Recensie

Recensie Muziek

Met Mahler en een gil de avondlockdown in

Recensie (●●●●/●●●●●) Je nog even voltanken met de klanktradities van grote Europese orkesten: het kon tijdens twee totaal verschillende Mahlers. De ‘Negende’ onder leiding van Iván Fischer stuurde je met een gil de avondlockdown in.

Dirigenten Iván Fischer (l.) en Daniel Harding (r.)
Dirigenten Iván Fischer (l.) en Daniel Harding (r.) Foto Ronald Knapp

Het voelde als voltanken-nu-het-nog-kan. Hoe lang reizen er nog hele orkesten de wereld rond als ambassadeurs van eigen tradities, eigen klankculturen? Hoe lang mogen we nog met 1.250 mensen zo dicht opeenzitten en zonder mondkapje rondlopen in de wandelgangen?

In het Concertgebouw, dat zijn Mahlerfeest in mei 2020 én 2021 moest annuleren, vond deze week een Mahler-inhaalslagje plaats. Twee exclusieve Mahler-concerten op achtereenvolgende avonden getuigden interessant genoeg van totaal verschillende idealen, tradities en temperamenten.

Lees ook deze Mahlerstrip, over de liefde tussen Gustav en Alma

Het uitstekende Swedish Radio Symphony Orchestra (met lekker stuwende Rick Stotijn als aanvoerder van de contrabassen) kwam langs met chef-dirigent Daniel Harding. Voor Harding, ook wel genoemd als potentiële chef bij het Concertgebouworkest, is dit orkest zijn „muzikale familie”. Hij heeft er al sinds 2007 de leiding, tekende bij tot 2025 en staat merkbaar dichtbij zijn musici. In Mahlers Vierde symfonie aten ze uit zijn hand: elk gebaar vond direct weerklank, er was volop ruimte voor spontaniteit én er ontstond geen kiertje ruimte tussen wat Harding voor oren leek te staan, en wat vervolgens jouw oor bereikte. Aan de contrasten tussen martiale erupties en elegante zwier merkte je ook nog dat Harding de akoestiek van het Concertgebouw goed kent.

Of er desondanks iets te wensen over bleef, is een kwestie van perspectief. Harding maakte van de Vierde symfonie een gentlemen’s-Mahler: krochten van de ziel en flarden straatmuziek werden netjes afgedekt door orkestraal zijde en fluweel. Ook in de acht liederen uit Des Knaben Wunderhorn overheersten orkestrale zwier en elegance, hoewel Christian Gerhaher zich met zijn vocaal naturel (als gesproken laagte, lichte hoogte) en bijna mystieke inlevingsvermogen opnieuw dé Mahlerbariton bewees.

Mahler op leven en dood

Wie een rauwere blik op Mahler verkiest, een Mahler op leven en dood zogezegd, werd donderdag exemplarisch bediend door het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer. Mahlers anderhalf uur durende, omineuze, persoonlijke en afgrondelijke Negende nodigt nadrukkelijk uit tot het verkennen van alle facetten van menselijke nood. Maar dat je eigen emotionele kwetsbaarheid direct zó op scherp werd gezet, lag ook aan de totaal andere benadering.

In klank bezat het openingsdeel meteen een diepte waarvan Harding verre bleef: een compromisloosheid voorbij schoonheid, een graven in de klank tot je daar belandt waar je misschien wel eigenlijk liever niet wil zijn.

Fischer (70) richtte het Budapest Festival Orchestra in 1983 op als „groot Austro-Hongaars orkest”; symfonische belichaming van de veelzijdigheid van Midden-Europa, van geparfumeerde Weense wals tot zigeuner-czardas.

Lees ook: de wijze lessen van maestro Iván Fischer

Alles wat het orkest in die veertig jaar opbouwde en al in zich droeg aan traditie, hoorde je in deze Negende. Liefdesmuziek welde op uit een zacht basmotief, violen zuchtten vertraagd als voorbodes van nog groter onheil, loeihard koper scheurde hoop aan flarden. Het was rauw en zielkervend – een gil om weer een concertluwe winter mee te beginnen.

Meer Mahler: Concertgebouworkest o.l.v. Jaap van Zweden met o.a. liederen uit Des Knaben Wunderhorn, 23-25/12; Mahler 1 o.l.v. Iván Fischer, 2-4/2