Politie hoeft voorlopig niet te stoppen met het scannen van kentekens

Privacy Stichting Privacy First wil dat de politie stopt met het gebruiken van camera’s die de gezichten van bestuurders en inzittenden niet onherkenbaar maken.
Slimme camera's staan opgesteld langs de A28. Het is onduidelijk of deze camera's onderdeel zijn van de opsporingsmethode Automatic Number Plate Recognition.
Slimme camera's staan opgesteld langs de A28. Het is onduidelijk of deze camera's onderdeel zijn van de opsporingsmethode Automatic Number Plate Recognition. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De politie hoeft voorlopig niet te stoppen met het scannen van kentekenplaten om zo te achterhalen of de auto-eigenaar nog openstaande boetes heeft of wordt gezocht door justitie. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag bepaalde woensdag de omstreden opsporingsmethode Automatic Number Plate Recognition (ANPR) niet inhoudelijk te kunnen beoordelen, omdat er geen sprake is van een ‘spoedeisend belang’. Stichting Privacy First wil dat de overheid stopt met de methode.

De ANPR is in principe bedoeld als kentekenregistratiesysteem. De rechter wees woensdag op het feit dat de ANPR sinds 1 januari 2019 wordt toegepast. Volgens de rechtbank is Privacy First er niet in geslaagd „bijzondere omstandigheden” aan te voeren om „ondanks het tijdsverloop van ruim tweeënhalf jaar” het bestaan van een spoedeisend belang te rechtvaardigen.

NRC onthulde in augustus dat de politie gebruik maakte van de ANPR-camera’s terwijl wetgeving dit niet toestaat. Deze krant schreef verder over de pogingen van het Openbaar Ministerie om voor de opsporing van verdachten gebruik te maken van onbewerkte foto’s, dat wil zeggen foto’s waarop de gezichten van bestuurders en inzittenden niet onherkenbaar zijn gemaakt. Uit een intern politiebericht zou zijn gebleken dat de politietop zelf ook twijfelt aan de juridische grondslag van deze methode.

Lees ook: OM vroeg zonder wettelijke basis ‘ongeblurde’ gezichten op foto’s van kentekencamera’s op