nu zijn erg vertrouwd met zichzelf op foto’s, maar door die houding zagen ze zichzelf ineens als een vreemde. Als het ware van buitenaf.”

Het project is nu te zien in het Amsterdamse Rembrandthuis, maar komt daar wat in het gedrang tussen veel Rembrandtieke belettering en een andere educatieve opstelling. Er is ook een boekje gemaakt, waarin de foto’s te zien zijn naast de reactie van de kinderen op hun eigen fantasie-versie: „je ziet iemand die niet van deze tijd is. Een belangrijk kind”. En: „alsof ik mezelf zie op een fotoschilderij uit een andere tijd”.

Dat is hoe kinderen naar oude schilderijen kijken: als foto’s uit een andere tijd.

Nu bevonden ze zich opeens aan de ander kant van de lijst, en zagen ze dat je zoiets gewoon kunt maken, desnoods met een zaklantaarn, een ernstige blik en niet te vergeten de verkleedkist waar de echte Rembrandt ook zo op was gesteld.

Het fijne van foto’s is dat ze zo perfect zijn van zichzelf. De museale opdracht ‘teken je eigen Rembrandt (Vermeer, Van Gogh)’ leidt tot nederigheid en zelfreflectie, maar je komt er geen stap nader mee tot de wereld achter de lijst. Dat geldt vaker voor educatieve kunstprojecten. Er is veel te doen en te bekijken maar het verbindt zich niet echt met die oude taferelen.

Hier zit het mooie van de methode Van der Hoeven. In 1994 maakte zij het meesterlijke boek Klik ik heb je, vol foto’s van doodgewone dingen: een waterglas, een schaduw, die hun gewoonheid afleggen zodra ze op het platte vlak terechtkomen. Haar foto’s onthullen altijd een klein geheim over de taal van het beeld. Een glimp van de grote machinekamer van de kunst, waardoor een kind er opeens bij kan.

Marije van der Hoeven: Hoed op voor Rembrandt is t/m 9 januari 2022 te zien in het Rembrandthuis, Amsterdam