„Free HK.” Tijdens een protest vorig jaar in Hongkong houden demonstranten neonletters omhoog met die boodschap.

Foto Kino Lorber/ Everett Collection

Ook kunst raakt vrijheid kwijt in Hongkong

Hongkong kunstklimaat Dat de Chinese staat kunst belangrijk vindt, blijkt niet alleen uit het nieuwe museum M+, maar ook uit wetten die het mogelijk maken hard op te treden tegen ‘ontaarde’ kunst.

Het is augustus 2019. Het stortregent, de smalle straat bij de uitgang van de metro in het centrum van Hongkong staat vol mensen. Ze willen naar een park in de buurt. Ze gaan demonstreren tegen de toenemende invloed van Beijing in de voormalige Britse kroonkolonie.

Niemand kan nog voor- of achteruit, zoveel mensen zijn er komen opdagen. De straat is veranderd in een zee van paraplu’s. Winkels laten mensen binnen schuilen, ze bieden de demonstranten gratis flesjes water aan.

Jongeren wringen zich in tegengestelde richting door de massa heen. Ze delen gratis affiches uit die zijn getekend in de stijl van Japanse manga’s. Die zijn gemaakt door anonieme artiesten en gedrukt met geld van anonieme donoren. Op één ervan staat een zoenend stelletje, met op de achtergrond angstige demonstranten met gele helmen en gasmaskers. Liefde in tijden van politiek protest.

Nu, in 2021, lijkt de explosie van kunst en cultuur in 2019 rondom de protesten een scène uit een ver en onvoorstelbaar verleden. Nu demonstreert er niemand meer, de anonieme kunstenaar die NRC destijds interviewde over zijn affiches heeft zijn account op berichtendienst Telegram allang gewist.

Het maken van kunst is namelijk een hachelijke zaak geworden in Hongkong. Eind oktober nam het parlement van Hongkong een censuurwet aan voor de filmindustrie. Dat gebeurde om „de nationale veiligheid te bewaken”.

De wet verwijst daarmee naar de beruchte Nationale Veiligheidswet die op 30 juni 2020 van kracht is geworden. Die wet, bedacht en opgesteld in Beijing, verbiedt onder meer het aanzetten tot afscheiding en het heulen met buitenlandse mogendheden.

Sinds de wet van kracht werd, is de Hongkongse krant de Apple Daily het verschijnen onmogelijk gemaakt en worden andere media streng in de gaten gehouden. De prodemocratische oppositie is vrijwel geheel verdwenen uit het parlement, vakbonden en studentenorganisaties zijn opgeheven, het curriculum op scholen is vaderlandslievender gemaakt. Tentoonstellingen, films en concerten worden gecensureerd of afgelast.

De wet die censuur op films legaliseert is volgens de overheid van Hongkong gericht tegen films met een tendens die „activiteiten die de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen goedkeurt, ondersteunt, verheerlijkt, aanmoedigt of die tot zulke activiteiten aanzet”.

Popzangeres en actrice Denise Ho staat in 2019 een commissie van het Amerikaanse Congres te woord over mensenrechten in Hongkong. Foto Shawn Thew/EPA

De wet is aangenomen door een vleugellam parlement waaruit vrijwel de hele oppositie is verdwenen. Daarmee ligt er nu een wettelijke basis onder wat al langer de praktijk is in Hongkong: films worden verboden, of de plek waar een film vertoond zal worden durft het niet meer aan en gelast de vertoning af.

Dat lot trof onder meer Binnen de Rode Bakstenen Muur, een film van een anoniem collectief van makers over de dertien dagen dat de politie de Polytechnische Universiteit van Hongkong geheel van de buitenwereld afsloot om de studenten op de campus te dwingen naar buiten te komen. Daarin is te zien hoe de studenten tactieken blijven verzinnen om zich te verzetten, terwijl hun situatie steeds hopelozer wordt.

