Een plek op de ‘zwarte lijst’ van de Belastingdienst kon je je huis kosten

Belastingdienst Toeslagen kwijt, geen schuldsanering, jarenlang onder toezicht. Een plek op de FSV-lijst bracht duizenden burgers in problemen.

Een plek op een zwarte lijst bij de Belastingdienst bracht duizenden burgers in problemen.
Een plek op een zwarte lijst bij de Belastingdienst bracht duizenden burgers in problemen. Foto Laurens van Putten/Hollandse Hoogte

Zo kon het beginnen: als een ambtenaar van de Belastingdienst een onregelmatigheid in je toeslag constateerde. Of zo: je belde naar de Belastingdienst voor hulp, omdat je tegen problemen aanliep met je toeslagen. Of: je ex-partner tipte de Belastingdienst dat je zwart een centje bijverdiende, maar dat niet had opgegeven bij de aanvraag voor je toeslag. Of je had je loonsverhoging te laat doorgegeven, waardoor je een tijdje te veel toeslag had ontvangen.

Signaal na signaal bouwde de Belastingdienst zo aan de Fraudesignaleringsvoorziening (FSV): een register dat bedoeld was om prille indicaties van mogelijk misbruik van toeslagen en andere vormen van belastingfraude vast te leggen.

In de praktijk raakte het register snel ‘vervuild’ met andere meldingen en werd het slordig en onvoorspelbaar ingezet. Ambtenaren gebruikten de registratie jarenlang als to-dolijst, waardoor je erop kon komen als je zelf aan de Belastingdienst een vraag over je toeslag had gesteld. Een afdeling die te veel uitbetaalde toeslagen moest terugvorderen, vatte ‘signalen van fraude’ op als bewezen fraude.

Lees ook: Raad van State diep door het stof voor eigen rol in de Toeslagenaffaire

Stond je eenmaal op die lijst, dan kon het snel gaan. Toeslagen kwijt, opeens maanden of zelfs jaren moeten wachten op een besluit van de Belastingdienst. Bij elke verandering in je toeslagen bewijsstukken moeten aanleveren. Uitgesloten worden van de schuldsanering als je te veel ontvangen toeslag moest terugbetalen. Allemaal zonder dat er sprake was van bewezen fraude.

Het onvoorspelbare, onzorgvuldige en vaak nauwelijks traceerbare gebruik van deze lijst staat allemaal beschreven in een ongepubliceerd onderzoek van adviesbureau PwC, dat al weken op het ministerie van Financiën ligt, maar nog niet naar de Tweede Kamer is gestuurd. NRC had er inzage in.

Huis of auto in beslag genomen

De onderzoekers van PwC analyseerden voor het rapport maar een fractie van de mensen op de FSV-lijst: de negenduizend personen die er door de afdeling Toeslagen op zijn gezet. Via de afdelingen inkomstenbelasting en mkb belandden nog veel meer mensen in het systeem. Naar hen doet PwC nu nog onderzoek. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gaat het in totaal om meer dan 200.000 mensen.

Het bestaan van de FSV werd vorig jaar onthuld door Trouw en RTL Nieuws. Kort daarna stelde de Belastingdienst het systeem buiten werking, officieel vanwege de nieuwe privacywetgeving. De AP concludeerde vorige maand in een rapport over de FSV ook dat de privacy „op ernstige wijze geschonden” was door de Belastingdienst. Maar de gevolgen voor de mensen op de lijst worden nu pas goed in alle omvang zichtbaar.

Achter de droge consultantzinnen in het PwC-rapport zit een wereld van leed verborgen. Het accountantsbureau deed vier maanden onderzoek op basis van een steekproef van 450 dossiers, en concludeerde daaruit dat bijna achtduizend van de negenduizend mensen door een plek op de lijst grote problemen kregen zonder dat daar een duidelijke inhoudelijke rechtvaardiging voor was.

De Belastingdienst stopte soms toeslagen – zoals kinderopvangtoeslag, huurtoeslag of zorgtoeslag – op de dag dat mensen in de FSV werden geregistreerd, dus zonder onderzoek. Zelfs als uit onderzoek niets onrechtmatigs bleek, werden toeslagen stopgezet of bleven mensen onder verscherpt toezicht staan. 750 huishoudens raakten zo hun toeslag kwijt.

Achter de droge consultantzinnen in het PwC-rapport zit een wereld van leed verborgen

Meer dan vierduizend mensen die op de lijst kwamen, werden zonder duidelijke reden bijna direct onder verscherpt toezicht geplaatst. Vanaf dat moment moesten ze voor elke wijziging in hun toeslagendossier bewijsstukken overleggen. Over het verwerken van deze stukken deed de Belastingdienst regelmatig maanden, soms langer dan een jaar. Zo werden mensen jarenlang gevolgd: gemiddeld duurde het verscherpte toezicht bijna vijf jaar. Ook als was vastgesteld dat een toeslag gewoon rechtmatig was, bleef een derde onder toezicht.

Het bleef niet bij extra papierwerk. Als burgers in die situatie een foutje maakten, kon dat grote gevolgen hebben: wie één keer de bewijsstukken niet inleverde, kon worden uitgesloten van schuldsanering.

Dat kon ook gebeuren als een ambtenaar dacht dat bij een onrechtmatige toeslag mogelijk fraude was gepleegd. Dan zette hij of zij een vinkje in de FSV aan. De afdeling die de onterechte toeslag moest invorderen, vatte zo’n vinkje zonder verder onderzoek op als bewezen fraude, en sloot ook deze mensen automatisch uit van schuldsanering.

Dan kwamen burgers vaak direct in de problemen: omdat ze geen betaalregeling mochten treffen werd bijvoorbeeld hun huis, inboedel of auto in beslag genomen.

Slordig en onvoorspelbaar

Van een zorgvuldig fraudebeleid was amper sprake, zo blijkt uit het onderzoek. De manier waarop de directie Toeslagen besluiten nam, was „onvoorspelbaar” en zat vol slordigheden, schrijven de auteurs. Werkinstructies en richtlijnen waren er weinig, zwaarwegende beslissingen werden „beperkt” gecontroleerd.

PwC vond „tientallen [verschillende] afhandelingsroutes” voor vergelijkbare zaken. De gegevens waren over tien verschillende ICT-systemen verspreid, waardoor ambtenaren vaak geen compleet beeld hadden van een zaak. In bijna 70 procent van de gevallen waarin Toeslagen besloot dat iemand onrechtmatig een toeslag kreeg, werd het besluit niet door een collega gecontroleerd.

Lees ook: Na de Toeslagenaffaire wil de bestuursrechter nu naar de burgers gaan luisteren

De verslaglegging bij Toeslagen was zo gebrekkig dat de onderzoekers in tweeduizend gevallen niet konden achterhalen welk inhoudelijk besluit ambtenaren over een fraudesignaal hadden genomen.

In de dossiers kon van alles worden toegevoegd. De onderzoekers schrijven dat ze in vijfhonderd gevallen gevoelige gegevens in de registers tegenkwamen, zoals etniciteit en nationaliteit, medische gegevens, justitieel verleden en huurcontracten.

Ook stuitten ze in hun onderzoek op informatie die van elders naar Toeslagen was gestuurd, zoals Facebook-foto’s die moesten bewijzen dat iemand een toeslagpartner had – en daarom recht op minder toeslag. De onderzoekers betwijfelen dat zulke informatie daadwerkelijk relevant kon zijn bij het controleren van toeslagen, zo schrijven ze in het rapport.

Het ministerie van Financiën noch PwC wil reageren.