Nog net geen crisissfeer bij de Nederlandse schaatsers, maar de plannen zijn wel aangepast

Schaatsen Terwijl de Japanners, Chinezen, Zuid-Koreanen en Amerikanen de zeges bijeen reden, presteerden vrijwel alle Nederlandse schaatsers dit seizoen nog tegenvallend. Reden tot zorg?

Femke Kok na haar 500 meter in Noorwegen, eerder deze maand.
Femke Kok na haar 500 meter in Noorwegen, eerder deze maand. Foto Douwe Bijlsma/Orange Pictures

Er was zondag tot laat in de avond overleg, afspraken werden afgezegd en er volgde een onvoorzien intern trainingskamp in Thialf, in plaats van in het Italiaanse Collalbo. Bij schaatsploeg Jumbo-Visma was deze week, met nog maar een maand tot het allesbepalende olympisch kwalificatietoernooi (OKT), even geen tijd meer voor randzaken. Daarvoor waren de resultaten tijdens de eerste twee wereldbekerwedstrijden van dit seizoen, in Polen en Noorwegen, te slecht.

Zo konden blikvangers Patrick Roest en Antoinette de Jong niet meedoen om de overwinning. Thomas Krol, wereldkampioen op de 1.500 meter, werd op ‘zijn’ afstand zestiende en vijfde. Sven Kramer kwam alleen in het Poolse Tomaszów Mazowiecki in actie op de 5.000 meter, waarop hij drievoudig en regerend olympisch kampioen is. Hij eindigde als negende – in de B-groep.

Op de 10.000 meter zou Roest afgelopen weekend in Stavanger in een rechtstreeks gevecht zelfs een rondje zijn ingehaald door Nils van der Poel. Na afloop gaf hij aan zich zorgen te maken. Het gat met de Zweedse winnaar noemde hij „gigantisch”. Ook Krol moest concluderen: „We worden eraf gereden”.

Het zijn niet alleen de schaatsers van coach Jac Orie die ondermaats lijken te presteren. Terwijl de Japanners, Chinezen, Zuid-Koreanen en Amerikanen de zeges bijeen reden, presteerden vrijwel alle Nederlanders dit seizoen nog tegenvallend; van Femke Kok (Reggeborgh) op de 500 meter tot Jutta Leerdam (Worldstream) op de 1.000 meter en ook Kjeld Nuis (Reggeborgh) op de 1.500 meter.

„Het is niet best tot nu toe”, zegt Jan Coopmans, namens schaatsbond KNSB de bondscoach van de schaatsers die in actie komen op de massastart en ploegenachtervolging. „Bij de meeste schaatsers draait het nog vierkant, dus nu moet de riem even worden aangetrokken.”

Hij wil de tegenvallende resultaten niet goedpraten, maar dit hoort bij een olympisch jaar, zegt Remy de Wit, technisch directeur van de schaatsbond. Nederlanders nemen een andere route dan de meeste concurrenten. „Onze schaatsers moeten pieken op het NK, het OKT en de Spelen. Je kunt dan niet ook nog goed zijn op alle wereldbekers.”

Niet genoeg punten

Vier jaar geleden was het niet anders. Ook in aanloop naar de Winterspelen van Pyeongchang begonnen de Nederlandse schaatsers matig aan het seizoen en waren het de Japanse vrouwen en Russische mannen die de meeste medailles pakten tijdens de eerste wereldbeker. Vier maanden later won de Nederlandse equipe zestien olympische medailles, waaronder zeven gouden.

Maar de tegenvallende prestaties van de Nederlanders in de wereldbekers hebben wel gevolgen. De aanloop wordt er voor sommigen door verstoord. De meeste ploegen wilden een van de twee resterende wereldbekers, volgende maand in respectievelijk Salt Lake City (Verenigde Staten) of Calgary (Canada), overslaan om zich optimaal te kunnen voorbereiden op het OKT eind december in Heerenveen. Dat scheelt reistijd en een jetlag. Maar in Polen en Noorwegen werden te weinig punten verzameld om al zeker te zijn van het maximale aantal schaatsers dat Nederland mag afvaardigen naar Beijing.

