De eindafrekening van het derivatenschandaal: Vestia splitst zich op en de naam verdwijnt

Woningcorporatie Tien jaar na het derivatenschandaal schieten woningcorporaties Vestia een laatste keer te hulp. Het afgeslankte Vestia wordt opgesplitst. De sector is trots op dit reddingsplan – dat óók een zakelijke afweging is.

Interieur van het hoofdkantoor van Vestia in Rotterdam.
Interieur van het hoofdkantoor van Vestia in Rotterdam. Foto Novi Zijlstra

Het moet de eindafrekening zijn van een van de grootste speculatieschandalen ter wereld: de fraude met derivaten (renteverzekeringen) bij woningcorporatie Vestia, met een totale schade van ongeveer 2,7 miljard euro.

Omdat Vestia nu, tien jaar later, nog steeds in financiële problemen is, schieten 251 andere woningcorporaties te hulp, met een ‘leningruil’ ter waarde van ongeveer 650 miljoen euro. Ze nemen dure leningen van Vestia met een hoge rente over, in ruil krijgt Vestia er goedkopere leningen met lagere rente voor terug.

De Nederlandse Waterschapsbank (NWB) maakt de leningruil „technisch mogelijk”, zo maken Vestia en corporatiekoepel Aedes woensdag bekend. Verder helpen twaalf corporaties door woningen van Vestia en daaraan gekoppelde leningen over te nemen. Enkele kleinere corporaties doen een eenmalige schenking.

„Een geweldig teken van onderlinge solidariteit, zonder de zakelijkheid uit het oog te verliezen”, noemt bestuurslid Richard Feenstra het. Als de andere corporaties nu niet waren ingesprongen, had de eindafrekening namelijk later ook hoger kunnen uitvallen.

Vestia zelf, tien jaar geleden nog de grootste sociale verhuurder van Nederland met 90.000 woningen, wordt per 2023 gesplitst in drie corporaties, in Rotterdam, Den Haag en Delft-Zoetermeer. „De naam Vestia gaat volledig verdwijnen”, zegt Feenstra. „We gunnen ieder van deze corporaties een nieuwe start en een nieuwe identiteit. Vestia heeft weliswaar een grote naamsbekendheid, maar of we nou altijd even positief in het nieuws kwamen...”

Stiekem handeltje

Begin 2012 kwam via Het Financieele Dagblad naar buiten dat zich bij Vestia in Rotterdam een ramp voltrok. Kasbeheerder Marcel de V. had voor 23 miljard euro aan derivaten gekocht: grotendeels risicovol en speculatief. Het was een stiekem handeltje met tussenpersoon Arjan G., waaraan ze in de voorgaande jaren samen 20 miljoen euro aan provisie hadden verdiend. Toen de rente door de eurocrisis daalde, eisten de derivatenbanken honderden miljoenen aan onderpand.

Het risico ontstond dat Vestia hierdoor zou omvallen en andere woningcorporaties, die borg voor elkaar staan, zou meesleuren. Na harde onderhandelingen met de derivatenbanken kon Vestia alle vierhonderd renteverzekeringen in 2012 afkopen. De derivaten zijn omgezet in dure, langlopende leningen, waar Vestia nog steeds onder gebukt gaat. Andere corporaties moesten verplicht 675 miljoen euro noodsteun bijdragen van de toezichthouder. De fraudeurs zijn in 2018 veroordeeld tot celstraffen, oplopend tot drie jaar.

Lees deze reconstructie van het derivatenschandaal: Vestia: hoe smeergeld leidde tot systeemfalen

Permanent in herstructurering

„De afgelopen tien jaar is Vestia permanent in herstructurering geweest”, vertelt Feenstra. Om uit de financiële problemen te komen, heeft de corporatie 27.500 woningen verkocht. Bij vier grote reorganisaties is het aantal banen teruggebracht van 1.100 naar 600. De huren zijn steeds weer verhoogd, en het onderhoud aan woningen was „economisch” . Feenstra: „Wat er allemaal gedaan is, is bijna niet te geloven. Maar het bleek toch nog niet voldoende.”

Vestia was financieel gestabiliseerd, maar kon nauwelijks investeren in bouw en renovatie, en geen nieuwe financiële tegenvallers of nieuwe beleidsmaatregelen met extra kosten opvangen. De corporatie kwam de komende jaren in totaal 180 miljoen euro tekort om een fatsoenlijke huisvester te zijn, zei het bestuur in 2019 tegen NRC.

Mogelijk was nog een tweede ronde aan verplichte noodsteun van collega-corporaties nodig. Zo bleef ‘het spook van Vestia’ jarenlang boven de sector hangen.

„We hebben toen eigenlijk gezegd: dat is onze eer te na”, vertelt Aedes-voorzitter Martin van Rijn, voormalig staatssecretaris en minister namens de PvdA. „Huurders hebben er al tien jaar last van. Wij moeten als sector laten zien dat we in staat zijn dit probleem zelf op te lossen: in vrijwilligheid en solidariteit. In die zin vind ik deze oplossing positief bijdragen aan het imago van onze sector.”