Het zijn zaken die de Kantonese popzangeres en actrice Denise Ho niet had kunnen voorspellen. In een TEDtalk uit december 2019 zegt ze dat ze juist zo blij is met de nieuwe rol van kunst in Hongkong. „Ik was verbaasd over hoe we de omarming van muziek en kunsten nieuw leven hebben ingeblazen”, zegt ze. „Vijf jaar eerder, tijdens de pro-democratische Paraplubeweging, werd kunst nog als nutteloos gezien.”

Ho is een belangrijk symbool van het Hongkongse verzet tegen Beijing. De zangeres van Kantonese popmuziek haalde zich al vroeg de wrok van de overheid in Beijing op de hals omdat zij nadrukkelijk de kant koos van de demonstranten in de zogeheten Paraplu-opstanden van 2014, toen die eisten dat zij de hoogste leider van Hongong rechtstreeks mochten kiezen.

Het kostte Ho al haar optredens op het vasteland van China en voor sponsoren was zij besmet. Maar het kostte haar niet haar carrière: door crowdfunding en met sponsoring van kleinere Hongkongse bedrijven kon zij concerten blijven geven.

Beijing hecht meer belang aan kunst dan veel westerse democratieën. De partij ziet kunst als machtig wapen in de strijd om de harten van de Hongkongse bevolking

Maar: haar optredens die voor september van dit jaar gepland stonden werden afgelast. Ze zouden de openbare orde of de publieke veiligheid in gevaar brengen. Een paar dagen eerder hadden de pro-Beijing-media in Hongkong de aanval tegen Ho ingezet: ze beschuldigden haar van „het samenspannen met buitenlandse machten” om China, waaronder ook Hongkong, te ondermijnen. Vaag, maar als er een rechtszaak van zou komen zou het onder de nieuwe veiligheidswet genoeg kunnen zijn om ook Ho voor jaren in de gevangenis te doen belanden.

Het geeft de terreur en de dreiging aan waaronder kunstenaars in Hongkong op het moment moeten leven. Vooral de Ta Kung Pao, een krant op de hand van de regering in Beijing, heeft er een handje van om eigenhandig heksenjachten tegen kunstenaars te beginnen. Zo merkte de performancekunstenaar Kacey Wong in maart van dit jaar dat hij werd genoemd in een stuk waarin hij en veel andere kunstenaars ervan werden beschuldigd anti-Hongkongse propaganda te maken. En dat nog wel met subsidie van de Raad voor de Kunst van Hongkong. Daarop is hij naar Taiwan gevlucht, vertelt hij aan The Guardian.

Beijing hecht meer belang aan kunst dan veel westerse democratieën. De Communistische Partij ziet kunst niet als aardige, in wezen overbodige franje voor de elite, maar als een machtig wapen in de propagandastrijd om de harten van de Hongkongse bevolking.

Een openbare vertoning van de film ‘Ten Years’ vlakbij het parlement van Hongkong, in 2016. De film schetst een dystopisch toekomstbeeld van de stad onder het juk van een autoritair regime.Foto Alex Hofford/EPA

Maar eerst moeten de resten van wat China ziet als ontaarde kunst nog worden opgeruimd. Dat gebeurt nu in een ongekend hoog tempo.

Zo is er het beeld getiteld De Pilaar van Schaamte op het terrein van de Universiteit van Hongkong. Het staat er ter nagedachtenis aan de opstanden op het Tiananmenplein in 1989. Het is een betonnen toren met afbeeldingen van studenten die bij die opstanden om het leven kwamen. „De ouderen kunnen de jongeren niet eeuwig blijven vermoorden”, staat er op de voet van het beeld. De maker, de Deense kunstenaar Jens Galschiøt, biedt inmiddels 3D-scans aan die mensen kunnen printen en overal waar ze willen kunnen neerzetten en fotograferen. Niet duidelijk is of mensen dat ook echt durven.

Nathan Law, pro-democratisch activist die inmiddels in Londen woont, plaatste tijdens de G20 eind oktober wel een drie meter hoge kopie van het beeld voor de Chinese ambassade in Rome.

