Ai Weiweis Whitewash in M+. Een kwart van de prehistorische potten is wit geverfd.

Foto Claudia Hinterseer

M+ toont hedendaagse kunst vanuit Aziatisch perspectief

Nieuw museum Hongkong M+, het nieuwe grote museum voor hedendaagse visuele kunst in Hongkong, opende deze maand onder grote belangstelling. Maar hoe vrij is M+ in het tonen van kritische kunst?

‘Hongkongs nieuwe museum voor visuele cultuur is open.” De reusachtige display waarop de tekst is te lezen, is vanuit de hele stad te zien. Om de gebeurtenis kun je in Hongkong ook nauwelijks heen: 12 november opende M+, een nieuw museum met 33 zalen en met meer dan 8.000 museumstukken in de collectie. Dat op de eerste dag het online reserveringssysteem platlag omdat er al meteen 90.000 aanmeldingen waren, gaf aan hoezeer hierop gewacht was.

Toen het plan voor Aziës grootste museum voor hedendaagse kunst veertien jaar geleden ontstond, was er nog een heel ander politiek klimaat in Hongkong. Nu het museum eindelijk open is, zijn er twijfels of de curatoren in de samenstelling van de tentoonstellingen wel in artistieke vrijheid hebben kunnen handelen. Beijing heeft vorig jaar namelijk de omstreden Nationale Veiligheidswet in Hongkong ingevoerd als reactie op de pro-democratische protesten in 2019 en 2020. Met de invoering is de stad weer wat meer op China gaan lijken en is subversief gedrag een misdaad geworden (net als terrorisme, samenzwering met buitenlandse organisaties en het bevorderen van de afscheiding van Hongkong van China dat al waren).

Enkele lokale pro-Beijing-gezinde politici vonden dat er in de collectie van M+ werken zitten die in strijd zijn met die nieuwe wet. De discussie ging vooral over Study of Perspectives van de Chinese dissident Ai Weiwei. Die serie toont foto’s waarop Ai zijn middelvinger opsteekt naar onder andere het Witte Huis, de Rijksdag in Berlijn en het Tiananmenplein in Beijing. Dat laatste werk zou haat jegens China verspreiden, en daarmee subversief zijn.

De foto’s heeft M+ van de site gehaald en het werk is evenmin te zien op de openingstentoonstellingen. Dat is een vrije keuze geweest, zegt het museum. Van zelfcensuur zou geen sprake zijn.

Het gebouw van M+ in Hongkong. Foto Kevin Mak/ Herzog & de Meuron

Museum M+, met een 66 meter hoog lcd-scherm, gezien vanaf Victoria Harbour. Foto Kevin Mak/ Herzog & de Meuron

De Nederlandse Hester Chan, die al vier jaar bij het museum werkt als curator Collections M+, zegt dat al sinds 2018 teams werken aan de exposities. „Conservatoren, restaurateurs en informatiespecialisten, allemaal zelfstandig denkende mensen.” Zo pareert Chan de kritiek van censuur. „Bovendien: het is niet zo makkelijk om werken te wisselen. Ik had waarschijnlijk als enige alle verlanglijstjes van de diverse teams in handen, en die werken hangen nu allemaal in de zalen.”

Het nieuwe museum heeft overigens wel Ai Weiweis Whitewash prominent opgesteld. Voor dit werk doopte Ai antieke Chinese aardewerken potten uit het neolithische tijdperk in witte verf waardoor de originele decoraties bedekt werden. Zo zinspeelde de kunstenaar op de spanning tussen traditie en vooruitgang in de samenleving. De witte verf bladerde er in de loop der tijd deels af, waarmee gesuggereerd wordt dat het verleden nooit helemaal witgewassen kan worden, en ook witwassen op zich onderdeel van de geschiedenis gaat uitmaken. Het werk is te zien als kritiek op de Chinese geschiedenis en identiteit.

