Kamer zoekt naar ‘handrem’ op omroepen en nepnieuws

Mediawet In zijn laatste mediadebat hield minister Slob de Kamer voor dat bij het toetsen van journalistieke integriteit bij de NPO de huidige regels volstaan.

Arie Slob (Media, CU).
Arie Slob (Media, CU). Foto ANP

De VVD, de grootste fractie in de Tweede Kamer, wil een effectievere „handrem” om op te treden tegen omroepen die tijdens hun erkenningsperiode over de schreef gaan. Kamerlid Pim van Strien wil met tussentijdse adviezen van de NPO, de Raad voor Cultuur en „partners als de Raad voor de Journalistiek” kunnen optreden tegen een omroep die zich niet aan de „kernwaarden” van de publieke omroep houdt.

PvdA-Kamerlid Habtamu de Hoop suggereerde maandag, tijdens een debat met demissionair minister Arie Slob (Media, ChristenUnie), om in de Mediawet vast te leggen dat omroepen zich moeten aansluiten bij klachtenorgaan de Raad voor de Journalistiek (RvdJ), „om te waarborgen dat we niet door de ondergrens zakken”. Hij doelde daarbij op de omroep Ongehoord Nederland (ON), die volgend jaar op tv mag.

Minister Slob, die deze zomer besloot ON en Omroep Zwart een concessie te verlenen, stelde in zijn laatste debat met de mediacommissie dat verplichte erkenning van de RvdJ onwenselijk is. „Dat hebben we altijd als zelfregulering gezien.”

De ombudsman van de NPO is bevoegd oordelen te vellen bij klachten over programma’s bij de publiek omroep. En het Commissariaat voor de Media kan bij het vermoeden van overtreding van de Mediawet, en de daarin geformuleerde „publieke waarden”, onderzoek doen. Bij twee overtredingen kan intrekking van de erkenning volgen. Deze procedure is volgens de VVD echter „nogal lang”.

Frits van Exter van de Raad voor de Journalistiek zegt tegen NRC zich te kunnen indenken dat de VVD „verwacht dat omroepen wat betreft hun journalistieke programma’s meewerken met de Raad voor de beoordeling van klachten. Dat is onze primaire taak. Adviseren zou nieuw zijn.”

De Raad voor de Journalistiek wordt niet over de volle breedte van het journalistieke landschap erkend. BNNVARA trok zich bijvoorbeeld terug toen de Raad een negatief oordeel velde over een Zembla-uitzending over de granuliet-affaire. De nieuwe omroep Ongehoord Nederland liet afgelopen juli nog aan de Volkskrant weten nog na te denken of ze Raad zal erkennen. Op vragen van NRC reageert Ongehoord Nederland niet.

Mediaminister Slob: ‘Het huis van de publieke omroep is wel erg vol’

Een ‘proeve’

Het debat vond plaats naar aanleiding van een Kamerbrief waarin Slob een eerste „proeve” presenteerde voor toetsingscriteria voor nieuwe en bestaande omroepen. Om de relevantie van omroepen kritischer te beschouwen, liet Slob het volgende kabinet een onderzoek na. Daaruit moeten, als een nieuwe erkenningsperiode (na 2026) in beeld komt, toetsbare criteria gedestilleerd worden over bijvoorbeeld afgebakende identiteit van de achterban van omroepen. Tot nu toe was het ledental de enige harde eis: met 50.000 leden en een beleidsplan kwam een omroep er wel door.

Ondanks stevige kritiek adviseerden de Raad van Cultuur, de NPO en het Commissariaat voor de Media afgelopen zomer positief over de toetreding van Omroep Zwart en ON. De Hoop (PvdA) sprak van een „systeem dat niet werkt wanneer publiek geld wordt aangewend om desinformatie te verspreiden en de democratie te ondermijnen”. Ook D66-Kamerlid Jorien Wuite uitte haar zorgen.

PVV-Kamerlid Martin Bosma begon het debat met het kapittelen van de NOS en greep daarbij terug op de opening van het Acht Uur Journaal op 12 januari 2017. Dat item ging over het zogeheten Steele-dossier, waar belastend informatie over de die maand beëdigde Amerikaanse president Donald Trump zou staan. Alles wijst erop dat dit document gebaseerd is op roddel en achterklap. Bosma vindt dat dit ook desinformatie is en hij vroeg Kamerleden die kritisch zijn op ON of de NOS dan ook opgeheven moet worden om het verspreiden hiervan.

Slob bestreed de vaststelling van Bosma dat het NPO-diversiteitbeleid – 15 procent van de mensen op tv moet een biculturele achtergrond hebben of anderszins een minderheid vertegenwoordigen – leidt tot „raciale quota” en „etnisch profileren”. Bosma sprak van een „dramatische beleidswijziging” die is ingezet onder de deze maand afzwaaiende NPO-voorzitter Shula Rijxman. „De wijze waarop invulling wordt gegeven aan inclusie is een taak voor de NPO”, zei Slob. „Wij gaan niet op die stoel zitten. Maar uiteraard moeten ze dat doen binnen de privacywet en -regels.”