‘Rooms-katholieke parochies lijden grote verliezen’

Ontkerkelijking Acht op de tien rooms-katholieke parochies lijden verlies, blijkt uit onderzoek van Trouw. Veel parochies ontkomen aan een faillissement dankzij eigen vermogen.
Bezoekers tijdens een viering in de rooms-katholieke Vituskerk in Hilversum.
Bezoekers tijdens een viering in de rooms-katholieke Vituskerk in Hilversum. Foto Jeroen Jumelet / ANP

Acht op de tien rooms-katholieke parochies draaien verlies. Dat blijkt uit onderzoek van Trouw en onderzoekscollectief Spit, dat dinsdag is gepubliceerd. Sommige parochies zouden volgens de krant tot nu toe dankzij eigen vermogen aan een faillissement ontkomen.

De in totaal 640 parochies schreven in 2020 een verlies van 15 miljoen euro, terwijl dat in 2019 nog ongeveer 10 miljoen euro was, zo blijkt uit de jaarrekeningen. De bijdragen van gelovigen namen in dezelfde tijdsperiode met 10 procent af — van 73 miljoen euro in 2019 naar 66 miljoen euro een jaar later. De coronacrisis is volgens Trouw een verklaring voor de verminderde inkomsten: tijdens de lockdowns kwam „bijna niemand in de kerk”, met grote consequenties voor de collecteopbrengsten.

Ontkerkelijking

Maar de krant stelt ook dat de financiële problemen van de rooms-katholieke kerk in Nederland het resultaat zijn van „een gestaag en langjarig proces van vergrijzing en ontkerkelijking”. Hoewel de rooms-katholieke kerk in Nederland zo’n 3,7 miljoen leden telt, draagt ongeveer een derde financieel bij op jaarlijkse basis. Slechts 4 procent van de leden (150.000 mensen) gaat „met enige regelmaat” naar de kerk.

De grootste kostenposten zijn salarissen (46 miljoen euro) en het onderhoud van (monumentale) kerkgebouwen (48 miljoen euro). Om de kosten te drukken, fuseren parochies en worden kerkgebouwen verkocht. Ook het eigen vermogen van veel parochies, zoals rendement uit beleggingen, biedt enig financieel soelaas. Bisdommen springen „alleen in uiterste nood” bij.