Opinie

Aanwaaien

Marcel van Roosmalen

Aan de keukentafel zat een vriend van vroeger. Hij was ergens leidinggevende geworden, had een bijeenkomst in de buurt en dacht: kom, ik ga eens onverwachts bij Marcel langs. Hij sprak zelf van aanwaaien. Hij was al bij heel wat mensen onverwachts aangewaaid. Hij noemde namen van studiegenoten. „In iedere plaats waar ik kom woont wel iemand van vroeger, en je komt er altijd achter waar.”

En zo was het nu ook gegaan.

„Ik liep bij die lunchroom naar binnen, vroeg of ze wisten waar ‘die gek’ woont en ze wezen me je huis.”

Ik wist om meerdere redenen nog niet hoe blij ik daar mee was.

Het aanwaaien was begonnen omdat hij door corona zijn functioneringsgesprekken in de natuur was gaan voeren.

De vestigingen van zijn fastfoodketen zaten overal.

„Best vaak in het bos, maar hier kan het ook. In het weiland.”

Nog nooit zo veel bewogen, hij had ook weleens iemand in het bos ontslagen. „Dan kunnen ze daarna geen kant op, dan moet je wel communiceren... Je loopt de frustratie eruit.”

Bij een van die wandelingen was hij na een pittig gesprek in een kuil gelopen. „Het viel me mee dat hij me eruit trok.” Arm gebroken, eerst gips, daarna drie maanden met een mitella. Hij had nog steeds last, dronk de koffie met rechts terwijl hij links is. Hij moest er eigenlijk aan geopereerd worden, maar dat werd steeds uitgesteld.

„Dat is dan toch ook corona”, zei hij op een toon alsof het virus hem ook veel moois had gebracht

De koffie was op, de gespreksstof ook.

Het was leuk dat er eindelijk eens iemand aanwaaide, maar het kwam me toch ook wel goed uit als hij weer wegwaaide. Was ik eindelijk een half uur alleen, zat ik opeens met een aanwaaier. Ik geloof dat ik dat ook uitstraalde want hij ging maar weer eens.

’s Avonds vond Lucie van Roosmalen zijn portemonnee, hij lag onder de krant.

Er zaten twee bankpassen in.

Ik vond hem op Twitter.

Ik hoefde niets op te sturen, hij had de passen al geblokkeerd. Hij nam die portemonnee nog wel een keer mee als hij weer kwam aanwaaien als hij in onze natuur een functioneringsgesprek had.

In mijn hoofd groef ik een gat.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.