Opinie

Besluit over komst datacentrum hoort niet thuis in de raad

lokaal bestuur

Commentaar

Zeewolde sorteert voor op de toekomst. Met de geplande komst van een gigantisch datacentrum van Meta, het recent omgedoopte moederbedrijf van sociale medium Facebook, is de gemeente in Flevoland een voorloper in de nieuwe digitale economie. Gigantische glimmende witte hallen, 20 meter hoog, 70 meter breed, 400 meter lang, vol met zoemende servers. Het gemeentebestuur kan niet wachten, want de gemeente, zo is vastgesteld in de wet en bekrachtigd door de rijksoverheid, die mag beslissen over de komst van het datacentrum.

En zo komt het dat de negentienkoppige gemeenteraad van Zeewolde (23.000 inwoners) de komende twee weken een besluit moet nemen over een miljoeneninvestering die het aanzien van het dorp drastisch zal veranderen, nauwelijks werkgelegenheid oplevert en een gigantisch beslag doet op het Nederlandse elektriciteitsnet. Volgens een ‘routekaart’ van het ministerie van Binnenlandse Zaken gaan alle datacentra in Nederland in 2030 samen 14 terawattuur per jaar verbruiken, bijna 12 procent van het huidige nationale stroomverbruik. En de komst van Meta naar Zeewolde mag dan formeel de zeggenschap van de gemeenteraad zijn, achter de schermen hebben het Rijk en de provincie fors hun best gedaan om het datacentrum in Zeewolde te krijgen.

Het verhaal over de komst van het datacentrum, dit weekend te lezen in NRC, is exemplarisch voor de manier waarop dergelijke grote projecten op de verkeerde plek van een politiek fiat moeten worden voorzien. Lokale politici zijn aangesteld om lokale belangen te behartigen. Altijd doen zij dit in deeltijd, omdat het werk als gemeenteraadslid volgens de wet minder dan veertig uur per week vergt (in de praktijk vaak wel) en al helemaal niet voltijds betaald wordt. Zeewolde heeft een begroting van ongeveer 35 miljoen euro, en het debat in de raad ging tot nu toe, in de woorden van een raadslid, over „natuur, woningbouw, lampjes op de bruggen”. Lokale kwesties, waar de lokale democratie zijn rechtvaardiging vandaan moet halen.

Daartegenover staat, in dit geval, Meta, een multinational met een jaaromzet van ruim 76 miljard euro en een jaarwinst van ruim 16 miljard, bijna 500 keer de begroting van Zeewolde dus. Een bedrijf dat zich gesteund weet door de Nederlandse overheid, die blij is met zulke bedrijven die in Nederland investeren. Dat zich bedient van ingenieursbureaus en van sjieke advocaten, dat bv’s opricht met verhullende namen als Polder Network om de activiteiten van de komst naar Zeewolde zo lang mogelijk geheim te houden. Dat lokale bestuurders naar de mond praat met mooie verhalen over groene energie en restwarmte.

De opdracht waar de raad van Zeewolde zich nu voor gesteld ziet, hoort niet op dat democratische niveau te liggen. Hoe betrokken, slim en onderlegd de raadsleden ook zijn, de komst van dergelijke datacentra overstijgt het belang van de lokale omgeving. Alleen al de impact die deze centra gaan hebben op de landelijke stroomvoorziening ,vergt planning en besluitvorming op een hoger niveau.

De landelijke overheid heeft de afgelopen jaren steeds meer verantwoordelijkheden op gemeentes afgeschoven. Deels uit opportunisme (bezuinigen), maar deels ook uit de vaak terechte overtuiging dat lokale politiek het best geëquipeerd is besluiten te nemen die aansluiten bij de leefwereld van de burger. Grote ruimtelijke ordeningsvraagstukken als de komst van datacentra horen daar duidelijk niet bij. Tijd om dat weer terug te draaien.