Opinie

Wie corruptie bestrijdt komt onder vuur te liggen

Corruptie Met juridische ‘oorlogsvoering’ worden anticorruptie-activisten en aanklagers geïntimideerd en geneutraliseerd, schrijft .
Protest tegen corruptie in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja.
Protest tegen corruptie in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja. Foto Yinka Adeparusi / Anadolu Agency

Als je vecht tegen corruptie, vecht die corruptie terug. Vraag het de Maltese onderzoeksjournalist Daphne Caruana Galizia – zij het dat dit niet meer kan omdat ze is vermoord door handlangers van de mensen naar wie ze onderzoek deed. Ook Gustave Makonene, de Rwandese anticorruptieadvocaat die gewurgd uit een auto werd gegooid, kan niet meer praten. Evenmin als de Braziliaanse activist Marcelo Miguel D’Elia, die werd doorzeefd in een suikerrietveld vlak bij zijn huis.

Ook politiemensen en aanklagers die het tegen corruptie opnemen, hebben zwaar te lijden onder de tegenaanvallen. In 2017 pleegden gewapende mannen een aanslag op het huis van Ibrahim Magu, voormalig hoofd van het belangrijkste anticorruptiebureau van Nigeria, de Economic and Financial Crimes Commission (EFCC), waarbij zijn politie-lijfwacht om het leven kwam.

Maar deze Magu werd uiteindelijk niet geneutraliseerd door bommen en kogels. In plaats daarvan werd hij uit zijn ambt gewerkt met behulp van juridische oorlogvoering, ‘lawfare’, zoals actievoerders dit zijn gaan noemen – het misbruik van het recht voor politieke doeleinden.

In 2020, toen de EFCC naar verluidt onderzoek deed naar beschuldigingen van corruptie tegen de huidige procureur-generaal van Nigeria, werd Magu door de politie opgepakt en vastgehouden wegens vermeende corruptie – beschuldigingen die al drie jaar eerder waren onderzocht en verworpen. Hangende de uitkomst van een onderzoek werd hij geschorst, kreeg hij enkele weken geen toegang tot het bewijsmateriaal tegen hem en werd hem herhaaldelijk toestemming geweigerd om verweer te voeren of getuigen te verhoren.

Mandaat en taakomschrijving van het onderzoek werden nooit bekendgemaakt, evenmin als de gestelde termijn, zodat Magu werd blootgesteld aan een intimiderend proces met een open einde. Intussen is Magu, die leiding gaf aan de succesvolle vervolging van tal van vooraanstaande politici en de inbeslagname van miljoenen dollars aan door corruptie verkregen bezittingen, uit zijn functie bij het EFCC ontheven.

‘Lawfare’

Een soortgelijk patroon van ‘lawfare’-aanvallen treft op het ogenblik Olanrewaju Suraju, een van de meest prominente Nigeriaanse anticorruptieactivisten. De Nigeriaanse oud-procureur-generaal Mohamed Adoke heeft hem van vervalsing van bewijs beschuldigd. Dit gebeurde in het proces tegen de oliemultinationals Shell en Eni in Milaan wegens corruptie, bij de verwerving van het Nigeriaans offshore olieperceel OPL 245. Zelf was Adoke niet aangeklaagd in Milaan – waar de bedrijven werden vrijgesproken – maar in Nigeria staat hij wel terecht wegens corruptie inzake OPL 245.

Na de beschuldigingen tegen Adoke werd Suraju voor ondervraging aangehouden door een eenheid die rechtstreeks onder toezicht stond van de Nigeriaanse inspecteur-generaal van de politie.

De beschuldigingen van vervalsing tegen Suraju werden snel ingetrokken. Hij leverde bewijs uit de hoorzittingen in Milaan dat de documenten in kwestie door de Italiaanse autoriteiten waren verkregen door middel van een wederzijdse rechtshulpverzoek aan het Verenigd Koninkrijk. Daar waren de documenten bij het Londense Hooggerechtshof openbaar gemaakt in een rechtszaak die Nigeria had aangespannen tegen de bank JP Morgan Chase, die de betalingen had verwerkt voor de verwerving van het OPL 245-veld door Shell en Eni. De federale regering van Nigeria had de documenten daarna ingebracht bij haar pleidooien voor de rechtbank van Milaan, waar ze van Eni en Shell compensatie eiste voor de OPL 245-transactie.

Lees ook: Hoe een bank uit het arme Congo fout geld uit de hele wereld aantrekt

Suraju werd vrijgelaten, maar in de maanden erna eiste de politie-eenheid – officieel alleen bevoegd om wangedrag bij de politie te onderzoeken – herhaaldelijk dat hij voor nader verhoor de 500 kilometer van zijn huis in Lagos naar het hoofdbureau van politie in Abuja zou reizen – ondanks het gerechtelijk bevel dat Suraju had verkregen om te voorkomen dat de politie hem verder zou lastigvallen.

Inmiddels is Suraju aangeklaagd op grond van een ‘cyberstalking’-wet. Die wet is echter door het hof van Justitie van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten onverenigbaar verklaard met internationale mensenrechtenverplichtingen en de Nigeriaanse regering zelf heeft beloofd die te wijzigen.

In de aanklacht, al wel op grote schaal in de pers verspreid maar nog niet aan Suraju betekend, wordt Suraju van laster tegen Adoke beschuldigd. In feite wordt hij vervolgd omdat hij stukken heeft verspreid die bij het proces in Milaan openbaar zijn gemaakt en verklaringen heeft herhaald die de Federale Republiek Nigeria zelf in de rechtszaal heeft afgelegd.

Aanklagers vervolgd

Intussen wordt in Italië nu ook vervolging ingesteld tegen de aanklagers in het Milanese proces, Fabio De Pasquale en Sergio Spadaro, wegens het achterhouden van ontlastend bewijs. Het openbaar ministerie zal waarschijnlijk bewerkstelligen dat De Pasquale, die eerder twee Italiaanse premiers wegens corruptie heeft veroordeeld, het veld ruimt als hoofdaanklager in het hoger beroep tegen de vrijspraak van Shell, Eni en andere beklaagden.

Sinds de vrijspraak staat de Italiaanse pers bol van beschuldigingen die, als ze standhouden, ernstige twijfel over de zuiverheid van het vonnis doen rijzen.

Zorgen over de eerlijkheid van het proces kwamen voor het eerst naar voren in februari 2020, toen De Pasquale een verklaring wilde toelaten van Piero Amara, een voormalig extern advocaat van een aantal Eni-managers, waarin werd gesteld dat Eni aanklagers, belangrijke getuigen en rechters in de gaten had gehouden om getuigen in diskrediet te brengen of profijt in de rechtszaak te behalen. De rechters weigerden het bewijs toe te laten.

Francesco Greco, hoofd van het Milanese parket, heeft bevestigd dat De Pasquale en Spadaro slachtoffer van „intimidatie” waren en dat er pogingen zijn gedaan om „de legitimiteit van de Milanese aanklager aan te tasten”.

Bommen, kogels en dagvaardingen. De corruptie vecht duidelijk terug. En niet alleen het leven van actievoerders staat op het spel, maar ook de rechtsstaat als zodanig.