Vier maanden na de overstromingen ligt het puin nog in de straten van Pepinster

Wederopbouw Wallonië Ruim vier maanden na de ramp en met de winter voor de deur voelen veel Waalse burgers zich in de steek gelaten.

Ravage in Pepinster na het overstromen van de rivier de Vesdre.
Ravage in Pepinster na het overstromen van de rivier de Vesdre. Chris Keulen

Marthe Garsoux (65) is net haar lunch aan het eten. Gordijnen heeft ze niet, dus iedereen die langs haar huis loopt in de hoofdstraat van Pepinster kan haar zien zitten terwijl ze brood in twee gebakken eitjes sopt aan haar formica tafel, zittend op plastic tuinstoelen. Het is zowat het enige wat in haar woonkamer staat.

Ze is allang blij dat ze in haar huis nu eitjes kan bakken. En dat het warm is: buiten is het vijf graden, maar binnen knettert de pelletkachel, het enige andere meubel in de ruimte. Alles op deze verdieping is Marthe Garsoux deze zomer bij de overstromingen van de rivieren in het Waalse dorp kwijtgeraakt. „De keuken, onze vorige kachel, de meubels: alles was kapot.” De muren zijn gestript en er is enkel kale baksteen overgebleven. „We wachten nog op de stukadoor.”

Ruim vier maanden na de overstromingen in Wallonië wordt de schade inmiddels geraamd op zo’n vier miljard euro, twee keer zoveel als Wallonië kort na de overstroming al besloot uit te trekken. Het gewest is een renteloze lening van een miljard aangegaan bij de verzekeringssector, en leent ook voor 1,2 miljard euro bij de federale overheid. De budgettaire schok zal nog jaren, zo niet decennia te voelen zijn in de regio.

Een foto vlak na de overstromingen in juli (links) en een van de huidige stand van zaken (rechts).Chris Keulen

Het probleem is niet enkel economisch. Gas, elektriciteit, telecom, wegen en spoor zijn op veel plaatsen langzaamaan hersteld, maar ruim 38.000 woningen verspreid over Wallonië werden beschadigd, zeker 642 volledig verwoest. Het werk daaraan lijkt maar langzaam te vorderen. Langs de rivieren liggen spookdorpen waar vooral bouwvakkers te zien zijn. Slechts op sommige plaatsen brandt licht, veel huizen zijn dichtgetimmerd of afgezet met politielint. Niet iedereen die thuis kon blijven wonen heeft alweer warm water – en dan staat de winter voor de deur. Mensen vertellen dat het lastig is om aan een werkende cv-ketel te komen: installateurs zijn volgeboekt, onderdelen uitverkocht.

Lees ook onze reportage kort na de overstromingen in Pepinster: Pepinster ruimt voortvarend de modder op, maar maakt zich zorgen over de toekomst

Afbraakstadium

In het centrum van Pepinster is van wederopbouw nog nauwelijks sprake. De straatverlichting is op veel plaatsen terug, maar langs de rivier staan huizen waarvan de volledige gevel nog in het water is weggezakt. De stapels huisraad langs de wegen zijn nog niet overal weggewerkt. Bij het Rode Kruis komen dagelijks vierhonderd mensen een warme maaltijd halen, vertelt een vrijwilliger.

Het dorp zit nog in het afbraakstadium, toont de opzichter van Di Matteo Démolitions tussen bergen baksteen en half afgebroken huizen. Ze konden pas een kleine maand geleden beginnen met slopen, zegt hij: „Het gesteggel met de verzekeringen duurde lang. Zij wilden liever niet afbreken.”

Toch lijken bewoners deze ochtend niet gefrustreerd te zijn over de situatie. De berg werk die verzet moet worden is gigantisch, beseffen de meesten, ook voor overheden. „Wij hebben nog geluk. We zijn jong en hebben de laatste maanden veel kunnen doen”, zegt de 30-jarige Smahane Allach in de deuropening, terwijl een van haar drie katten een ontsnappingspoging doet. Haar huis is weer min of meer bewoonbaar, „maar deprimerend is het wel”.

Een foto vlak na de overstromingen in juli (links) en een van de huidige stand van zaken (rechts).
Chris Keulen

Net als de meesten heeft Allach alles, van verzekeringen tot werkzaamheden, zelf moeten regelen. En één ding neemt ze de autoriteiten wel kwalijk: „Ons werd toen het water kwam geadviseerd om thuis te blijven. Evacuatie was niet nodig. We hebben via het dak ons huis uit moeten klimmen omdat het water ineens tot anderhalve meter hoog stond. Het heeft me angstig gemaakt.”

Lees ook: Zoektocht naar vermisten in België: ‘Sommige mensen vinden we nooit meer terug’

Vertrouwen

Er loopt een gerechtelijk onderzoek om na te gaan of de 37 doden bij de overstromingen vermeden had kunnen worden. Ook een parlementaire commissie buigt zich over de ramp. Duidelijk is al wel dat niet alles goed is verlopen. Voorspellingen van het meteorologisch instituut zijn niet goed begrepen, er gingen onvoldoende alarmbellen af, de lijntjes tussen diensten waren niet kort genoeg.

België was niet goed voorbereid op een ramp van deze omvang, constateerde een Zwitsers onderzoek, besteld door de Waalse regering. Veel gemeenten hadden geen nood- en overstromingsplan. En de complexe bestuursstructuur van België, met de federale overheid, regio’s, provincies én gemeenten, heeft de hersteloperatie na de ramp er niet eenvoudiger op gemaakt.

Het rapport noemt een lange lijst problemen in het contact van de burger met de overheden: slechte communicatie, hulp die wordt beloofd maar niet komt, een „administratieve muur van internetformulieren en antwoordapparaten”. Veel burgers voelen zich „in de steek gelaten door de overheid, op alle niveaus”. Waals minister-president Elio Di Rupo zei onlangs in De Standaard dat zijn regering zoekt naar mogelijkheden om het vertrouwen in de getroffen gemeenten weer op te bouwen.

In Trooz, een dorp verderop, heeft Marie-Claire Pacque (73) geen tijd om met politici en onderzoeken bezig te zijn: „Ik heb het veel te druk met overleven.” Ze woont op de eerste verdieping van haar huis. Pas sinds een dag heeft ze weer verwarming en gas, vertelt ze, terwijl bouwvakkers af en aan lopen. Of ze veel hulp heeft gekregen? Ze lacht: „Vrijwilligers zijn me volop komen helpen, maar de gemeente heb ik hier nog niet gezien. Gelukkig hebben mijn kinderen me bijgestaan met alles wat geregeld moest worden. Anders weet ik niet hoe ik het gedaan had.”