Hoe is het om een tiener te zijn tijdens de coronacrisis?

Tieners De mentale gezondheid van tieners lijdt onder het gebrek aan sociaal leven en het vele online onderwijs.

Sarah (14) kreeg het afgelopen jaar steeds meer negatieve gedachtes. „Buiten gebeurt van alles, maar hier is het stil.”
Sarah (14) kreeg het afgelopen jaar steeds meer negatieve gedachtes. „Buiten gebeurt van alles, maar hier is het stil.” Foto Dieuwertje Bravenboer

Daar zit Sarah (14) weer. Aan haar bureau in het lichtblauwe kamertje in Amersfoort. Op een meter afstand van haar bed. Ze heeft een kort kapsel met grove zwarte krullen en draagt grote oorringen. Het gesprek is via Teams, de digitale communicatieruimte die ze de afgelopen twintig maanden zo goed heeft leren kennen. Sarah heeft corona, milde klachten, en blijft zoveel mogelijk in haar kamer. Het doet haar denken aan de lockdowns. „Alsof je in een doos zit. Buiten gebeurt van alles, maar hier is het stil.”

Van het coronavirus worden de meeste tieners hooguit een beetje verkouden, maar de mentale gezondheid krijgt door het gebrek aan sociaal leven regelmatig een flinke klap, blijkt uit een reeks onderzoeken. Een op de zeven jongeren tussen de tien en achttien jaar heeft een gediagnosticeerde psychische aandoening, staat bijvoorbeeld in een vorige maand gepubliceerd rapport van Unicef, dat de mentale situatie van jeugd over de hele wereld onderzocht. Voor de crisis was dat nog een op acht.

Twee jaar geleden was Sarah een heel ander mens, zegt ze. Twaalf jaar, in de laatste groep van de basisschool. „Een kind.” Als hobby tekende ze Japanse animaties na. „Ik was blij.” Over de middelbare school dacht ze: „Dat wordt ”living the dream.” De eerste lockdown viel mee, want er werd op de basisschool niet veel van haar verwacht. „De leraren waren gestresst, maar wij vonden het prima. Twee weken vrij! Daarna werd het wel saai.”

Tijdens de tweede schoolsluiting, werd Sarah somber. Die begon toen ze krap drie maanden in de brugklas van de vrije school in Zeist zat. In het begin letten de docenten nog heel erg op, zegt ze. „Je moest je camera aan en alles.” Maar steeds vaker keken ze alleen of je naam wel in beeld stond. „Veel mensen deden hun camera uit.” Mensen die wel in beeld waren leken wel „zombies”.

Dat de coronacrisis tieners op deze manier treft, ligt aan de behoeften van het tienerbrein, zegt Jelle Jolles, hoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en ook gespecialiseerd in de hersenen van tieners. „Het sociale brein van de tiener is helemaal niet gericht op school, maar op de leeftijdsgenoot”, zegt Jolles. „Ze nemen feedback eerder van elkaar aan dan van een leraar. In deze fase leert een adolescent hoe te leven, de identiteit ontwikkelt zich.”

Het gevolg van „onderstimulatie” kunnen „gekke uitspattingen” zijn. „Kijk naar de rellen van de laatste weken”, zegt Jolles. Daar deden ook oudere tieners aan mee. „Ik hoor van veel leerkrachten dat ze nog nooit zo veel kinderen straf hebben moeten geven. Dat jongeren klieriger zijn.” Ook prestaties gingen achteruit, en die achterstand is nog niet ingehaald. Leerlingen in de onderbouw op middelbare scholen hebben vooral vertragingen opgelopen met Nederlandse leesvaardigheid (van gemiddeld 27 weken), blijkt uit de voortgangsrapportage van het Nationaal Programma Onderwijs, die eind oktober naar de Kamer werd gestuurd en gebaseerd is op vragenlijsten onder schoolleiders en analyses van toetsresultaten. Met rekenen lopen ze veertien weken achter.

