Man die ervoor zorgde dat omstreden proef met preventief fouilleren werd gestopt in Rotterdam, gepakt met een wapen

Proef tegen vuurwapengeweld Rotterdammer die met succes een zaak begon tegen persoonsgericht fouilleren, is onlangs aangehouden met een vuurwapen en munitie.

De personen op deze foto komen niet in het artikel voor.
De personen op deze foto komen niet in het artikel voor. Foto ANP

De 39-jarige Rotterdammer die vond dat de politie hem ten onrechte voor zes maanden tegen vuurwapengeweld wilde kunnen fouilleren, is eind september aangehouden met een vuurwapen en munitie in een zogeheten veiligheidsrisicogebied. In zijn huis vond de politie nog meer munitie en „wapengerelateerde zaken”. Hij zit als verdachte vast.

In juli gaf de rechter hem gelijk in een zaak die hij begon tegen een proef waarbij ‘risicovolle’ personen preventief gefouilleerd konden worden. De rechter zag géén wettelijke basis voor de aanpak. Daarop werd de hele proef gestopt. Het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep, dat vindt de methode belangrijk in het tegengaan van vuurwapengeweld.

Lees ook dit artikel: Rotterdamse politie stopt omstreden proef met preventief fouilleren na uitspraak rechter

De advocaat-generaal van het OM, Jerre Perenboom, maakte de aanhouding bekend tijdens het hoger beroep, vorige week bij het hof in Den Haag. Hij wil zo benadrukken dat er zeker voldoende aanleiding bestond de man zes maanden te willen kunnen fouilleren. De proef begon in 2019. Mensen ontvingen een brief dat de politie hen zes maanden lang altijd en overal kon fouilleren. De selectie gebeurde op basis van een risicoprofiel.

Schietpartijen in de zomer

Het belang van de proef probeert het OM tijdens de zitting ook te laten zien door te verwijzen naar de schietincidenten in Rotterdam afgelopen zomer. Zeven personen die eerder aangeschreven werden als zogeheten ‘veiligheidsrisicosubject’ zijn „in deze periode in verband gebracht met vuurwapens”, zei Perenboom. „Eén van hen is op 26 juli door vuurwapengeweld om het leven gekomen.” Hoe die verbanden precies lopen, is niet duidelijk.

Voor de 39-jarige Rotterdammer is het „een principieel proces”, zeggen zijn advocaten. Zo zei raadsman Joost Vedder op de zitting dat het „geen uitgemaakte zaak” is dat zijn cliënt voor vuurwapenbezit wordt veroordeeld. „Hij betwist in de zaak uitdrukkelijk dat het wapen van hem is.”

In de anderhalfjarige proefperiode heeft de politie geen enkel wapen gevonden, zei politiechef Fred Westerbeke eerder tegen NRC. Perenboom noemde het ter zitting een „belangrijk neveneffect” dat ‘subjecten’ na de brief niet met een wapen op straat gaan.

Lees ook dit artikel: De buit na anderhalf jaar preventief fouilleren? ‘Geen enkel wapen’

Voornaamste vraag in het hoger beroep: bestaat een wettelijke basis voor de proef? Die discussie is min of meer een herhaling van de zitting bij de kortgedingrechter. Met het risicoprofiel zou de politie een „concreet aanwijsbare aanleiding” (zo staat het in de wet) hebben, op basis waarvan ze mogen fouilleren. De brief en het risicoprofiel zijn een standaardisering voor de zes maanden van de overweging te fouilleren. De agent op straat maakt vervolgens de afweging of hij of zij dit echt doet.

Proef bij jongeren loopt wel door

Vedder stelt dat die aanleiding in het heden of nabije verleden moeten liggen. „Uit de wetsgeschiedenis en rechtspraak blijkt duidelijk dat er een concrete link met een bepaald gepleegd incident of een concrete verwachting moet zijn dat strafbare feiten gepleegd gaan worden. En dat het dus gaat om actuele omstandigheden.” Zonder wettelijke basis is het een inbreuk op het grondrecht in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens op respect voor privéleven, betoogt hij.

Sinds de uitspraak in juli is de proef voor volwassenen met vuurwapens opgeschort. Bij jongeren met messen loopt het door: zij kunnen een brief krijgen dat ze te allen tijde gefouilleerd konden worden. De strafrechter heeft dit beleid tot nu toe goedgekeurd, zo schrijft de burgemeester in beantwoording op raadsvragen van Nadia Arsieni (D66).

Het criterium dat het OM gebruikt om minderjarigen te selecteren – een concreet en recent incident met een mes – is volgens de burgemeester bovendien anders dan het risicoprofiel – onder meer antecedenten met vuurwapens – waarop het OM volwassenen selecteerde. De wettelijke basis die de burgemeester noemt voor de proef met jongeren, is wel precies dezelfde als degene die ter discussie staat in de zaak van de 39-jarige man en waarover het gerechtshof uiterlijk 25 januari uitspraak doet.