René Wormhoudt, met grijze trainingsjas, laat spelers van het Nederlands elftal oefeningen uitvoeren.

ANP/Robin Utrecht

Interview

Waarom de conditietrainer dansles geeft aan het Nederlands elftal

René Wormhoudt, conditietrainer Nederlanders bewegen te weinig en zitten te veel. De conditietrainer van het Nederlands elftal is bezorgd en zoekt oplossingen. De belangrijkste: gevarieerd bewegen.

Eens in de paar maanden krijgt René Wormhoudt, fysiotherapeut, een stel „Ferrari’s” binnen. Die moet hij „zonder krasjes” weer afleveren, en ondertussen moeten ze fit blijven en daar liefst ook nog plezier aan beleven. Wormhoudt is de fysiek trainer van het Nederlands elftal. Geen man van de gebaande paden. Hij laat de Oranje-internationals dansen op muziek en ingewikkelde oefeningen doen waarbij ze tennisballen gooien en voetballen passen tegelijk.

De oefenvormen die hij de spelers van het Nederlands elftal laat doen, hebben een directe relatie met een strijd die Wormhoudt al jaren voert: hij wil dat Nederlanders beter gaan bewegen. Dus niet alleen topvoetballers, maar ook ouderen die veel thuis zitten of kinderen die aan hun beeldscherm vastgeplakt lijken. „We zijn zo weinig buiten dat we de grenzen van ons lichaam niet meer opzoeken”, zegt hij.

Het ministerie van Volksgezondheid schat dat er jaarlijks 5.800 mensen onnodig overlijden omdat ze te weinig bewegen. Iets meer dan de helft van de Nederlanders beweegt voldoende volgens de Gezondheidsraad. Nederlanders zitten dagelijks gemiddeld negen uur. Afgelopen zomer sprak een regeringsadviseur, de NLSportraad, nog van een „pandemie van bewegingsarmoede”.

Veiligheid boven gezondheid

Slecht bewegen begint ook de topsport te bedreigen, stelden vier sportbonden (hockey, tennis, volleybal en zwemmen) onlangs tegenover de NOS, terwijl schaatscoach Jac Orie in De Telegraaf „de noodklok” luidde over de achteruitgang van motorische vaardigheden bij de jeugd – het leidde tot Tweede Kamervragen van VVD en SP over bewegingsonderwijs.

„Ik vrees dat we dit op termijn gaan terugzien in de topsport”, zegt Wormhoudt. Hij ziet nu al meer polsblessures in het voetbal, omdat kinderen zich plat op hun handen laten vallen na een val. „Wie klimt er nog in bomen, wie haalt er nog een bal van het dak, wie springt er over een sloot? Bij het spelen val je, en dan ‘leert’ je lichaam hoe dat moet. Dat doen we dus sowieso te weinig. Maar we denken ook niet goed na over hoe te bewegen. Een zweefduik is uit het onderwijs gehaald – te gevaarlijk. We leggen rubberen tegels in speeltuinen – dan val je zacht. We vergeten dat die focus op veiligheid ten koste gaat van onze gezondheid.”

Lees ook: deze buurtsportcoach probeert arme kinderen in beweging te krijgen in de Utrechtse wijk Kanaleneiland

Zíjn antwoord op het probleem: een gevarieerder bewegingsaanbod. Balanceren, lopen, rennen, springen, gooien, vangen, slaan en schoppen van een bal – en dan het liefst allemaal door elkaar. In 2012 al ontwikkelde Wormhoudt er een speciaal model voor, samen met onder meer wetenschapper Geert Savelsbergh, bijzonder lector talentontwikkeling aan de Hogeschool van Amsterdam. Samen schreven ze er een boek over, Athletic Skills Model, dat inmiddels is vertaald in onder meer het Engels en Japans. Het is een wetenschappelijk onderbouwde manier van denken over bewegen, samengebracht in een ‘schijf’ van tien bewegingen – voor de topsport, breedtesport, het onderwijs, de gezondheidszorg en op straat. Inmiddels werken duizenden sportinstructeurs met het model.

Het idee is dat mensen van jongs af aan zo divers mogelijk bewegen. Een balansoefening wordt bijvoorbeeld gecombineerd met een valtraining. Want, zegt Wormhoudt, als je goed kunt vallen en dat ook durft, zoek je op een andere manier je balans. Sporttrainers moeten volgens hem ook niet alleen naar hun eigen sport kijken. „Tennis is oog- handcoördinatie, maar ook oog-voetcoördinatie. Die verbeter je door te voetballen. Het gaat om creatief met je lichaam omgaan”, zegt Wormhoudt.

Daarom begon hij midden jaren negentig al met judo-oefeningen en danslessen voor spelers van Ajax, waar hij jaren als fysiek trainer werkte, en doet hij dat nog steeds bij het Nederlands elftal. Wormhoudt: „Als ik oud-spelers als Rafael van der Vaart of Nigel de Jong tegenkom, beginnen ze daar vaak meteen over. Gaan ze die danspasjes maken. Ze begrepen dat ze te eenzijdig belast werden en dat ze creatiever werden van die oefeningen.”

De Zweedse ex-Ajacied Zlatan Ibrahimovic deed vroeger aan taekwondo. Hij staat bekend om zijn atletische spel.

Alberto Lingria/ Xinhua, AP Photo/Rich Schultz

Het is op elk niveau toepasbaar, zegt Wormhoudt. „Het woord ‘presteren’ heeft een negatieve connotatie, maar ik vind dat iedereen kan presteren.” Het kenniscentrum voor sport en bewegen onderschrijft zijn lezing. Zogenoemde ‘brede motorische ontwikkeling’ zorgt ervoor dat mensen langer blijven sporten, dat ze minder blessures en minder overgewicht krijgen.

Dat een brede motorische beweegopleiding goed is, staat wel vast. Maar of het méér mensen aan het bewegen krijgt, is niet duidelijk. Uit onderzoek van de VU Amsterdam bleek dit jaar dat de hersenen van sommige mensen hen minder ‘belonen’ voor sport – dat komt voort uit hun DNA. Voor hen is het dus sowieso minder aantrekkelijk om te sporten, gevarieerd of niet.

Wormhoudt richt zich vooral op hoe mensen bewegen, en veel minder op de vraag of ze bewegen. „Natuurlijk is die vraag het belangrijkste. Maar ik geloof: als bewegen uitdagender is, dan zullen meer mensen het willen doen. En het lukt nu eenmaal niet goed om mensen in beweging te krijgen. Het lijkt me winst als mensen gaan nadenken hoe we bewegen aantrekkelijker kunnen maken.”

Het is een vraag waarmee veel gemeenten, scholen en sportverenigingen worstelen. Niet zelden wordt hulp gezocht bij Wormhoudt, die bijvoorbeeld ook speelpleinen aanlegt in gemeenten. Het bedrijf verdient er goed aan en groeit flink (winstcijfers geeft hij niet), maar ergens vindt hij dat ook ongemakkelijk. Wormhoudt: „Blijkbaar bewegen mensen uit zichzelf zo weinig, dat buitenspelen vercommercialiseerd moet worden.”