Nu blijkt hoe ernstig Den Haag dit jaar het landsbestuur heeft verwaarloosd

Deze week: lichtzinnigheid bij personeelschef Rutte, een ‘café-achtig debatklimaat’, kortzichtigheid in de formatie, een ‘démasqué van het land en zijn regering’. Ofwel: hoe Den Haag in de coronacrisis het landsbestuur verwaarloosde.

Aan zelftwijfel deze week geen gebrek in bestuurlijke kringen. Weer had corona de orde in de wereld van bewindslieden en hoge ambtenaren onverwacht heftig verstoord.

Ministers met loodzware benen, een non winning feeling, een tijd waarin bijna elk nieuw feit een tegenvallend feit was.

„Dit is het démasqué van het land en zijn regering”, zei donderdag een vooraanstaand politicus uit een coalitiepartij.

Het bleef nuttig de invloed van de nationale overheid op de pandemie te relativeren. De besmettelijke Deltavariant bereikte Nederland laat en creëerde werkelijkheden die regeringen over de hele wereld in de verdediging drukken.

Maar het nam niet weg dat Den Haag dit jaar, te midden van voortdurende reuring, het eigen landsbestuur ernstig verwaarloosde, hoewel juist de coronacrisis een volwaardig bestuur vereist. Ook daarvan zagen we deze week de gevolgen.

Die verwaarlozing, dat is het pijnlijke, begon al in januari en hield het hele jaar aan: zes ministers en twee staatssecretarissen verlieten in 2021 het demissionaire kabinet-Rutte III.

Sommige waren cruciaal in de interne coronadiscussies – Eric Wiebes, Tamara van Ark, Mona Keijzer – maar hun vervangers bleken het vaak niet aan te kunnen.

Zo werd Wiebes (Economische Zaken, VVD), in de ministerraad vaak aanjager van debatten over economische en maatschappelijke gevolgen van corona, opgevolgd door partijgenoot Bas van ’t Wout, die na enkele maanden werd getroffen door een burn-out.

En Van Ark (VVD), nota bene minister van Medische Zorg, werd ondanks de coronacrisis niet vervangen. De al drukbezette Hugo de Jonge (VWS, CDA) en zijn staatssecretaris Paul Blokhuis (CU) namen haar taken over.

Maar op hun ministerie had je toen al volop (hoge) ambtenaren die tijdens de crisis moeite hadden de aandacht van De Jonge te winnen. Een probleem dat ze ook op andere departementen ervoeren.

Dus de vraag is of de personeelschef, premier Mark Rutte, hier niet veel te lichtzinnig opereerde. Een premier die premier wil blijven moet in de tussentijd wel bewijzen dat hij het premierschap fatsoenlijk beheert.

Zeker nu de laatste weken wéér klachten uit het veld kwamen dat VWS te laat reageerde op data die duidden op een nieuwe golf. „Je merkt aan alles”, zei een invloedrijke lobbyist deze week, „dat het kabinet door zijn hoeven zakt.”

Daar komt de ellenlange formatie bij, waardoor het land al bijna een jaar op een nieuwe regering wacht – en ook daarbij speelde Rutte geen kleine rol.

Eind vorig jaar frustreerde hij concurrerende lijsttrekkers door te claimen dat corona een te grote crisis was om campagne te voeren. Een depolitisering die hem in maart de verkiezingswinst bracht.

Maar twee weken later, 1 april, werd hij erop afgerekend: toen hij was betrapt op een onwaarheid over Omtzigt steunden al zijn concurrenten een motie van afkeuring.

Rutte besloot toch de VVD-premierkandidaat te blijven, maar dat ging ten koste van de snelle formatie die hij had beloofd: alleen door tijd te winnen was een beperkt aantal partijen – zes – maanden later alsnog bereid met hem te regeren.

Toen werd het erger: de premier wees twee van deze partijen, PvdA en GroenLinks, zonder inhoudelijke onderhandelingen af, de kortzichtigste daad uit zijn loopbaan. Want zelfs nu Rutte IV nog niet gevormd is, moet hij nu al bij één van die twee, de PvdA, zijn hand ophouden voor steun aan zijn coronabeleid.

Maar hijzelf en Wopke Hoekstra (CDA) wilden per se alleen met de CU regeren, een partij met een achterban vol vaccinatiescepsis.