Lees dit interview met Uli Sigg: Chinese kunst in Zwitsers sprookjespaleis

De werken van Ai zijn afkomstig uit de M+ Sigg Collection, waaruit de openingsexpositie From Revolution to Globalisation is samengesteld. De Zwitserse verzamelaar Uli Sigg, voormalig handelaar in Schindler-liften in China en oud-ambassadeur te Beijing, doneerde maar liefst 1.510 kunstwerken uit zijn privécollectie aan M+. Hester Chan noemt zijn collectie het meest complete, historische document over kunst in China vanaf Deng Xiaoping in 1970 tot het begin van de Nieuwe Media in 2010.

Het is een cultureel dynamische periode in de moderne Chinese geschiedenis, en dat zie je terug in onder meer een documentaire uit 1970 van Chi Xiaoning. Deze rauwe korrelige film gaat over een straattentoonstelling van het ondergronds kunstcollectief Stars Group, dat vrijheid van meningsuiting nastreefde in het China van na de Culturele Revolutie. We krijgen te zien hoe de autoriteiten de expositie sluiten en er geprotesteerd wordt tegen de sluiting, en dat alles niet geënsceneerd, wat in die tijd in China ondenkbaar was. Die film wordt gezien als het begin van de Chinese underground cinema.

Bezoekers M+ bij o.a. een schilderij uit de serie Bloodlines (rechts) van Zhang Xiaogang. Foto Claudia Hinterseer

En zo is er meer gewaagd anti-Mao- en anti-propagandawerk in deze tentoonstelling. Wang Guangyi’s Mao Zedong: Red Grid No. 2, een schilderij van de voormalige Chinese leider. Mao is bedekt met een raster dat het beeld van de dictator moet terugbrengen tot niet-bovenmenselijke proporties, als commentaar op de propagandabeelden van hem. En bijvoorbeeld New Beijing van Wang Xingwei, een schilderij geïnspireerd op een foto van het bloedbad op het Tiananmenplein in 1989, een gebeurtenis die volgens China officieel niet heeft plaatsgevonden.

In de collectie van Sigg is veel werk te vinden van kunstenaars die door het regime in China onderdrukt worden. De verzamelaar koos in 2012 voor een omvangrijke schenking aan M+ omdat hij de kunst toegankelijk wilde maken voor het Chinese publiek. Hongkong leek destijds een veilige keus en er kwamen jaarlijks zo’n 30 miljoen toeristen van het Chinese vasteland. Maar door de protesten en de pandemie zijn er de laatste jaren nog amper Chinese toeristen in de stad.

In dichtheid en kleur is het museum een afspiegeling van de stad Hongkong

Hester Chan curator M+

Ondanks de controverses en zorgen over wat de toekomst zal brengen, is M+ een adembenemend museum. De naam M+ staat voor ‘Museum en meer’. Qua grootte is het museum vergelijkbaar met het Londense Tate Modern en het New Yorkse Museum of Modern Art (MoMA). Het Zwitserse architectenbureau Herzog & de Meuron zette een spectaculair gebouw neer in het West Kowloon Cultural District, aan de waterkant. Met als grootste blikvanger het 66 meter hoge lcd-scherm dat één hele zijde van het gebouw beslaat en waar werken uit de collectie op getoond worden.

Lokaal klinkt de kritiek dat het museum weinig onthult over het Hongkong van nu. Zo wordt er geen kunst van de protesten in 2019 en 2020 getoond, zoals die overal in de stad op Lennon Walls te zien was. De muren in publieke ruimten die tijdens de protesten volgehangen werden met post-its, gedichten en tekeningen die pleitten voor vrijheid en democratie. Het huidige anti-Chinasentiment in de stad is ook vrijwel afwezig in de tentoonstelling Hong Kong: Here and Beyond. Doordrenkt van nostalgie laat deze expositie de transformatie en unieke visuele cultuur van de stad van de jaren zestig tot heden zien.

