Opinie

‘Niet-dodelijke munitie voor de politie, begin er niet aan’

Veiligheidscolumn Niet-dodelijke munitie voor de politie om rellen te bedwingen? Geen goed plan, zegt expert in de Veiligheidscolumn.
De stunbag (linksboven).
De stunbag (linksboven). Foto Robert Vos / ANP

Volgens een bericht in de Volkskrant „overweegt minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid de politie in de strijd tegen relschoppers uit te rusten met nieuwe wapens zoals beanbags en schuimballen”. De eerder dit jaar gewijzigde Ambtsinstructie voor de politie bevat al de mogelijkheid om zogenaamde niet-penetrerende projectielen in te zetten tegen een persoon die de openbare orde in ernstige mate verstoort en niet direct kan worden aangehouden. Of ter verspreiding van samenscholingen of volksmenigten, die een ernstige en onmiddellijke bedreiging vormen voor de veiligheid van personen of zaken.

De heftige rellen in Rotterdam van vorige week waarbij grof geweld is gebruikt tegen politie en brandweermensen zich moesten terugtrekken, hebben terecht tot grote verontwaardiging geleid. Een aantal agenten zag zich genoodzaakt van hun vuurwapen gebruik te maken en gericht te schieten, iets wat sinds de strandrellen bij Hoek van Holland van augustus 2009 niet meer was voorgekomen (en toen een unicum was). Laat dat niet zien dat de politie behoefte heeft aan niet-penetrerende projectielen ten behoeve van het handhaven van de openbare orde? Met bean bags worden zakjes gevuld met metalen kogeltjes bedoeld, afgevuurd met een speciaal jachtgeweer. ‘Schuimballen’ zijn granaat-achtige projectielen van hard schuim.

Letsel

Drie jaar geleden hebben we in opdracht van de politie precies daar onderzoek naar gedaan. De conclusie was in gewone mensentaal: begin er niet aan. In het rapport schreven we het als volgt op: Samenvattend moet de conclusie zijn dat invoering van dergelijke projectielen ten behoeve van de ordehandhaving niet of nauwelijks meerwaarde heeft voor de ordehandhaving in de Nederlandse politiepraktijk qua effectiviteit en inzetmogelijkheden. Maar wel grote risico’s kent, inclusief de mogelijke impact op het maatschappelijk draagvlak voor de ordehandhaving door de politie. Uit buitenlandse ervaringen blijkt dat nauwkeurig gebruik onder operationele omstandigheden moeilijk is en dat er kans is op ernstig letsel bij doelpersonen en omstanders, zelfs bij gebruik door ervaren schutters.

Lees ook: Wat ging er mis in Rotterdam?

De belangrijkste potentiële waarde van niet-penetrerende projectielen is gelegen in het op afstand houden van een gewelddadige menigte. In de Nederlandse praktijk blijkt de ME (als zij wordt ingezet, ook in het kader van riot control) goed in staat om, mede vanwege haar georganiseerd optreden, met de beschikbare middelen het hoofd te bieden aan de situaties waar zij mee geconfronteerd wordt.

Botsen

De gedachte dat je maar beter op alles voorbereid kan zijn heeft een zekere aantrekkingskracht, maar het is zeer de vraag of niet-penetrerende projectielen in sterk geëscaleerde situaties behulpzaam zijn. Zo waarschuwde de toenmalige president van de Britse Association of Chief Police Officers, sir Hugh Orde (voormalig chief constable van de Noord-Ierse politie), tijdens de rellen in Londen van augustus 2011 dat niet-penetrerende projectielen wat hem betreft alleen ingezet zouden moeten worden in levensbedreigende situaties. Inzet van niet-penetrerende projectielen voor de in de nieuwe Nederlandse Ambtsinstructie genoemde doelen zal, vanwege de afhankelijkheid van operationele condities, beperkingen aan de nauwkeurigheid en de eraan verbonden risico’s in veel praktijksituaties botsen met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Vooral die situaties waarin er sprake is van een heterogene groep of er alleen sprake is van een bedreiging van zaken.

Misplaatst

Uit het onderzoek bleek duidelijk dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat niet-penetrerende projectielen de positieve verwachtingen die erover bestaan kunnen waarmaken en dat de gewenste effecten op zullen treden bij inzet. Daarnaast constateerde TNO dat de huidige geweldsmiddelen ten behoeve van de ordehandhaving goed presteren. De praktijk van de ordehandhaving in Nederland, was onze conclusie, duidt niet op de noodzaak voor aanvullende minder dodelijke (less-than-lethal) wapens ten behoeve van de ordehandhaving. Ondanks de gebeurtenissen in Rotterdam is er in de praktijk nauwelijks sprake van de inzet van vuurwapens bij ordehandhaving in Nederland.

In de incidentele gevallen waarbij wel sprake was van gebruik van vuurwapens bij grootschalige ordeverstoringen bleek uit de evaluaties en onderzoeken na incidenten vrijwel onveranderlijk dat er sprake was van tekortkomingen in voorbereiding, organisatie en capaciteitstoedeling. En niet van tekortkomingen in beschikbaarheid van geweldsmiddelen. Een focus op geweldsmiddelen helpt ordehandhaving en politiemensen niet echt. Daarnaast heeft het het risico in zich van misplaatst vertrouwen in een technologische oplossing voor wat eigenlijk heel andere maatschappelijke en organisatorische problemen zijn.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Prof. dr. Otto Adang is gedragswetenschapper, verbonden aan de Politieacademie en de Rijksuniversiteit Groningen.