En De Jonge, zelf domineeszoon, steekt zijn frustratie over de CU intern niet meer onder stoelen of banken. Hij ziet zijn pogingen ongevaccineerden op andere gedachten te brengen gefrustreerd door die partij.

Daarbij heeft hij te maken met het OMT dat in zijn adviezen minder stellig is dan op tv. Met de Gezondheidsraad die relatief laat positief was over boostershots. Met Justitie dat de coronaregels amper handhaaft.

Zo wordt het landsbestuur verder verzwakt vanuit de eigen coalitie, de eigen adviseurs en de eigen uitvoerders.

Maar de gezichten van de crisisbestrijding, Rutte en De Jonge zelf, spelen evengoed een hoofdrol. In de coalitie zeiden ze deze week dat Portugal en Zweden het relatief goed doen, ook omdat ze, naast een hoge vaccinatiegraad, „consistentie en stabiliteit van beleid” kennen.

Dit laatste ontbreekt hier, en dat wordt in Den Haag mede verklaard door de „springerige” c.q. „hijgerige” houding van Rutte en De Jonge. Mensen die zich bij beleidskeuzes, zo hoor je op verschillende ministeries, net zo makkelijk laten leiden door opinieonderzoek of Twitter als door langetermijndenken.

Het gevolg: een regering die meer reageert dan regeert.

Los hiervan hebben ook de Kamer en het maatschappelijk klimaat invloed op het verzwakte landsbestuur. De Kamer koos na 1 april op de bagagedrager van Geert Wilders vaak voor een assertief dualisme waarbij het verschil tussen kritiek en destructiedrang niet altijd helder was. Het komt voort uit argwaan door de Toeslagenaffaire en de versplintering van de Kamer in negentien fracties.

Daarbij richten veel nieuwe(re) partijen zich op specifieke doelgroepen – Partij voor de Dieren, Denk, BBB, BIJ1, Van Haga’s BV NL, etc. Het is in lijn met een lange Nederlandse traditie, maar in deze crisis ook een risico. Corona laat zien dat alle deelbelangen samen niet de oplossing zijn, maar juist het probleem vormen.

En dan is er nog FVD, voor wie geen nare historische referentie of complottheorie te dol is om de eigen doelgroep te voeden. Directe invloed op het beleid heeft het niet, maar de atmosferische effecten zijn niet te missen.

Je zag het bij veel coronaprotest. Op sociale media: vlaggetjes en samenzweringsporno. Op demonstraties: ‘de dictatuur’ in Nederland aanvallen en dan samen ‘Wij zijn Nederland’ zingen. Op straat tegen politici: schelden en spugen. In confrontaties met de politie: zinspelen op geweld.

Een politicus uit de coalitie suggereerde woensdag dat deze uitwassen ook het product zijn van de gepopulariseerde debatcultuur. Discussies worden hier „vooral nog in een café-achtig klimaat” gevoerd, zei hij, maar corona is „veel te groot voor gezellige meninkjes en radicaal gezwets”.

Intussen moeten veel mensen die corona bestrijden ook de formatie tot een goed einde brengen. Berichten over de voortgang zijn fragmentarisch en uiteenlopend.

Ik noteerde: Irritatie over beduchtheid voor systeemveranderingen, die te vaak zouden mislukken. Verwondering over discussies („de kilometerheffing, jezus!”) die „tien jaar te laat worden gevoerd”. Grappen over „het gebabbel” inzake bestuurscultuur. Een onverwacht lijstje CDA-ministers. VVD’ers die een ministerschap bepleiten voor MKB-voorzitter Jacco Vonhof.

Vooral viel de berusting over de taaiheid van veel onderhandelingen op: „Het is tennis: elk punt moet gemaakt worden.”

Het laat volgens betrokkenen zien dat het vertrouwen tussen partijen nog altijd niet overhoudt. Al is een VVD-D66-CDA-CU kabinet zeer waarschijnlijk, „het kan nog steeds misgaan”.

Wat dit betreft, hoorde je, lijkt deze formatie nog het meest op de politiek van de jaren zeventig: eindeloos doorpraten, akkoorden sluiten, en „dan nog niet weten of er ooit vertrouwen komt”.

Het landsbestuur mag dit jaar dan verzwakt zijn, dat wil nog niet zeggen dat het hierna meteen beter wordt.

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel stond dat de ChristenUnie de grootste partij was op Urk, dat is onjuist. Het zinnetje is vanwege de context verwijderd. (27/11/2021)