Opinie

Voor herstel van vertrouwen is niet alleen politiek aan zet

Samenleving Groeiende spanningen in arme wijken versterken onderling wantrouwen, schrijven en .
Demonstranten tijdens het woonprotest bij het Torentje en het Binnenhof.
Demonstranten tijdens het woonprotest bij het Torentje en het Binnenhof. Foto Sem van der Wal/ANP

Nederland vertoont kenmerken van een laagvertrouwensamenleving, noteerden wij in een rapport over de maatschappelijke impact van Covid-19 in de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, en in heel Nederland. Volgens politicologen Tom van der Meer en Josje den Ridder geven wij daarmee een verkeerd en te somber beeld van Nederland, zo schreven ze in hun opinieartikel Wantrouwen gaat niet over de samenleving maar over de politiek (22/11). Een laagvertrouwensamenleving veronderstelt een samenleving waarin corruptie welig tiert en waarin de kerninstituties van een samenleving worden aangetast. Daarvan is geen sprake, er is volgens hen vooral een politieke vertrouwenscrisis in deze tijd van corona.

Nu gaat onze studie niet over corruptie of over politici, politieke partijen of het kabinet. Wij richten ons op twee fundamentele dimensies van vertrouwen: enerzijds vertrouwen van burgers in de overheid en publieke gezondheidsinstellingen, en anderzijds vertrouwen tussen burgers. Voor de ontwikkelingen daarbinnen hebben de twee politicologen te weinig oog.

De overheid staat voor méér dan de Haagse politiek. De overheid, dat zijn ook de uitvoeringsorganisaties. Wij stelden vast dat in april 2020 69 procent van de Nederlanders vertrouwen in de landelijke overheid had (zeer hoog) en in september 2021 29 procent (zeer laag). Ook in het vertrouwen in de lokale overheid zagen we een forse terugval (van 60 naar 37 procent) en in mindere mate in GGD en RIVM. Dat baart ons zorgen, zeker in een verzorgingsstaat waar de overheid diep in de haarvaten van de samenleving zit.

Persoonlijke vertrouwensrelaties

Deze teruggang van het vertrouwen in de overheid is niet alleen gevolg van onduidelijk Haags coronabeleid. Ook groeiende kritiek op de inhoud van overheidsbeleid en de uitvoering daarvan spelen mee. Het is typerend dat de held in onze rapporten de huisarts is. Het vertrouwen in de huisarts is nimmer onder de 86 procent gekomen. Juist de huisarts belichaamt wat in de relaties tussen burger en overheid vaak verloren is gegaan: geen anonieme, abstracte en administratieve relatie, maar een persoonlijke vertrouwensrelatie waar de menselijke maat telt.

We onderzochten ook het onderling vertrouwen tussen burgers. Het algemene vertrouwen tussen burgers neemt slechts voorzichtig af. Maar wie verder kijkt dan het algemene beeld ziet dat vooral in de armste wijken, waar de mensen het hardst getroffen zijn door de coronapandemie, bewoners minder vertrouwen hebben in medemensen en buren. Gesprekken met migrantenorganisaties, jongeren, alleenstaande moeders en hulpverleners in Rotterdam en Den Haag wijzen op groeiende spanningen tussen groepen die het onderlinge wantrouwen versterken.

Het gaat daarbij niet om een simpele tweedeling, maar om een complexe opdeling langs leeftijdsgrenzen, sociale klasse, sterkte van het arbeidscontract, afwijkende opvattingen over vaccins, de kracht van sociale netwerken, mentale weerbaarheid, politieke wereldbeelden, en de mate waarin men persoonlijk geraakt is door corona. Ook informatiebronnen van burgers spelen een rol: mensen voor wie sociale media de belangrijkste informatiebron is, hebben minder vertrouwen in de overheid, zijn minder vaak gevaccineerd en ook niet van plan zich te laten vaccineren.

Lees ook: ‘Burgers voelen zich niet bij beleid betrokken’

Te simpel

Deze complexe verdeeldheid heeft mede de ingewikkelde politieke verhoudingen en de politieke verlamming voortgebracht. Het is dus te simpel om alleen naar de Haagse politieke werkelijkheid van parlement en regering te kijken. Kan het vertrouwen zich herstellen als de politiek beter presteert, zoals Van der Meer en Den Ridder schrijven? Zeker, maar veel belangrijker is het om het vertrouwen tussen overheid (in brede zin) en burger, en tussen burgers onderling te vergroten. Het gebrek daaraan tast het vermogen aan om vreedzaam samen te leven. De recente uitbarstingen van geweld zijn daar een onderdeel van.

Zijn we te somber? Geenszins. Vertrouwensniveaus kunnen zich herstellen, maar dat gaat niet zomaar. Met Van der Meer en Den Ridder menen wij dat er een kabinet moet komen dat de grote maatschappelijke vraagstukken kan aanpakken, dat consistent communiceert en ruimte creëert voor een rechtvaardige uitvoering van beleid.

Maar niet alleen de politiek is aan zet. Het is belangrijk om meer werk te maken van de kwaliteit van de uitvoeringsorganisaties, en daarbij maatschappelijke organisaties en professionals te betrekken die in direct contact met burgers staan. Ook de veerkracht en het zelforganiserend vermogen van burgers kan beter worden benut. Herstel van vertrouwen begint daar.