365 jaar na dato blijkt Spinoza’s banvloek nog steeds intact

Persona non grata De Israëlische publieke omroep wilde voor een documentaire een Spinoza-kenner filmen in de Portugese Synagoge. De rabbijn van de synagoge wilde daar niets van weten, op grond van een eeuwenoude banvloek.

De Portugees-Israelietische Synagoge van Amsterdam, ook wel Esnoga genoemd, is een synagoge uit de 17e eeuw, die gebouwd werd door de Sefardische Joden. Foto Berlinda van Dam/ANP
De Portugees-Israelietische Synagoge van Amsterdam, ook wel Esnoga genoemd, is een synagoge uit de 17e eeuw, die gebouwd werd door de Sefardische Joden.

Foto Berlinda van Dam/ANP

De banvloek waarmee de Amsterdamse filosoof Spinoza in 1656 werd verstoten uit de sefardisch joodse gemeenschap, is 365 jaar later nog altijd niet uitgewerkt. Een Amerikaans-Israëlische geleerde die gespecialiseerd is in het werk van de filosoof is deze zondag vanwege zijn Spinoza-specialisatie tot ‘persona non grata’ verklaard door de rabbijn van de historische Portugese Synagoge in Amsterdam.

De geleerde, Yitzhak Melamed, is hoogleraar aan de Johns Hopkins Universiteit in Baltimore. Hij werkt mee aan een documentaire over Spinoza (1632-1677) voor de Israëlische publieke televisie, en wilde daarvoor opnames maken in de Portugese Synagoge.

„U heeft uw leven gewijd aan de studie van Spinoza’s verboden werk en aan de ontwikkeling van zijn ideeën”, schreef rabbijn Joseph Serfaty zondag misprijzend aan de geleerde. Om die reden noemt de rabbijn het verzoek om de synagoge te bezoeken en een film te maken „over deze ketter” een „onacceptabele aanslag op onze identiteit en ons erfgoed”.

In kringen van Spinoza-kenners is met verbijstering – en ook enige hilariteit – gereageerd op de brief, die zondagavond onder experts druk werd rondgestuurd. Iemand die niet welkom is in de beroemde synagoge omdat hij Spinoza bestudeert? „Mij is geen vergelijkbaar geval bekend”, zegt Piet Steenbakkers, emeritus hoogleraar filosofie en Spinoza-expert. „In mijn mailbox heb ik wel twaalf mails van collega’s met in de onderwerpregel ‘Yitzhaks herem’ (Yitzhaks banvloek). Er wordt schertsend gezegd: je bent in goed gezelschap, Yitzhak.”

Waarom Spinoza indertijd door een banvloek werd getroffen, is nooit helemaal opgehelderd. Lang is men ervan uitgegaan dat het te maken had met zijn ideeën, waaronder zijn twijfel aan de goddelijke oorsprong van de bijbel. Maar mogelijk heeft ook een zakelijke kwestie een rol gespeeld, met name dat hij zich op 23-jarige leeftijd minderjarig heeft laten verklaren om onder een erfenis met hoge schulden uit te komen.

In 2015 heeft de Portugees-Israelietische Gemeenschap in het debatcentrum De Rode Hoed een bijeenkomst met experts belegd over de vraag of de banvloek over Spinoza en zijn werk herroepen kon worden. De conclusie was dat dat niet kon.

In een telefonische reactie noemt Melamed de brief van de rabbijn een uiting van „fundamentalisme”. Hij is zelf joods en toont er begrip voor dat Spinoza gevoelig kan liggen. Maar hij werd overvallen door de harde toon van de brief en het feit dat hij tot persona non grata werd verklaard. „Het is fanatisme, neem het niet te serieus. Ik vind het gedrag van deze clown wel vermakelijk.” Rabbijn Serfaty reageerde niet op een verzoek van NRC om commentaar.

Directeur Emile Schrijver van het Joods Cultureel Kwartier, waarvan de Portugese Synagoge deel uitmaakt, uit zich minder relativerend. „Belachelijk”, noemt hij de brief van de rabbijn. Het verzoek om in de synagoge te filmen was via zijn organisatie binnengekomen. „We weten dat Spinoza altijd wat gevoelig ligt, dus daarom overleggen we even.” Ook hij werd overvallen door de scherpe afwijzing. Hij houdt er rekening mee dat het bestuur van Portugees-Israëlietische Gemeente de rabbijn terugfluit. Melamed verzekert dat de documentaire over Spinoza hoe dan ook doorgaat.

Spinoza-expert Steenbakkers wijst er nog op dat er eeuwenlang „een hoop mythevorming” heeft bestaan rond de aanname dat de banvloek tegen Spinoza is uitgesproken vanwege zijn ideeën. „Vrij vroeg in de 18e eeuw is er een zogenaamde biografie over hem verschenen, waarin hij als een soort heilige wordt opgevoerd. De Joodse gemeenschap wordt daarin afgeschilderd als de grote vijand van het vrije denken en de vooruitgang. En de rabbijnen zouden ook bewerkstelligd hebben dat hij uit Amsterdam werd verbannen – aantoonbare onzin. Het was achttiende-eeuwse anti-Joodse propaganda.”