Wat weten we (niet) van coronavariant Omikron?

Coronavirus Variant Omikron is mogelijk besmettelijker dan de Deltavariant. Maar de studies die dat écht uit moeten wijzen nemen nog weken tot maanden in beslag.

In het quarantainehotel bij Schiphol zitten besmette passagiers van vluchten uit Zuid-Afrika.
In het quarantainehotel bij Schiphol zitten besmette passagiers van vluchten uit Zuid-Afrika. Foto Robin Utrecht/Hollandse Hoogte

Hoe besmettelijk is het, hoe ziek word je ervan, en werken de huidige vaccins er wel tegen? Dat zijn de drie kardinale vragen die beleidsmakers, wetenschappers en gewone burgers bezighouden nu overal ter wereld alarm wordt geslagen over de nieuwe Omikronvariant.

Steeds meer landen nemen voorzorgsmaatregelen. Geen of minder vluchten naar zuidelijk Afrika, beperkte toelating van mensen die daar zijn geweest. Of soms, zoals in het geval van Israël en Marokko, vrijwel volledige afsluiting van het land.

„Deze variant is een reden tot zorg, maar geen reden voor paniek”, zei de Amerikaanse president Joe Biden maandag. Vooralsnog is de beste reactie, in zijn ogen: vaccineren als dat nog niet is gebeurd en als het tijd is voor een boosterprik, en in publieke ruimte binnen een mondmasker dragen. Hij zei nu geen reden te zien voor een nieuwe lockdown. Hij onderstreepte dat het ook in het belang van de VS (en andere rijke landen) is om ervoor te zorgen dat wereldwijd veel meer mensen worden gevaccineerd.

Bidens belangrijkste Covid-adviseur, Anthony Fauci, waarschuwde voor speculaties over de Omikronvariant. „We weten het echt niet”, zei Fauci over de drie kernvragen. Volgens hem zijn er een tot twee weken nodig voordat antwoorden zijn te geven.

Hoe onderzoeken virologen die Omikronvariant en wat betekent de nieuwe variant voor de vaccins en voor de pandemie?

1 Wat is tot nu toe bekend over Omikron?

Sinds vorige week is de genetische code van de Omikronvariant bekend. Die laat zien dat het virus maar liefst 53 mutaties heeft ten opzichte van het oorspronkelijke virus uit Wuhan. Op basis daarvan maken wetenschappers een inschatting van wat die mutaties in theorie kunnen betekenen. Zo zijn er meer dan dertig mutaties die zich vertalen in veranderingen in het spike-eiwit: het uitsteeksel waarmee het virus de gastheercel binnendringt. Dat kan betekenen dat de Omikronvariant dat efficiënter kan doen. Daarnaast zijn er mutaties op plekken die belangrijk zijn voor de binding van antistoffen. Dat kan betekenen dat het virus sneller door eerder opgebouwde afweer kan heenbreken. „Maar dit weten we allemaal nog niet”, zegt Eric Snijder, hoogleraar moleculaire virologie aan het LUMC. „Dat moeten we eerst onderzoeken.”

2 Hoe kan dat onderzocht worden?

Onderzoekers kunnen het spike-eiwit laten namaken en in labschaaltjes meten hoe sterk het bindt aan antistoffen of aan de aanhechtingsplek (de receptor) van lichaamscellen. Die tests zijn in een paar weken te doen. Snijder: „Maar dan heb je dat spike-eiwit helemaal uit zijn verband gehaald. Je krijgt pas meer zekerheid als je met het complete virus aan de gang gaat, in celkweken en in proefdieren.”

Daarvoor moeten onderzoekers het virus isoleren uit patiëntenmateriaal en in het lab onderzoeken hoe makkelijk die virusdeeltjes cellen binnendringen, en hoe goed antilichamen zich eraan hechten. Maar celkweken en diermodellen zeggen ook niet alles over het ziekteverloop bij de mens, over onze immuunrespons erop, en over de verdere verspreiding van het virus, waarschuwt Snijder. „Dan is ook een epidemiologische analyse nodig”, zegt hij. „Hoe snel verspreidt de nieuwe variant zich in groepen mensen, en hoe ziek worden die daarvan?”

Dergelijke analyses gebeuren op basis van cijfers die landen bijeenbrengen over het aantal besmettingen per variant, en ziekenhuis- en IC-opnames. De Wereldgezondheidsorganisatie verzamelt die wereldwijd; het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) doet dat voor Europa.