Elk land mag negen mannelijke en negen vrouwelijke schaatsers sturen, de zogenoemde quotaplekken. Daarvoor moeten op elke afstand wel een aantal Nederlanders zich grofweg in de toptwintig van het klassement schaatsen. Een wereldbekerwedstrijd overslaan, zoals het oorspronkelijke plan was, is alleen mogelijk als er in de andere drie wedstrijden genoeg punten gehaald zijn. „Een aantal schaatsers kan het zich niet meer permitteren die route aan te houden”, zegt Coopmans. „Dan zouden ze niet de punten halen die we nodig hebben voor de quota.” Bijvoorbeeld op de 500 meter zullen de Nederlanders aan de bak moeten.

Sven Kramer eindigde deze maand in Polen als negende in de B-groep van de 5.000 meter. Foto Lars Hagen/Orange Pictures

Als er niet in Salt Lake City gereden zou worden, zegt technisch directeur De Wit, dan komen Nederlandse schaatsers de week erna in Calgary in de B-groepen terecht, waar weinig punten te halen zijn. „En als je geen quotaplekken haalt, heb je straks op het OKT minder om voor te rijden. Dat realiseren de coaches zich maar al te goed.”

Bij Jumbo-Visma zijn de plannen inderdaad aangepast, zegt coach Jac Orie. „Voorafgaand aan de wereldbekers hebben we een plan A en plan B opgesteld. Gezien de mindere prestaties tijdens de eerste twee World Cups in Polen en Noorwegen is het verstandig om te kiezen voor plan B.” De ploeg wilde in eerste instantie met slechts een paar schaatsers naar de wereldbeker in Salt Lake City, maar reist nu toch met een grote groep af naar de VS. Orie: „We nemen als ploeg onze verantwoordelijkheid, aangezien we tijdens de World Cups voor Nederland genoeg punten moeten bemachtigen voor de negen olympische startbewijzen, bij zowel de mannen als de vrouwen.” Van paniek willen ze bij de grootste commerciële ploeg niet spreken.

Geen paniek

Ook bij Team Reggeborgh heerst geen crisissfeer. „Natuurlijk hadden wij ook wat meer verwacht van de eerste twee wereldbekers”, zegt coach Michel Mulder. „Vooral de 1.500 meter [van Kjeld Nuis] moet beter. Maar dat zal het ook wel worden. Met hem houden we ons aan het plan dat we vooraf bedacht hadden. Kjeld rijdt drie wereldbekers. Daarna gaat hij terug om te trainen zodat hij bij het OKT echt top is. Hetzelfde geldt voor Femke [Kok]. Zij is nog niet top, maar dat is een kwestie van tijd.”

Bij Team Worldstream loopt het seizoen tot nu toe volgens plan, zegt hoofdcoach Rutger Tijssen. Hij heeft Jutta Leerdam onder zijn hoede, de vrouw die begin deze maand bij de NK afstanden drie titels won (op de 500, 1.000 én 1.500 meter) in razendsnelle tijden. Ook zij zakte daarna wat in, werd in Polen twee keer twaalfde op de 500 meter en vierde en vijfde op de 1.000 meter – steeds op meer dan een seconde van de Amerikaanse winnares Brittany Bowe.

Volgens Tijssen ontstond bij veel schaatsers een vertekend beeld van het eigen kunnen door de „belachelijke tijden” die in Thialf werden gereden. „Veel had daar te maken met de omstandigheden. Ik denk dat sommigen daardoor een broek hebben aangetrokken die te groot is.” Toen de schaatsers twee weken later in Polen wegzakten in zacht ijs, vielen de tijden tegen. „Jutta was in Polen ook wel leeg”, zegt Tijssen. „Na het NK, waar veel op haar af kwam, was de spanning een beetje weg. Dat is heel normaal. Mindere wedstrijden horen er dan bij. Die hebben we ook nodig.”

