Frans Bromet maakte een moedeloos stemmende docu over Israëlkritiek

Zap Zo moeilijk is het niet om antisemitisme te scheiden van kritiek op Israël. Maar naarmate Frans Bromets documentaire Alsof ik Palestina heb gestolen (KRO-NCRV) vordert, ga je je afvragen hoeveel mensen dat onderscheid wíllen maken.

Dries van Agt krijgt het te kwaad in Frans Bromets documentaire Alsof ik Palestina heb gestolen.
Dries van Agt krijgt het te kwaad in Frans Bromets documentaire Alsof ik Palestina heb gestolen. Foto KRO-NCRV

Socioloog Abram de Swaan publiceerde in 2005 in De Gids het geweldige essay ‘Anti-Israëlische enthousiasmes en de tragedie van het blind proces’ over hoe moeilijk het is om in Nederland een zinnig gesprek over het Israëlisch-Palestijnse conflict te voeren. „Maar al te vaak vermoeden joden een onderstroom van antisemitisme in een betoog dat wordt gebracht als oprechte en noodzakelijke kritiek op Israël. En veel tegenstanders van het Israëlisch beleid vinden dat de holocaust wordt aangevoerd om hun het morele recht te ontzeggen Israël te bekritiseren.”

Terloops schreef hij ook: „In de kern behelst de sociologie een tragisch besef van het menselijk bestaan.” De tragiek uit De Swaans essay is van begin tot eind voelbaar in Alsof ik Palestina heb gestolen (KRO-NCRV), de somber stemmende documentaire van Frans Bromet over, aldus de aankondiging, „het grijze gebied tussen antisemitisme en kritiek op Israël”.

Zijn onderzoek brengt hem naar de Amstelveenseweg in Amsterdam, waar een Syriër verschillende malen vernielingen aanrichtte in het koosjere restaurant HaCarmel. Geen antisemitisme, stelde zijn advocaat. De verdachte „wilde alleen kenbaar maken dat de situatie in Palestina mensonterend was”. Tja.

Er waren meer verhalen van agressie tegen joden: een man die een brandbom door zijn raam had gekregen, een rabbijn die op straat was aangevallen en een marktkoopman die vertelde over zijn buurman op de Albert Cuyp. Een geschikte kerel, veertien jaar lang, tot hij op vakantie ging naar Egypte en terugkwam „met een kaalgeschoren kop en een doek over zijn hoofd”. Nu stond de buurman hele dagen uit de Koran te lezen voor de winkel, tot hij op een middag de marktkoopman en daarna ook zijn zoon aanviel met een mes. Ze overleefden het op het nippertje, de dader werd ontoerekeningsvatbaar verklaard en kreeg tbs. „Wij werden vermoord en mensen draaiden hun hoofd om en liepen door”, zegt de marktkoopman bitter. Het klinkt als een citaat over 1943.

Natuurverschijnsel

In theorie is het een abc’tje: antisemitisme is onaanvaardbaar en kritiek op Israël is geen probleem. Maar naarmate Alsof ik Palestina heb gestolen vordert, ga je je afvragen hoeveel mensen dat onderscheid wíllen maken. Bromet vraagt Hanna Luden van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël waar de grens ligt tussen Israëlkritiek en antisemitisme. Haar antwoord gaat niet over het verschil, maar beschrijft een situatie waarin die twee samenvielen.

Zo is er veel dat moedeloos stemt in Bromets film. De voorzitter van Een Ander Joods Geluid stelt dat het Cidi critici van Israël de mond wil snoeren door hen van antisemitisme te beschuldigen. Op een Cidi-manifestatie in 2019 zegt Thierry Baudet (vergissen is menselijk, ook in de antisemitismebestrijding) dat antisemitisme in Nederland „geen natuurverschijnsel” is, maar een gevolg van „open grenzen”.

„Als u de tijd heeft, wil ik u wel even een verhaal vertellen”, zegt Dries van Agt tegen Bromet. De negentigjarige oud-premier was in 2015 in de buurt van Nablus, waar hij een Palestijnse boer sprak. Nachtenlang kwamen Israëlische kolonisten van hun heuvel om op de deur van het gezin te bonzen. Op een dag werd er gif in hun olijfboomgaard gestrooid, die via de melk van een geit in het eten van het driejarige dochtertje van het gezin was gekomen. Het kind lag in het ziekenhuis. Op dat punt van zijn verhaal gekomen, kreeg Van Agt het te kwaad. Niet met de kleine snik van de beheerste ontroering, maar met hoge uithalen, als een kind.

Het is verleidelijk om op zo’n televisiegeniek moment opinies over Dries van Agt te formuleren, maar misschien moeten we ons even beperken tot de tragedie. En de vaststelling dat het verhaal inderdaad om te janken was.