Antony Gormleys Asian Fields in M+. De duizenden beeldjes zijn gemaakt door Chinese dorpelingen. Foto Isaac Lawrence/AFP

Bezoekers bij 1995.2 van Fang Lijun. Foto Tyrone Siu/Reuters

Er is hier werk van de beroemde Hongkongse kalligrafie-straatkunstenaar King of Kowloon te zien en ook het werk Paddling Home van de lokale kunstenaar Kacey Wong, een kritiek op de extreme woningschaarste in de stad. De kritische Wong is eerder dit jaar naar Taiwan gevlucht, naar eigen zeggen vanwege de nationale veiligheidswet.

Curator Hester Chan beschrijft het museum als een kakofonie van beeld, geluid en creativiteit. „In dichtheid en kleur is het museum een afspiegeling van Hongkong, met als positieve verschil dat het gebouw van Herzog & de Meuron groot genoeg is om het allemaal een plaats te geven. Wij willen geen kunstmuseum zijn, maar een museum van visuele cultuur. Dat houdt in dat disciplines als design, architectuur, film en beeldende kunst bij ons op gelijke voet staan. We zien ze als uitingen van een groter, onderliggend fenomeen van visuele cultuur.”

M+ wil geen kunstmuseum zijn, maar een museum van visuele cultuur

Hester Chan curator M+

Een van de hoofdtentoonstellingen op de eerste verdieping van M+ kan na een korte wachtrij betreden worden: Asian Field van Antony Gormley. De zaal is gevuld met een installatie van tienduizenden beeldjes van klei, die de Britse beeldhouwer maakte samen met 300 dorpelingen uit een dorp net over de grens in de provincie Guangdong.

De tentoonstelling Things, Spaces, Interactions is gewijd aan internationaal design en architectuur van de afgelopen zeventig jaar. Hier staat onder andere de Kiyotomo sushi bar, ontworpen door de Japanse ontwerper Shiro Kuramata. De bar is afgebroken in Tokio’s Shinbashi district, verscheept naar Hongkong, en in het museum stukje voor stukje weer in elkaar gezet door Japanse werklieden. Het object is een hoogtepunt in de huidige presentatie van M+, met veel geduldige selfie-enthousiastelingen wachtend in de rij voor een moment alleen in de bar. Het is zo populair dat iedereen maximaal een halve minuut naar binnen mag.

Hier staan ook de Airborne Snotty-vazen van de Nederlandse ontwerper Marcel Wanders..

Qua grootte is M+ vergelijkbaar met het Londense Tate Modern en het New Yorkse Museum of Modern Art (MoMA). Foto Isaac Lawrence/AFP

In Azië zijn musea vaak imposant van buiten, maar valt de inhoud nog wel eens tegen. In het groots opgezette M+ zijn speelse en eigenzinnige exposities te zien van verrassende kwaliteit en met veel interactiviteit. Zo’n alomvattende aanpak, met mediatheek, drie cinema’s, een theater, een museumshop en een weidse daktuin, is nieuw in dit deel van de wereld. In deze cultureel diverse stad, waar ‘East meets West’, staat nu een serieuze plek voor hedendaagse visuele cultuur. M+ toont wereldwijde trends vanuit een Aziatisch perspectief, met Hongkong en China als uitgangspunt.

„Lokaal heeft Hongkong eindelijk een museum van formaat”, zegt Hester Chan. „Samen met onze collega’s in Singapore, Taiwan, Indonesië en Japan laten we een nieuw geluid horen vanuit Azië. Dat is goed voor de balans in de kunstwereld, waar lange tijd vooral een westers perspectief is geweest.”

M+ en het omliggende West Kowloon Cultural District zetten Hongkong op de kunstkaart. De stad die het tot voor kort vooral van commerciële kunst moest hebben, met de beurzen Art Basel en de Affordable Art Fair, veilinghuizen en galeries, heeft nu een museum van visuele kunst met internationale allure. Al is de stad door de strenge coronamaatregelen voor mensen van buiten Hongkong voorlopig niet te bezoeken.

Het museum is een werk-in-uitvoering. Bij elke nieuwe tentoonstelling zullen er vragen worden gesteld over mogelijke censuur of politieke inmenging, maar het museum lijkt vooralsnog vrij kalm te blijven onder de kritiek van buitenaf.