Een tweede ronde verplichte noodsteun had „veel hoger” kunnen uitpakken, erkent Van Rijn. „Alle corporaties hadden die bijdrage dan op korte termijn, ineens moeten verschaffen. Het voordeel van deze leningruil is dat corporaties het afbetalen over veertig jaar mogen uitsmeren.” Zo wordt deze oplossing financieel draaglijk en zullen corporaties deze extra lasten „niet of nauwelijks” hoeven door te rekenen in huren, denkt Van Rijn.

De zogenoemde Advies Commissie Vestia verkende sinds vorig jaar oplossingen en peilde het draagvlak ervoor. Vestia heeft ongeveer 3,6 miljard euro aan leningen. Door een leningruil zouden haar jaarlijkse rentelasten dalen met 28 miljoen euro (van 166 naar 138 miljoen euro). Genoeg om „een sobere, maar financieel gezonde corporatie” te worden, die straks weer leningen kan afsluiten om te bouwen en renoveren, aldus de commissie.

„Vestia wordt er dus niet rijk van”, zo vat Van Rijn het samen, maar de drie nieuwe opvolgers moeten straks weer voldoen aan minimale, financiële vereisten.

Op een Aedes-congres in februari werd de leningruil door Aedes en Vestia voorgelegd als een billijk voorstel: kunt u instemmen met een „vrijwillige bijdrage” die per corporatie neerkomt op „1 euro per woning per maand” voor veertig jaar?

Een meerderheid van ruim 90 procent ging akkoord – al liep die bijdrage uiteindelijk op van 12 naar 14 euro per woning per jaar. Feenstra: „Ik heb Aedes-congressen meegemaakt waar lagere percentages werden gehaald. Het is meestal geen Noord-Koreaans gebeuren, hoor. Ze hebben allemaal een eigen mening daar.”

Opsplitsing

De opsplitsing van Vestia is de andere grote ingreep. De corporatie wordt per 1 januari 2023 verdeeld in drie zelfstandige corporaties in het huidige ‘kerngebied’ in Zuid-Holland: Rotterdam (27.000 tot 30.000 woningen), Den Haag (21.000 tot 24.000 woningen) en de regio Delft-Zoetermeer (12.000 tot 15.000 woningen).

Mocht een van deze drie corporaties onverhoopt alsnog in problemen komen, dan is er via het onderlinge borgstelsel geen ‘systeemrisico’ meer voor de volkshuisvesting, zegt Van Rijn. „Dan zijn de bedragen in ieder geval behapbaarder.”

Een aantal kleine woningcorporaties wilde geen nieuwe lening afsluiten en stortte liever een bijdrage in contanten. Twaalf corporaties in de regio Rotterdam kozen ervoor woningen over te nemen, met daaraan gekoppelde leningen. Het gaat onder meer om gemeenten als Barendrecht, Pijnacker-Nootdorp, Westland, Brielle en Zuidplas, vertelt Van Rijn.

Lees het rechtbankverslag: Erik Staal ging graaien na alle kritiek

Ook weigeraars

Enkele woningcorporaties weigerden de vrijwillige steun te geven. „Uiteindelijk een stuk of vijftien, zestien”, vertelt Van Rijn. „Een paar corporaties in het noorden van het land zeiden: wij hebben hier potentieel ook grote problemen door Groningen, de gasverzakkingen. Er waren corporaties die zeiden: we vinden het gevaarlijk om toezeggingen te doen wegens lopende projecten waarbij we onvoldoende zicht hebben op de financiële consequenties. Ten slotte waren er ook corporaties die hun raad van commissarissen of huurdersorganisatie niet konden overtuigen.”

Feenstra van Vestia heeft gepraat met een van de corporaties die weigerde om mee te doen. „Dan hoor je de afweging: wat doe ik met mijn geld? Is het bestemd voor mijn eigen huurders of voor de hele sector? Dat individuele corporaties die afweging maken, begrijp ik helemaal.”

Van het chagrijn over het derivatenschandaal en de verplichte noodsteun dat de volkshuisvesting jarenlang tekende, heeft Feenstra weinig meer gemerkt, zegt hij. „Ik heb heel veel mensen gesproken, en eigenlijk alleen positieve opmerkingen gehad. Iedereen voelt zich een beetje trots hier aan mee te kunnen doen.” Ook was er begrip voor alle bezuinigingen die Vestia al heeft doorgevoerd, zegt Feenstra.

Een aantal corporaties had aanvankelijk nog sterke reserves. Dat had bijvoorbeeld te maken met de discussie over afschaffing van de omstreden verhuurderheffing (nu circa 1,8 miljard). Het Rijk legde de corporaties die belasting in 2013 op, toen de maatschappelijke verontwaardiging over de Vestia-affaire en andere schandalen rond corporaties groot was.

Van Rijn: „Waarom zouden we vooruitlopen, dachten die corporaties bijvoorbeeld. Moeten we niet afwachten tot de overheid beslissingen neemt rondom de verhuurderheffing bijvoorbeeld?”

Dit doet de sector nu voor de huurders van Vestia, en voor Vestia zelf, zegt Van Rijn. „We laten daarmee zien wat we als corporaties kunnen. Maar voor de grote vraagstukken, zoals de woningbouwopgave, achterstallig onderhoud en verduurzaming van woningen, hebben we echt steun van het Rijk nodig in de vorm van aanpassing van de verhuurderheffing. We moeten van een crisisheffing naar een investeringsimpuls, volgens mij.”