Ruben Smit - Persoonlijk Landschap. Perspectief Zonder Horizon. ‘Beuk reikt zijn hand’.

Foto’s Ruben Smit

Interview

Natuurfilmer Ruben Smit: ‘Ik leefde als een vleermuis in een hol’

Ruben Smit Cameraman en fotograaf Na een tekenbeet leed natuurfilmer Ruben Smit aan de ziekte van Lyme. Tijdens zijn herstel fotografeerde hij met een analoge Pentax de natuur dicht bij huis.

In de imposante natuurfilm De Nieuwe Wildernis (2013) van Ruben Smit draafden wilde konikpaarden door de Oostvaardersplassen. Vechtende mannejeszeehonden op zandplaten in het waddengebied toonde hij in de documentaire Wad (2018). Alles wat Smit (50) filmde was groots, overweldigend, dynamisch. Zoals volgens hem de natuur dat ook is.

Ook het succes van De Nieuwe Wildernis was overweldigend. Smit verwierf er als cameraman en veldregisseur een Gouden Kalf mee en de film werd een van meest bezochte Nederlandse films. Nu is een nieuw fotoboek van hem verschenen, Perspectief zonder horizon. Persoonlijk landschap. Hierin is niets groots, maar alles klein: details van een vallend blad, een paddestoel, een natuurstilleven van boomwortels, lichtval in een spinnenweb, de schoonheid van kroos.

Ruben Smit - Persoonlijk Landschap. Perspectief Zonder Horizon. Verval op bodem.

Wat was er gebeurd? Op een dag in maart 2019 kwam op slag zijn leven tot stilstand: hij liep door de bossen van zijn woonplaats Leuvenheim aan de Veluwezoom en opeens begon alles hem te duizelen, hij moest zich vastgrijpen aan een boomstam. „Ik kreeg zware migraine-aanvallen en kon nauwelijks nog zien, werd extreem gevoelig voor licht en geluid”, vertelt hij als we over hetzelfde bospad lopen. „Ik kon nauwelijks nog menselijke aanwezigheid verdragen. We hebben drie kinderen, van wie de jongste vier is. Als zij in huis waren, was het alsof er honderd mensen op visite kwamen. Ik trok me terug. Het was of plots het licht uitging.”

Ruben Smit - Persoonlijk Landschap. Perspectief Zonder Horizon. Uit de as herrezen.
Foto’s Ruben Smit

Tekenbeet

Smit leed na een tekenbeet aan de ziekte van Lyme. „Die sloeg bij mij in de hersenen door de Borrelia-bacterie. Mijn neurosysteem werd aangetast. Talloze antibiotica-kuren en therapieën volgden. Ik belandde in de schimmige wereld van de ernstig zieken en schaamde me daarvoor. Ik kon alleen het donker verdragen en leefde als een vleermuis in een hol. Weg ambitieuze filmplannen en openbare optredens. En de kinderen hadden een zieke vader die in het donker leefde.”

Lees ook: ‘De zeehond is een veel spannender roofdier dan de wolf’

Na drie maanden, in de zomer van 2019, vond hij iets van herstel. In zijn studio vond hij een analoge Pentax 67II-camera, nog van voor het digitale tijdperk, met een filmrol dus van twaalf opnamen per keer. Want met digitale camera’s met knopjes, lampjes en beeldscherm kon hij niet langer werken. Hij besloot elke ochtend in alle vroegte een uur te gaan wandelen, op de grens van nacht en dag. Langer hield hij niet vol. Vanuit zijn huis ging hij het bos in, gewapend met de Pentax op statief. „De Pentax heeft een beeldformaat van 6 x 7. Omdat deze camera een groot beeldvlak heeft, treedt er weinig vertekening op. Hij laat precies zien wat jij ook ziet. Dat bepaalde ook mijn blikveld en dus de artistieke betekenis van de foto’s. Ik kon lang stilstaan in het bos en om me heen kijken, naar alles waaraan ik in die almaar voortrazende jaren voorbij was gegaan. Ik keek vanaf 1.80 meter in een schuine hoek naar de bosgrond, de bomen, de bladeren en zag daardoor geen horizon. Dat paste bij mijn levensgevoel van die tijd, alsof ik geen perspectief en toekomst had, geen horizon dus. En dat was voor mij ingrijpend, want ik filmde juist altijd grootse panorama’s, weidsheid en verre horizonten. Dat was vanaf nu onmogelijk, dan draaide het me voor de ogen. Ik ging anders naar de natuur kijken. Ook zag ik symboliek die ik nooit eerder had gezien, zoals de hemel die zich weerspiegelt tussen het kroos in een sloot vlak aan mijn voeten of jonge planten die desondanks beginnen te groeien op de bodem van een opgedroogd vennetje.”

Of hij zag dode wortels als een lijkwade. Een van zijn inspiratiebronnen is de Amerikaanse fotograaf Eliot Porter met zijn Intimate Landscapes (1979). Zo zat Smit een keer op de bosgrond, leunend tegen een boom. Hij hoorde, door zijn hypersensiviteit, een enorm lawaai. Het bleek een mierenkolonie, dat had hij nooit eerder gehoord. Hij maakte er een schitterende foto van: de kolonie levend tussen dode wortels.

Ruben Smit - Persoonlijk Landschap. Perspectief Zonder Horizon. Mierhoop-Anthill 3.

Ecoloog

Dat Smit de ziekte van Lyme opliep, had ook iets ironisch: als jonge ecoloog en wetenschapper aan de Wageningen University deed hij onderzoek naar teken. Hij constateerde dat de parasiet een voorkeur heeft voor kleinschalige landschappen. Daar zitten relatief veel gastheren voor de teek, zoals kleine zoogdieren met een hoge Lyme-besmettingsgraad. Dus de Nederlandse volksgezondheid zou gebaat zijn het landschap niet langer stuk te maken door het te versnipperen.

De poëtische, begeleidende teksten bij de foto’s geven aan dat er geleidelijk genezing en vooral ook inzicht is gekomen, dankzij dat anders kijken naar de natuur, zoals in deze tekst over een beukenboom: „Een oude beuk met brede takken reikt me denkbeeldig zijn hand. Ik heb geen haast meer, ik ben nu.” Smit zoekt nog steeds, net zoals in zijn films, naar het karakter of de identiteit van een landschap. „Dat zal nooit veranderen”, noteert hij, en „het biedt mij houvast.”

Omslag van Perspectief zonder horizon. Persoonlijk landschap van Ruben Smit.