Necrologie

Wereldburger die na het Ahold-boekhoudschandaal het herstel van het concern in gang zette

Topbestuurder Als stuurman van een schip belandde de in Marokko geboren René Dahan in Nederland. Na Amerikaanse jaren als nummer twee van ExxonMobil speelde hij een sleutelrol bij het herstel van Ahold na het boekhoudschandaal.

Portret uit 2007 van toenmalig Ahold-president-commissaris René Dahan.
Portret uit 2007 van toenmalig Ahold-president-commissaris René Dahan. Foto Gerard Til

René Dahan wilde graag een ‘Beppie’ als afscheidscadeau toen hij in 2013 vertrok als president-commissaris van Ahold. Een ‘Beppie’, zo noemen ze bij Ahold in Zaandam (inmiddels Ahold Delhaize) het standbeeld van een vrouw met boodschappentassen dat in de hal van het hoofdkantoor staat. „Opdat wij niet vergeten voor wie wij werken”, is het opschrift.

Dahan, een sleutelfiguur in de recente, roerige geschiedenis van Ahold, overleed afgelopen weekend op 80-jarige leeftijd. Dick Boer, tot 2018 topman van het bedrijf, polste bij Dahans vertrek wat hij wilde voor zijn afscheid. Dat de keuze viel op een replica van het standbeeld – door Ab Hein, de kleinzoon van Albert Heijn, aan Ahold geschonken – is kenmerkend voor de visie die Dahan had op het bedrijf, zegt Boer: „Je wortels weer vinden.”

Toen Dahan, een in Marokko geboren Nederlander, in 2004 uit de Verenigde Staten naar Ahold werd gehaald, waren die wortels ver uit zicht geraakt. Het concern was bijna omgevallen na een boekhoudschandaal bij de Amerikaanse dochter US Foodservice en bij andere buitenlandse dochters. Omzetcijfers bleken kunstmatig te zijn opgepompt, aandeelhouders waren miljarden euro’s kwijtgeraakt, het vertrouwen in Ahold was verdampt.

Onder Dahan werd het vertrouwen geleidelijk hersteld. Een voorzitter van de raad van commissarissen neemt geen dagelijkse beslissingen, maar kan – zeker in of vlak na een crisissituatie – wel richting geven. En dat deed Dahan goed, meent Boer. Boer kreeg, voordat hij in 2010 topman werd van Ahold, van Dahan opdracht een strategische herziening door te voeren. Dat resulteerde erin dat het bedrijf voortaan alleen nog actief zou zijn op markten waar het nummer één of twee kon zijn. US Foodservice werd afgestoten.

Bestuurder de laan uit

Dahan was niet te beroerd om slecht functionerende bestuurders de laan uit te sturen. Dat gebeurde bij Anders Moberg, topman tot 2007. Het was „beter voor zijn carrière een stap te maken buiten het concern”, zo vatte Dahan zijn boodschap aan Moberg destijds hard samen. Grote internationale overnames deed Ahold niet in Dahans jaren, wel nam het in 2012 bol.com over – dat nu zelfstandig naar de beurs wordt gebracht.

Vooral geen grote nieuwe fouten maken na het boekhoudebacle, zo luidde onder Dahan het devies. In een interview met Het Financieele Dagblad in 2013 zei Dahan zelf: „Als je mij de keuze laat tussen risicomijdend zijn en daarmee geen ongelukken krijgen of risicovol opereren en daarmee accepteren dat je hier en daar een ongeluk krijgt, dan weet ik het wel. We hebben geen ruimte voor ongelukken.”

Dahan zat er als hoogste commissaris „bovenop”, zegt Jan Hommen, diens opvolger na 2013, aan de telefoon. Hommen was afkomstig van ING, waar hij bestuursvoorzitter was geweest. Daarvoor had Hommen al enige jaren samen met Dahan in de raad van commissarissen van Ahold gezeten. Hommen spreekt van „sterke discipline” en „controle” van Dahan, waarmee het bedrijf de chaos van de boekhoudaffaire te boven kwam. Zowel Boer als Hommen beschrijft Dahan als „direct” en „duidelijk”, maar ook als innemend mens.

Bijzondere levensloop

Het was ook iemand die wel eens zijn geduld kon verliezen. In 2012 botste hij tijdens een aandeelhoudersvergadering met Amerikaanse actievoerders, die naar Nederland waren gekomen om te protesteren tegen de manier waarop de Amerikaanse Ahold-dochter Giant Carlisle met zijn werknemers omging. Medewerkers zouden niet bij een vakbond mogen gaan. Een caissière uit Virginia kreeg zakelijk, maar fel repliek van Dahan. „U wéét dat u de kans zou hebben om bij de vakbond te gaan. We do not harass people. U wéét dat. Ik accepteer de aantijgingen niet.” Om kil te vervolgen: „U had deze trip naar Nederland niet hoeven maken.”

Dahans levensloop is allesbehalve standaard, voor iemand in de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Hij werd in 1941 geboren in het Marokkaanse Fez. Dahan volgde een zeemansopleiding in Frankrijk en deed in de jaren zestig als stuurman de Rotterdamse haven aan.

Hij werd verliefd op een Nederlandse en ging werken voor Esso. Dahan begon als technisch manager bij een raffinaderij in Rotterdam, en klom uiteindelijk op naar de positie van tweede man van ExxonMobil wereldwijd in de VS. Boer noemt Dahan een „wereldburger”. Hij sprak Arabisch, Frans, Spaans, Nederlands en Engels.

Lees ook dit interview (1991) met René Dahan: Topman Esso: Westen straks nog afhankelijker van OPEC Bewezen oliereserves in Midden-Oosten nemen steeds nog toe

Bewondering voor VS

Tijdens zijn Amerikaanse jaren was hij de Verenigde Staten gaan bewonderen. In een interview met NRC in 2004 zei hij, kort na zijn aantreden bij Ahold, dat de Europese verzorgingsstaat „elk initiatief aan het individu ontneemt”. In de VS, zei hij, „nemen de werknemers zelf de verantwoordelijkheid op zich voor baan en inkomen, terwijl in Europa mensen vaak denken dat iemand anders hen wel zal vertellen wat ze moeten doen”.

Dahan haalde in zijn beginjaren bij Ahold drie Amerikaanse commissarissen naar het bedrijf. Dat waren drie vrouwen, waarmee die in de raad van commissarissen bij Ahold kortstondig in de meerderheid waren. Destijds (2006) was dat uitzonderlijk, hoewel het nu overigens nog steeds niet erg gangbaar is.

Dahan hechtte sterk aan diversiteit in de raad van commissarissen, zei hij in 2010 in een interview met ondernemersnieuwssite MT/Sprout. „Bij aankoopbeslissingen (...) zie je dat vrouwen vaak doorslaggevend zijn (...) Met een groepje mannen was je mogelijk tot een ander standpunt gekomen, je zou sommige elementen misschien minder belangrijk gevonden hebben.”

En zijn eigen diverse achtergrond, speelde die in zijn carrière een rol? „Als ik het op mijzelf betrek, dan heb ik mijn rol en inbreng en het waarom van mijn succes op bepaalde plaatsen nooit gerelateerd aan het feit dat ik uit Marokko kom”, zei hij in hetzelfde interview. „Eerlijk gezegd denk ik ook niet dat ik het zou waarderen als iemand gutsy goede sier met mijn Marokkaanse roots zou maken.”