Scrollen, scrollen, scrollen

Sarah schoof steeds vaker weg van haar bureau, om in bed te gaan liggen. Schooltijd bracht ze door met nieuws lezen op haar telefoon. Scrollen, scrollen, scrollen. „Veel over Palestina, daar komt mijn moeder vandaan.” Eerst volgden ze het nieuws samen, maar omdat haar moeder het te deprimerend vond, keek Sarah vaker in haar eentje. „Het werd een habit. Ik zag de wereld uiteenvallen. Er was niets om me van mijn gedachten af te leiden.”

Op een dag zag Sarah in een live-uitzending een flat in Gaza in elkaar storten, na een raketaanval. De druppel. „Ik brak. Het voelde alsof ik in een kuiltje in de grond zat. Niemand ziet je. Ik kreeg steeds meer negatieve gedachtes: je bent niet goed genoeg voor wat dan ook. Qua uiterlijk, qua gedrag.”

Een vriendin zag dat het niet goed ging en lichtte de mentor in. Sarah moest op gesprek komen. Tegen haar moeder hield ze vol dat het prima ging. „Op school stelden ze veel vragen, want ze willen zeker weten dat je niet naar huis gaat en er dan iets gebeurt.” Sarah was eerst boos op de vriendin die de mentor inlichtte, maar nu niet meer. Het afgelopen jaar heeft ze veel gesproken met een vertrouwenspersoon, die haar heeft geholpen om haar gedachten te ordenen en minder ongelukkig te zijn. Sarah vraagt zich af of de gevoelens die door de lockdown zijn aangezwengeld nu steeds zullen terugkomen.

Prikkelbaarheid en chagrijn horen wel een beetje bij jongeren, zegt Joyce Weeland, die aan de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzoek doet naar jeugdhulp in coronatijd. „Ze maken heel snel allerlei ontwikkelingen door: biologisch, cognitief en sociaal.” Jongere kinderen ontwikkelen zich veelal in contact met opvoeders, maar tijdens de adolescentie is het contact met leeftijdsgenoten hiervoor juist erg belangrijk. „De vraag is wat het op de lange termijn betekent als dit contact door covid grotendeels wegvalt.”

Het gaat best goed met Lisa (16), al krijgt ze hoofdpijn van alle tijd achter het scherm.

Oranje trui met gele bloemen

Net voordat Lisa (16) uit Breda inlogde op Teams verscheen er een lijntje bij de uitslag van haar zelftest: ook zij heeft corona. „Gek hè”, zegt ze met een glimlach. Ze draagt een oranje trui met gele bloemen en zit in de ‘studiekamer’ van haar huis. Lisa voelt zich niet slecht. Lisa en Sarah kennen elkaar van het jongerenparticipatieproject Speak Up, dat Unicef startte om met elkaar te praten over maatschappelijke thema’s. Ze zaten in het groepje dat sprak over mentaal welzijn. Allebei scrolden ze door hun Instagram toen ze een oproep zagen voor het opstellen van een jongerenadvies aan de politiek: wat kan beter? Laagdrempelige psychische hulp bieden in deze lastige tijd, was een van de uitkomsten. Sarah deed mee vanwege haar eigen gesteldheid, Lisa vooral omdat ze zag dat het niet goed ging met mensen om haar heen. Ze is best wel relaxed onder de pandemie gebleven.

„Online lessen waren heel zwaar om je aandacht bij te houden”, zegt Lisa. „Ik zat sowieso elke dag in mijn pyjama.” Maar in het begin bleef ze optimistisch. „Ik was heel geïnteresseerd in wat het virus was. Dat verhaal over die vleermuis vond ik heel boeiend, daar zocht ik alles over op. Maar na verloop van tijd, er waren zo veel persconferenties, wilde ik alleen maar dat het over was.”

Vooral in het begin van het online onderwijs kwam ze tot rust. „We mochten ons huiswerk tijdens de les doen en hadden daarna de hele middag vrij. Dan ging ik wandelen met vriendinnen of met mijn moeder, of de kledingkast opruimen. Of heel hard muziek opzetten met mijn moeder. Thuis er wat van maken.”

In haar vrije tijd tekent Lisa graag portretten, maar ook mode, en dat is ze tijdens het onderwijs op afstand juist meer gaan doen. „Soms onder de les.”