Ook het RIVM levert daarvoor data aan. Snijder: „Maar die eerste cijfers moet je voorzichtig interpreteren. Groepen mensen kunnen verschillen qua leeftijdsverdeling, vaccinatiestatus en gedrag. Het is nu echt nog te vroeg om conclusies te trekken.”

3 Hoelang duurt het voor er antwoorden zijn?

Zowel de labtests met echte virusdeeltjes als de epidemiologische studies zullen minstens enkele maanden in beslag nemen. Voor die tijd kunnen we niet met zekerheid zeggen of eventuele veranderingen in de pandemie écht samenhangen met de nieuwe variant, benadrukt Snijder. „Iedereen wil nu als eerste iets roepen, alleen op basis van die genetische informatie. En daarbij melden veel media liever iets ‘nieuws’ dan iets geruststellends. Maar het kan best zijn dat Omikron uiteindelijk toch een storm in een glas water blijkt, met een beperkte invloed op het totaalplaatje.”

4 Hoe erg is een eventuele extra besmettelijkheid?

Als Omikron besmettelijker maar ook minder dodelijk is, is dat dan goed nieuws? Niet per se, volgens Marino van Zelst, postdoconderzoeker infectieziektemodellering aan Wageningen UR. Hij gaf dit weekend op Twitter het volgende getallenvoorbeeld: stel dat tien besmette personen gemiddeld twaalf anderen besmetten, dat dit elke vier dagen gebeurt, en dat van alle besmette mensen 0,5 procent overlijdt. En stel dat op tijdstip nul 10.000 mensen zijn besmet. Dan levert dat na een maand 196 doden op.

Stel nu dat de nieuwe variant 20 procent besmettelijker is, maar wel 50 procent minder dodelijk. Dan zijn na een maand 385 mensen overleden. Twee keer zoveel dus. Maar het verschil loopt op met de tijd. Na nóg een maand is het verschil een factor 15.

Hoe dat kan? De dodelijkheid correleert lineair met het aantal doden, maar voor besmettelijkheid is dat verband exponentieel. Of, zoals Van Zelst het uitdrukt: „Verlaagde sterfte is lineaire winst. Verhoogde besmettelijkheid is een exponentieel probleem.”

5 Kunnen de vaccins een update krijgen?

De vaccinfabrikanten Moderna en Pfizer zeggen binnen enkele maanden een aangepast boostervaccin klaar te kunnen hebben tegen de Omikronvariant, mocht dat nodig blijken. De mRNA-code in het vaccin moet dan vervangen worden door die van de nieuwe variant, of aan het bestaande vaccin worden toegevoegd. Dat kan binnen een paar dagen, maar daarna moeten de nieuwe vaccins nog een serie tests ondergaan én worden geproduceerd. Pfizer denkt het binnen honderd dagen te kunnen leveren, Moderna geeft aan twee tot drie maanden nodig te hebben. Beide bedrijven, en ook AstraZeneca, werkten al aan verschillende updates van hun vaccins tegen nieuwe varianten zoals Alfa, Bèta en Delta. Alfa was de variant die eind 2020 opdook in het Verenigd Koninkrijk, Bèta werd rond diezelfde tijd voor het eerst gezien in Zuid-Afrika en Delta is de besmettelijkere variant uit India die nu dominant is in West-Europa.

Moderna testte al of een booster met een hogere dosis van het bestaande vaccin, dus tegen het originele virus, betere antistoffen opwerkte, en controleert nu of deze antistoffen Omikron beter inactiveren dan na een gewone booster. Ook maakte het bedrijf al vaccins gericht tegen bepaalde mutaties van de Bètavariant, en vaccins tegen een combinatie van Bèta en Delta. Veel van die mutaties komen ook voor bij Omikron, dus mogelijk werkt zo’n combinatievaccin ook daartegen. Ten derde werkt Moderna aan een vaccin specifiek gericht tegen Omikron, liet het bedrijf vrijdag in een persbericht weten.

Ook Pfizer met BioNTech testten al eerder vaccins tegen Bèta, en tegen een combinatie van Alfa en Delta. Ze maakten vandaag bekend met onderzoek naar de Omikronvarariant te beginnen.

Alle fabrikanten, ook AstraZeneca en Janssen, onderzoeken hoe effectief hun bestaande vaccins zijn tegen Omikron. Dat zal naar verwachting de komende weken duidelijk worden.

Van AstraZeneca liepen al studies in landen waar de variant is gezien, waaronder in Botswana. Het bedrijf hoopt daar een beeld te krijgen van de bescherming tegen Omikron. Janssen maakte maandag bekend een Omikron-specifiek vaccin te ontwikkelen.