Tijssen waarschuwt voor al te hooggespannen verwachtingen. Als je vorig seizoen als blauwddruk neemt, zegt hij, dan heb je een probleem. Nederland was tijdens de wedstrijden in de schaatsbubbel van Heerenveen vaak oppermachtig. Maar dat had, vooral op de kortere afstanden bij de vrouwen, alles te maken met het ontbreken van tegenstand uit China, Japan en Zuid-Korea. „Onbewust houd je dan misschien toch rekening met meer succes. Maar als ik realistisch kijk naar wat Jutta doet, dan zit er bij haar gewoon een stijgende lijn in. Bovendien ga je je bij een worldcupje in Polen niet uit elkaar trekken. Het gaat straks om het OKT.”

Coronabesmettingen

Precies daar botsen de belangen van de commerciële ploegen met die van schaatsbond KNSB. „Als ik hem platsla”, zegt Tijssen, „dan heb ik helemaal geen nationaal belang. Ik heb alleen een Jutta-belang. Als het beter voor haar is om wereldbekers over te slaan, dan is dat zo. Maar voorlopig levert zij gewoon. Daar krijgt ze trouwens niks voor terug. Bij het OKT begint ze weer op nul.”

Jutta Leerdam na haar teleurstellende 1.000 meter, eerder deze maand in Polen. Foto Reuters

De enige schaatser die zich tot nu toe echt aan de malaise lijkt te onttrekken is Irene Schouten van Team Zaanlander. Ze won goud op de 3.000 en 5.000 meter en de massastart en werd twee keer verdienstelijk achtste op de 1.500 meter, niet haar favoriete afstand. „Ze is de enige die er bovenuit steekt”, zegt bondscoach Coopmans. Het team, met ook Jorrit Bergsma in de gelederen, staat er goed voor, zegt trainer Arjan Samplonius. „Wij hebben gedaan wat we moesten doen.”

De ploeg houdt daarom vast aan het oorspronkelijke plan de wereldbeker in Calgary over te slaan om zich voor te bereiden op het OKT. „Nu wij al hoog staan kunnen we verder niet zoveel doen”, zegt Samplonius. „We maken daarom de beste planning voor onszelf, dat weet de KNSB ook.”

Over de afspraken die de schaatsbond met de commerciële ploegen heeft gemaakt wil technisch directeur De Wit niks zeggen. „Dat is tussen mij en de ploegen”. Van ruis op de lijn, omdat de commerciële (eigen)belangen en het landsbelang botsen, is volgens hem geen sprake. „Voor de ploegen is het heel lastig om de balans te bewaren, maar we hebben er goede afspraken over gemaakt. We gaan nu eerst kijken hoe we het doen in Salt Lake City. Pas daarna zal ik kijken of ik me zorgen moet gaan maken.”

Bondscoach Coopmans zegt zich nog geen zorgen te maken over de olympische startplekken. „Als iedereen zijn werk doet, dan gaat het goed komen.” Volgens De Wit kan Nederland met goede prestaties in Salt Lake City het „merendeel” van de quotaplekken veiligstellen. „Pin me er niet op vast, maar dan kan zo’n 80 procent van de schaatsers al terug naar huis.”

Er is wel iets anders dat de KNSB bezighoudt: corona. Nu de Nederlandse schaatsers er niet florissant voorstaan, kan één coronabesmetting grote gevolgen hebben. „Het hangt als een zwaard van Damocles boven ons hoofd”, zegt Coopmans. „Je zal als schaatser nu positief getest worden en niet mogen afreizen naar Noord-Amerika. Dan halen we misschien de quota niet.” Daarom worden onder de schaatsers weer kleine bubbels opgetuigd, om de risico’s op besmettingen zoveel mogelijk te verkleinen. Snel naar de supermarkt voor wat boodschappen zit er voorlopig niet meer in. De schaatsbelangen gaan nu even voor.

Correctie 27 november: in een eerdere versie van dit artikel waren per abuis de namen van Femke Kok en Arjan Samplonius verkeerd geschreven. Dit is aangepast.