Toen de digitale lessen langer de norm bleven, moest Lisa haar huiswerk weer gewoon na schooltijd maken. „Daarna ging ik ook nog FaceTimen met vriendinnen. „Ik kreeg hoofdpijn van heel de tijd dat scherm.” Lisa maakt zich zorgen over de toekomst. „De crisis gaat nog jaren duren, denk ik.”

Lees ook deel 1 van deze serie: Bij de vierjarigen rollen de woorden ‘lockdown’ en ‘quarantaine’ er al vloeiend uit

‘100 procent’ heeft last

Volgens hoogleraar Jelle Jolles heeft „100 procent” van de tieners last van de pandemie. „Vorig jaar zei ik nog: als het de goede kant op gaat, komen ze er wel overheen. Het brein is flexibel. Maar nu is het al meer dan anderhalf jaar aan de gang, dat is wel heel erg lang. Volwassenen moeten helpen bij de ontwikkelingen die in normale tijden worden gestimuleerd door leeftijdsgenoten, zegt Jolles. „Om de achterstand in te halen moeten we kinderen met elkaar laten praten. En ze zelf vragen stellen. Wat was het vervelendste wat je hebt meegemaakt? Hoe heb je dat aangepakt? We moeten sociaal-emotionele processen een booster geven.”

Elke generatie houdt iets over aan de tijd waarin die leeft, zegt Jolles, maar wat dat voor tieners is, is koffiedik kijken. „Het kan ook een positieve ervaring zijn: ze leren dat niet alles wat ze willen mogelijk is, en worden misschien flexibeler.”

Haar verven

De eerste lockdown hielp Jennate (17) uit Peel en Maas in Limburg aanvankelijk om beter te focussen. „Ik kwam erachter dat ik best wel goed was in zelfstudie.” Juist toen de leerkrachten het zelf allemaal nog niet goed op de rit hadden. „Ik ging elke dag skateboarden om mezelf bezig te houden. En ik heb mijn haar vaak geverfd – paars, blauw, blond – om toch het gevoel te hebben dat er iets veranderde.”

Jennate (17) verfde haar haar meerdere keren om toch het gevoel te hebben dat er iets veranderde.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Naarmate de online lessen normaler werden, verloor Jennate haar focus. In de winterlockdown was skaten geen afleiding meer. Soms lag ze uren in bed, en op andere momenten was ze juist ontzettend hyper omdat ze haar energie niet kwijt kon. In die tijd werd ze gediagnosticeerd met ADHD. „Het botste heel erg met iedereen in huis. Ik maakte ruzie met mijn ouders, broertje of zusje. Opgekropte gevoelens kwamen eruit. Begin dit jaar heb ik medicatie gekregen waardoor het botsgedoe minder is geworden.”

Toen de coronacrisis begon was Jennate vijftien. „Ik ging niet echt uit. Maar nu ik richting de achttien ga en vwo-examen doe, lijkt het me wel leuk om dingen te doen.” Jennate, die haar halflange krullen in een middenscheiding draagt, haalt haar schouders op. „Teleurstellingen beginnen de norm te worden”, zegt ze. „Afgelopen zomer zou ik op vakantie gaan, in Marokko familie opzoeken. Ik zou op examenreis gaan. We zouden naar een kerstmarkt in Keulen. Het hoopt zich een beetje op. Ik raak er hopeloos van.”

Tot een paar weken terug dacht ze dat alles goed zou komen. „Ik was de crisis een beetje aan het vergeten.” Maar de nieuwe maatregelen leveren heel veel stress op, zegt ze. „Ik heb in mei examens. De onzekerheid over de toekomst drukt op mijn borst.” Een andere frustratie: de voetbaltraining die ze twee keer in de week had kan niet doorgaan omdat sporten na vijf uur niet meer mag. „Kan ik mijn energie weer niet kwijt.”

Vooral in het begin van de crisis zijn jongeren verkeerd aangesproken door „meneer Rutte en zijn ministerstaf”, zegt hoogleraar Jolles. „Alsof ze volwassenen zijn. Ze moesten zich niet zo aanstellen, voorzichtig zijn. Maar ze hebben de kennis en de beleving van een volwassene niet en kunnen consequenties van hun acties niet overzien. Je kunt de rups niet verwijten dat-ie niet vliegen kan.”

Lees ook: De lat ligt heel hoog voor jongeren