De ouderen kunnen de jongeren niet eeuwig blijven vermoorden

‘De pilaar van de schaamte’ Monument 1989

Kan Hongkong op kunstgebied internationaal relevant blijven nu het maken en tentoonstellen van kunst er niet of niet helemaal vrij meer is? Die vraag speelde prominent in de aanloop naar de opening van het prestigieuze Hongkongse museum M+ op 12 november. Was het museum bijvoorbeeld vrij om werken te tonen van de uit China gevluchte kunstenaar Ai Weiwei? Ook als het specifiek gaat om foto’s waarin hij provocatief zijn middelvinger opsteekt op het Tiananmenplein in Beijing, het centrum van de Chinese macht?

Nee, zo bleek.

M+, dat over een enorme collectie moderne Chinese kunst beschikt van de Zwitserse ex-diplomaat en verzamelaar Uli Sigg, stelde eerder dat ze Ai Weiweis middelvinger gewoon zouden etaleren. Uiteindelijk gebeurde dat niet. Het werk stond eerder nog wel op de website van het museum, maar is daar sinds 10 augustus verdwenen. De zaak is nu „in beraad” bij de Hongkongse overheid, een tussenweg tussen afwijzen en accepteren.

Rijen voor het Hongkongse museum M+ op de openingsdag, 12 November 2021. Foto Bertha Wang/AFP

„We zullen staan voor artistieke vrijheid en creativiteit en we zullen die aanmoedigen”, zei Henry Tang, de voorzitter van het bestuur van de West Kowloon Cultural District Authority (WKCDA) waaronder het museum valt, tijdens een rondleiding op 11 november, kort voor de opening van M+. „Maar artistieke uitingen zijn niet boven de wet verheven. Als een openbaar museum hebben we de verantwoordelijkheid om ons aan de wet te houden en om de culturele standaard van een maatschappij te respecteren.”

Ai Weiwei neemt geen genoegen met die tweeledigheid. „Het museum wordt duidelijk gecensureerd”, zei hij tegen persbureau Reuters. „Als een museum niet in staat is om zijn eigen integriteit te verdedigen voor wat betreft de vrijheid van meningsuiting, dan roept dat vragen op”, zei hij. „En dan kan het museum zeker niet optimaal functioneren voor hedendaagse cultuur”, aldus Ai, van wie overigens wel een ander werk wordt tentoongesteld.

Artistieke uitingen zijn niet boven de wet verheven. Als een openbaar museum moeten we de culturele standaard van een maatschappij te respecteren

Henry Tang voorzitter WKCDA

Sigg schonk zijn uitgebreide collectie moderne Chinese kunst in 2012 juist aan M+ om die te behouden voor het Chinese cultuurgebied. Hij koos destijds voor Hongkong omdat er geen ander museum in China was dat hem kon garanderen dat ze goed met de werken zouden omgaan, en dat ze alles konden exposeren.

Zou hij nu nog blij zijn met zijn keuze? Sigg onthield zich van commentaar tijdens de opening van M+, die hij per videolink bijwoonde. Eerder, in een interview dat wordt aangehaald door Deutsche Welle, maakte hij zich wel zorgen over de invloed van de politiek op het museum. „Kan het museum werken in overeenstemming met zijn wetenschappelijke ethiek, of zijn politici de curators die bepalen wat het toont?”. Ook stelde Sigg dat de controverse de internationale reputatie van het museum had ondermijnd nog voordat het was geopend.

Maar in Beijing is de lijn anders. Kunstenaars als Ai Weiwei worden daar gezien als anti-Chinese marionetten van het Westen, en het Westen is ook cultureel aan de verliezende hand. Die beschaving gaat het afleggen tegen de veel geavanceerder Chinese beschaving, en dat is maar goed ook, vindt de Chinese president Xi Jinping.

Misschien denkt de hoogste Hongkongse leider Carrie Lam daar in haar hart anders over, maar daar is dan niets van te merken. In november 2019 herdachten Hongkongers het neerhalen van de Berlijnse Muur dertig jaar eerder met de bouw van een nieuwe muur van kartonnen dozen. Op die muur werden grote portretten geplakt. Die zeggen net als de poster met de jonge demonstranten iets over liefde in tijden van politiek protest. Xi Jinping en Carrie Lam stonden er samen op, vurig kussend.