De nadelen van flexwerk? Daar staan werkgevers amper bij stil

Arbeidsmarkt Veel flexwerk kan de kwaliteit van een organisatie in gevaar brengen. Maar werkgevers hebben daar weinig oog voor, blijkt uit nieuw onderzoek.

Werkgevers voelen weinig verantwoordelijkheid om flexwerk terug te dringen, concludeert sociaal wetenschapper Lin Rouvroye.
Werkgevers voelen weinig verantwoordelijkheid om flexwerk terug te dringen, concludeert sociaal wetenschapper Lin Rouvroye. Foto Bart Maat/ANP

Wat vinden werkgevers zélf eigenlijk van flexwerk? En vooral: staan zij weleens stil bij de nadelige effecten ervan op hun personeel en hun organisatie? Het lijken simpele vragen. Daarom was sociaal wetenschapper Lin Rouvroye ook verbaasd dat hier zo weinig over bekend is.

Wie het nieuws volgt, kan al snel denken dat werkgevers alleen maar baat hebben bij flexwerk. „En het is waar dat er voor hen veel strategische voordelen aan kunnen zitten”, zegt Rouvroye, promovenda bij het demografisch instituut NIDI. „Maar er zijn ook nadelige gevolgen die op de middellange termijn beginnen te spelen.”

Zo kunnen kwaliteit en productiviteit van de organisatie verslechteren. De werkgever investeert minder in de training en ontwikkeling van flexibele arbeidskrachten, blijkt al jaren uit onderzoek, omdat van hen minder duidelijk is hoelang ze binnen het bedrijf blijven. Rouvroye: „Als je dan een groter deel van je personeel op flexibele basis aanstelt, nemen je investeringen in menselijk kapitaal dus af.”

Lees ook: Omscholen klinkt eenvoudiger dan het is. Dit zijn de vier grootste struikelblokken

Zijn werkgevers zich daar bewust van? Rouvroye besloot het zelf, met een aantal collega-wetenschappers, te onderzoeken. Directeuren, HR-medewerkers en leidinggevenden van bijna achthonderd organisaties vulden haar vragenlijst in. Eerder had Rouvroye 26 andere werkgevers uitgebreid geïnterviewd.

Haar conclusie: de meeste werkgevers hebben weinig oog voor de schaduwzijden van flexwerk. „Ze hebben het vertrouwen dat het zo’n vaart niet zal lopen.” Ten onrechte, zegt Rouvroye. „Op basis van de wetenschappelijke literatuur is er geen aanleiding om dat te denken.” Haar bevindingen verschijnen vrijdag in Demos, het tijdschrift van het NIDI.

Bedreiging voor kwaliteit

Toch kun je de resultaten ook positiever bekijken. Een substantiële groep werkgevers ziet de nadelen wél – ook al is het een minderheid.

Ruim 40 procent steunt de stelling dat flexcontracten vaak leiden tot „te veel bestaansonzekerheid bij jonge medewerkers”. Hetzelfde percentage erkent dat werkgevers geneigd zijn minder te investeren in de ontwikkeling van flexwerkers. En volgens een kwart van de ondervraagden bedreigt inzetten van veel flexwerkers de kwaliteit van hun diensten of producten.

Dat zijn best hoge percentages, vindt Rouvroye. „Deze werkgevers zien de problematische gevolgen die flexibele arbeidsrelaties kunnen hebben.”

Dat betekent nog niet direct dat zij daar conclusies aan verbinden, bijvoorbeeld door sneller vaste contracten te geven. Werkgevers voelen weinig verantwoordelijkheid om de toegenomen hoeveelheid flexwerk terug te dringen, concludeert Rouvroye. Dat is de taak van de overheid, hoorde ze in de diepte-interviews. „Dan werd er gezegd: daar is toch wetgeving voor?”

Grenzen van de wet

Als vanzelf zoeken veel werkgevers de grenzen van de wet op, ontdekte Rouvroye in de interviews. Dat verraste haar. Want die wetten zijn bedoeld als de „buitengrens” voor de inzet van flexibel personeel, zegt ze. „Daarin staat wat er in een uiterst geval mogelijk is.” Maar werkgevers zien die buitengrenzen als een „leidraad” voor gangbaar personeelsbeleid. Ook beschouwen werkgevers de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt veelal als vaststaand feit, merkte Rouvroye, waar zijzelf maar weinig invloed op zouden hebben.

Als het volgende kabinet minder flexwerk wil, lijkt het niet te ontkomen aan strengere wetten

Slechts een paar geïnterviewden vonden dat werkgevers een „collectieve verantwoordelijkheid” hebben voor de maatschappelijke gevolgen van een geflexibiliseerde arbeidsmarkt. Van de bijna achthonderd werkgevers die haar vragenlijst invulden, vond een kwart zelfs dat de flexibilisering alléén begrensd kan worden door wetgeving.

Vreemd, vindt Rouvroye, omdat werkgevers zelf ook veel invloed hebben. „De keuze voor het type arbeidsrelatie ligt grosso modo toch echt bij de werkgever. Mij is bij een sollicitatie nog nooit gevraagd: wat voor contract wil je? En dat ik kon zeggen: doe maar een vast contract alstublieft.”

De conclusies uit haar onderzoek kunnen ook nuttig zijn voor een nieuw kabinet. Het lijkt „vooralsnog voorbarig”, zo eindigt Rouvroye haar artikel in Demos, te verwachten dat werkgevers zelf het initiatief nemen om flexwerk in te perken. Dus als het volgende kabinet minder flexwerk wil, lijkt het niet te ontkomen aan strengere wetten. Rouvroye: „Dan voegen werkgevers zich waarschijnlijk vanzelf naar die nieuwe richtlijn.”