Opinie

Nederland opgelet: Duitsland wordt pro-Europeser

Europese politiek Met de nieuwe Duitse regering waait er een nieuwe wind in Berlijn. Nederland moet daarop inspelen, schrijven en .
Illustratie Hajo

In buurland Duitsland gaan ze „meer vooruitgang riskeren”. Zo luidt althans de titel van het regeerakkoord van de nieuwe Duitse ‘stoplichtcoalitie’ van SPD, Groenen en FDP. De drie coalitiepartners slaan de weg in van ingrijpende vernieuwing, met woorden als Paradigmenwechsel en Aufbruch. Weg met het conservatieve Duitsland, leve het moderne Duitsland!

Dat nieuwe Duitsland wordt gekenmerkt door digitalisering, de-bureaucratisering, technologische innovatie en een ongekend offensief klimaatbeleid. Kunnen we ook een Paradigmenwechsel verwachten in de Duitse Europese en buitenlandse politiek?

Het antwoord daarop luidt, op zijn Duits, jein. Afgaande op het regeerakkoord mogen we in post-Merkel Duitsland zowel continuïteit als serieuze koersveranderingen verwachten. De belangrijkste vernieuwing betreft de klimaattransitie. Duitsland, het industriële power house van Europa, is het ernst met het klimaatbeleid. Het wil in 2045 als klimaatneutraal industrieland economisch en technologisch in de mondiale Spitzenliga blijven spelen, en wil daarvoor alle mogelijke middelen inzetten.

Voor de Nederlandse economie die zo sterk van de Duitse afhankelijk is, heeft deze ecologische kwantumsprong enorme gevolgen. Duitsland ontketent weinig minder dan een Groene Industriële Revolutie. Om in het spoor te blijven zal Nederland zijn trage klimaatbeleid moeten versnellen, en het Nederlandse bedrijfsleven zal alle kansen moeten benutten die de Duitse omwenteling biedt.

Scherpere toon

In de Duitse internationale politiek is er continuïteit waar het om de trans-Atlantische relatie en de NAVO gaat. Die blijven, inclusief de nucleaire afschrikking, ook voor deze coalitie, essentieel voor de Duitse en Europese veiligheid. Opvallend is dat we weinig verandering zien in de Duitse houding ten opzichte van Rusland. Men houdt vast aan een constructieve dialoog. Hier lijkt de Ostpolitik van de Russland-verstehende SPD aan het langste eind te hebben getrokken. Nordstream 2 – de omstreden gaspijpleiding in de Oostzee, waar De Groenen vanaf wilden – wordt nergens in het akkoord genoemd.

Anders is dit bij China. Daar wordt een kritischere toon gezet, met een sterk op mensenrechten gebaseerd buitenlandbeleid, op initiatief van Groenen en FDP. Voor het eerst wordt in een Duits regeerakkoord China ‘systeemrivaal’ genoemd en worden de mensenrechtenschendingen in Xinjiang en Hongkong concreet vermeld.

Zo’n zelfde verscherping van toon zien we richting Polen en Hongarije, waar het de aantasting van de Europees-rechtsstatelijke principes betreft. Gelden uit het EU-Coronaherstelfonds worden gebonden aan het hebben van een „onafhankelijke justitie”.

Lees ook dit opiniestuk: Grote ambities Duitse coalitie zijn voorbode van grote teleurstellingen

Uitgesproken pro-Europees

Het verhaal van continuïteit of koerswending wordt complexer waar het om Europese politiek gaat. De vrees van Italië en Frankrijk voor een conservatief Duits begrotingsbeleid (in Duitsland zelf en in de EU) is half uitgekomen. De monetaire ‘havik’ Christian Lindner (FDP-leider) wordt de nieuwe minister van Financiën, en onder zijn leiding zal Duitsland een stabiliteitskoers blijven varen binnen de Economische en Monetaire Unie – met nadruk op prijsstabiliteit en soliditeit. Toch zijn in het akkoord, voor de fijnproevers, wel enkele openingen gecreëerd voor Europese investeringen, een Europese Bankenunie en eventuele hervormingen van het Groei- en Stabiliteitspact (waarin de begrotingsregels staan).

Per saldo is de stoplichtcoalitie een uitgesproken pro-Europees gezelschap. Dat zien we terug in de Europese stootrichting van het coalitieakkoord. De coalitie formuleert een federaal en „strategisch soeverein” Europa als einddoel. Zij zet in op de versterking van het Europees Parlement, transnationale kieslijsten, openbare Raadsvergaderingen en de afschaffing van het vetorecht in het Europees buitenlands beleid.

Hoewel niet echt van een paradigmawisseling in het Duitse Europese en buitenlandbeleid kan worden gesproken, waait er door Berlijn wel een andere Europese wind. De nieuwe coalitie zet duidelijk niet alleen meer in op de Merkel-doctrine van Zusammenhalt (de EU van 27 lidstaten koste wat kost bij elkaar houden), maar ook op verdere Europese verdieping en hervorming.

Met de rug naar Europa

Veelzeggend is dat de Ampel-coalitie expliciet zegt de Conferentie over de Toekomst van Europa te willen aangrijpen om een aantal hervormingen en, waar nodig, verdragswijzigingen, in gang te zetten. Die conferentie leeft in Nederland niet of nauwelijks, wat symbolisch is voor de onverschillige manier waarop in dit land met Europese politieke ontwikkelingen wordt omgesprongen. Het blijft een raadsel hoe een klein, sterk geïnternationaliseerd land als Nederland toch zo met zijn rug naar Europa kan staan.

De cruciale vraag is of politiek Den Haag zich voldoende bewust is van de potentiële koersverschuivingen binnen de Europese Unie, die met de nieuwe Duitse regering en een recent Frans-Italiaans Vriendschapsverdrag waarschijnlijker zijn geworden.

Wil Nederland niet opnieuw worden overvallen door Frans-Duitse initiatieven, zoals gebeurde in 2020 met het coronaherstelfonds, zal het veel beter moeten anticiperen op de Europapolitiek van de grote spelers. Het zal vroegtijdig aan de onderhandelingstafel moeten komen met goed doordachte plannen en initiatieven, wil het niet in de fuik van machteloos nee-zeggen en verliesstrategieën terechtkomen.

Net zoals de Nederlandse economie en het Nederlandse bedrijfsleven zich gedurfd en innovatief moeten verhouden tot de klimaatrevolutie van de grote Duitse economie, zo zal Nederland ook constructiever en slimmer zijn belangen en waarden moeten inzetten in de discussie over de toekomst van Europa.