Opinie

Tijd voor een nieuw soort persconferentie

Karel Smouter

De veertigste persconferentie sinds het uitbreken van het coronavirus Covid-19, afgelopen vrijdag, was in meer dan één opzicht een gedenkwaardige. In de eerste plaats natuurlijk vanwege de toon. Zoals NRC vrijdagavond al opmerkte maakten premier Rutte en minister de Jonge ditmaal geen strenge, maar een nederige indruk.

Behalve deemoedig leken de twee ook, in de meest letterlijke zin van dat woord, uitgeblust. Ze klonken als brandweermannen die iedere blusdeken uit hun voorraad al op het vuur hadden geworpen zonder het sein ‘brand meester’ te kunnen geven. Het laatste bluswater lijkt uit de slang geknepen.

Met het publiek is het al niet veel beter gesteld. En geen persconferentie lijkt daar nog verandering in aan te kunnen brengen. Op 20 april dit jaar muntte ik de term ‘perscoparadox’: hoe méér persconferenties we krijgen voorgeschoteld, hoe minder vertrouwen die persconferenties weten te wekken.

„Door de vloed aan persconferenties zou je bijna vergeten dat burgers geen kijkers, maar kiezers zijn”, schreef ik toen. Burgers bovendien. „Die verdienen het om beter te worden geïnformeerd dan in een persconferentie waarin twee mannen vooral zichzelf overtuigen met telkens weer nieuwe stippen aan een almaar wijkende horizon.”

Waar ik het probleem dit voorjaar nog zocht in de frequentie, denk ik intussen dat het hele concept perconferentie aan herziening toe is. Ook de premier zelf denkt daar aan, bleek uit een verzuchting die hij slaakte tijdens het rondje zelfreflectie waarop hij de verzamelde journalisten trakteerde. „Dat is een zoektocht”, zei Rutte toen hem gevraagd wordt wat er beter kan. „Het moet wel succesvoller. Deze vorm van persconferenties, heeft het op deze manier zin om daarmee door te gaan, of zijn er andere werkvormen om dat mee te doen?”

Nu is het natuurlijk niet aan de journalistiek om mee te denken met het communicatiebeleid van de overheid. Maar als u het mij toestaat doe ik toch even mee met de zoektocht van onze premier. Want zouden het niet eens kunnen omdraaien? Dat de volgende persconferentie door de media wordt georganiseerd, in plaats van door het ministerie. Met het demissionaire kabinet als gast, en niet als gastheer.

Ik zie een overal gestreamde, maar tegelijk ouderwetse televisie-avond voor me -vooruit, in kerstsfeer – met het beste wat de Nederlandse journalistiek te bieden heeft. Nederland Niest. Het kabinet in kruisverhoor met Mariëlle Tweebeke en Jeroen Wollaars, een minicollege over de omikron-variant door Diederik Jekel, een uur voor middelbare scholieren met de onovertroffen Nisrine Sahla en Jeroen Gortworst van NOS Stories. Een special met nieuwe frontberichten van Geertjan Lassche.

Niet als exercitie in propaganda, maar als demonstratie van wat journalistiek in deze tijd te bieden heeft. De regie over het virus, voor zover je die kunt hebben, lijkt het kabinet al even kwijt. Misschien is het tijd voor het kabinet om ook de regie over de persconferenties even te laten varen.

Zodat er een nieuwe perscoparadox kan ontstaan. Namelijk dat overheidscommunicatie gebaat is bij scherpe journalistiek en niet bij voorgelezen oekazes en adviezen, met de vragen als toetje op een online themakanaal.