Recensie

Recensie Muziek

Pianist Alexander Gavrylyuk speelt Prokofjev als een maniak

Klassiek Het voorlopig laatste avondconcert in het Concertgebouw bracht meesterpianist Alexander Gavrylyuk naar Amsterdam. Hij opende met een gevoelig gespeelde ‘Eerste’ van Sergej Prokofjev.

Chef-dirigent Elim Chan en het Antwerp Symphony Orchestra in 2019.
Chef-dirigent Elim Chan en het Antwerp Symphony Orchestra in 2019. Foto Vincent Callot

Een avondconcert: zaterdag kon het gelukkig nog. Het Concertgebouw in Amsterdam verwelkomde het Antwerp Symphony Orchestra onder leiding van chef-dirigent Elim Chan, dat een uurtje muziek van Sergej Prokofjev, Nikolaj Rimski-Korsakov en Gustav Mahler verzorgde.

Voor Prokovjevs Eerste pianoconcert schoof de Oekraïens-Australische meesterpianist Alexander Gavrylyuk aan. Gavrylyuk en Chan vielen wat lompig met de deur in huis; de balans tussen piano en orkest helde in de eerste maten zo ver over naar orkest, dat de uitkomst een brij werd. Zodra de eerste solistische pianopassages klonken, vond het orkest gelukkig een passender dynamiek. Gavrylyuk speelde vooral in het eerste deel als een maniak, maar zonder uit de bocht te vliegen. In het langzame tweede deel wist hij juist een gevoelige snaar te raken, waarbij zijn ragfijne arpeggio’s in de hogere registers gesteund werden door een fijngevoelige zachte klank in de eerste violen en een blazerssectie die als een orgel zo zuiver speelde. Helaas eindigde het pianoconcert een beetje slordig en ongelijk.

Lees ook: ‘Alles draait om schoonheid’

Uitstekende balans

Dezelfde slordigheid ontsierde het slot van het eerste deel van de orkestsuite die Rimski-Korsakov maakte van zijn opera Het sneeuwmeisje. De violen, de ene helft plukkend, de andere strijkend, eindigden niet samen. Maar op dat slot na klonk de suite verdienstelijk; Rimski-Korsakovs talent voor orkestratie werd met een uitstekende balans tussen de verschillende instrumenten op een voetstuk geplaatst. Chan liet de muziek in het laatste deel dansen en gaf de percussionisten een glansrol. Zeker tegen het einde klonken ze als één enkele drummer.

Het slotstuk van de avond, Mahlers Totenfeier, begon goed met een zeer zuiver gespeeld thema van de celli en contrabassen. Ondanks dat de samenklank goed was, leed ook dit stuk onder slordigheden, waaronder een vals spelende hoornsectie en slordige tuttipassages aan het slot.