Grote bedrijven besparen minder energie dan vorig jaar

Convenant Staatssecretaris Yesilgöz (VVD) wijt de dalende prestaties op het gebied van energiebesparing aan de ouderdom van installaties.

Glasfabrieken bereikten vorig jaar 1,0 procent energiebesparing. Dat was meer dan het jaar ervoor.
Glasfabrieken bereikten vorig jaar 1,0 procent energiebesparing. Dat was meer dan het jaar ervoor. Foto Peter Hilz

Grote industriële bedrijven hebben vorig jaar minder energie weten te besparen dan in voorgaande jaren. Dat blijkt uit de rapportage over het zogeheten MEE-convenant dat ruim honderd bedrijven in 2009 met de rijksoverheid sloten.

De besparing bij raffinaderijen, chemische bedrijven en glasfabrieken bedroeg in 2020 gemiddeld 0,9 procent, terwijl de besparing in 2019 nog 1,2 procent was. De overheid beoogde met het convenant destijds dat bedrijven jaarlijks 2 procent op hun energiebehoefte zouden besparen. De afgelopen twaalf jaar bespaarden de grote bedrijven telkens gemiddeld 1,1 procent. Sinds 2009 is daarmee de ‘efficiency’ van de bedrijfsprocessen met 13,5 procent toegenomen.

Staatssecretaris Dilan Yesilgöz (VVD, Klimaat) stuurde onlangs de resultaten van het convenant naar de Tweede Kamer. Een goede verklaring voor de lagere energiebesparing heeft Yesilgöz niet. Wel geeft ze aan dat de resultaten door een klein aantal bedrijven sterk beïnvloed zijn; zestien deelnemers zijn goed voor 80 procent van het gezamenlijke energiegebruik.

Lees ook dit stuk van begin dit jaar: Grote bedrijven maken hun belofte om energie te besparen niet waar

Oude installaties

„Veel van hun installaties zijn meer dan vijftig jaar oud” en rendabel op energie besparen is volgens de staatssecretaris dan moeilijk „omdat vervanging van deze complexe installaties zeer hoge investeringen kent”. Corona kan volgens de brief ook een rol gespeeld hebben, omdat vorig jaar veel investeringen zijn uitgesteld.

Met name de metaalindustrie (1,5 procent) en de glasindustrie (1,0) zagen hun processen vorig jaar efficiënter worden. De raffinaderijen kwamen volgens de MEE-publicatie in 2020 op 0 procent besparing uit.

Anders dan kleinere bedrijven zijn de grootste niet wettelijk verplicht energie te besparen. Zij nemen wel deel aan het Europese handelssysteem ETS, waardoor zij over rechten moeten beschikken om CO2 uit te stoten. Op Prinsjesdag werd bekend dat ook de grote industrie een wettelijke verplichting krijgt. Kleinere bedrijven zijn al jaren verplicht op energie te besparen als een investering daarin in vijf jaar wordt terugverdiend.

Een ander convenant tussen overheid en bedrijven, MJA3 uit 2005, kon hogere besparingen melden. De 900 betrokken kleinere ondernemingen wisten vorig jaar 1,3 procent energie te besparen. Gerekend over de looptijd van het convenant kwam de gemiddelde besparing uit op 1,8 procent, wat neerkomt op een totaal van 26,5 procent.

De convenanten MEE en MJA3 beleefden in 2020 hun laatste jaar. Volgens Yesilgöz is het onduidelijk wat de meerwaarde is geweest van de afspraken tussen overheid en bedrijven. Dat komt volgens haar vooral omdat vergelijkingsmateriaal ontbreekt. Van bedrijven die niet deelnamen aan de convenanten zijn immers geen cijfers beschikbaar. „Ook zonder convenanten realiseren bedrijven besparingen”, schrijft ze aan de Kamer.