Opinie

Leven in een filterbubbel. Wil je dat?

Internet

Datagiganten willen ons een lichaamloos en ijzig hiernamaals inzuigen, meent . Dat vraagt om een tegenmodel.
Illustratie Marit Dekker

De geschiedenis van het internet bestaat uit enkele duidelijk van elkaar te onderscheiden periodes. Als we de militaire en universitaire begindagen van het internet even overslaan, was de eerste fase eind jaren negentig, toen het internet voor iedereen toegankelijk werd. Voortaan kon een ieder vanaf zijn computerscherm een oneindige hoeveelheid websites bezoeken. The age of access, het tijdperk van toegang, begon.

Halverwege het volgende decennium verschenen er nieuwe functies die de ontwikkeling van sociale netwerken mogelijk maakten en gebruikers in staat stelden om eigen content te creëren. Dat was het begin van web 2.0.

Vervolgens waren we, tussen 2010 en nu, getuige van de bloeitijd van de data- en platformeconomie, die kunstmatige intelligentie gebruikt om gedrag te interpreteren en automatisch producten en diensten aan te bevelen die waarschijnlijk bij een individu passen. Dit zou je het tijdperk van algoritmische hyperpersonalisering van het aanbod kunnen noemen.

Onlangs kondigde Mark Zuckerberg zijn Meta-project aan, met als doel het internet een vierde fase in te sturen, of beter gezegd: een vierde dimensie. Het idee is een informatie-universum te bouwen dat de gebruiker onderdompelt (met behulp van virtual reality-helmen) in een werkelijkheid die louter uit pixels bestaat, een virtueel universum: de metaverse. Daarmee wordt het principe van een ‘sociaal netwerk’ via tal van diensten uitgebreid naar alle gebieden van ons leven: we kunnen rondlopen in winkelcentra, virtueel huizen bekijken die te koop staan, naar culturele en sportieve evenementen, en we kunnen elkaar virtueel, in de vorm van avatars, ontmoeten.

Blijf de concurrentie voor

De wil om deze ambitie te realiseren komt niet uit de lucht vallen. Want het gaat er niet alleen om de aandacht van Facebook af te leiden nu het ene na het andere schandaal het imago van het medium beschadigt; het doel is vooral om via een strategie van constante innovaties de consument te blijven verbluffen en de concurrentie een stap voor te blijven. Het project maakt gebruik van de gevolgen van de coronacrisis, nu vanwege de lockdowns opeens tal van activiteiten online gebeuren – dingen waarvan we soms niet eens wisten dat je ze online kón doen.

Zo bezien heeft de pandemie geleid tot een breuk in de geschiedenis. We hebben nieuwe gewoonten ontwikkeld die onze relatie tot ons werk, tot het onderwijs, de zorg, commercie en cultuur diepgravend hebben veranderd. En waarvan we tot nu toe alleen nog maar de eerste gevolgen zien. Zoals de dalende bezoekersaantallen in de bioscopen, theaters en musea, waarvan we moeten vrezen dat die niet meer zullen stijgen. Dat is een goede voedingsbodem voor de ontwikkeling van technologie die speciaal is ontworpen om ons naar andere, digitale, omgevingen te lokken. De uitdaging voor Facebook en andere techreuzen is om zich zo snel mogelijk naar de voorposten van dit geheel nieuwe tijdperk van de digitale economie te begeven, een tijdperk waarin die alle aspecten van ons leven zal gaan beheersen. Maar welke gigantische repercussies zal dit nieuwe tijdperk hebben voor de maatschappij, het milieu en het menselijk bestaan?

Lees ook: Het nieuwe internet laat je rondvliegen op je bedrijfsborrel

Allereerst zal e-commerce (online winkelen) definitief de boventoon gaan voeren. Dat zal leiden tot overconsumptie, met desastreuze gevolgen voor het milieu. Het zal onzichtbare hordes van onderbetaalde werknemers in distributiecentra opleveren, die slaaf zijn van helse werkritmes, gedicteerd door algoritmen.

De metaversen zullen energie vreten. Ze vereisen permanente connectivity, computersystemen die continu met elkaar verbonden zijn, en steeds meer servers om al die data op te slaan. Bandbreedtes zullen steeds vaker verstopt zijn. Maar daar zeggen de techreuzen niets over, behalve in vage communiqués die reppen van CO2-vrije internet-infrastructuren.

Tot slot, en daarmee komen we bij het belangrijkste antropologische feit: onze levens zullen onlosmakelijk, als via een navelstreng, verbonden zijn met een technoliberalisme dat ons overal en altijd de weg wil wijzen. Voortaan zal onze zintuigelijke ervaring bestaan uit optische en zintuiglijke simulaties (aanrakingen, geluid, zelfs geuren), waarbij onze relatie tot de werkelijkheid voor elk individu door algoritmes op maat gemaakt wordt en zich zal aanpassen aan onze behoeften en wensen. Een werkelijkheid dus waar we ons niet meer aan kunnen ‘stoten’. Bovendien zullen deze technieken gedetailleerde kennis opleveren over ons gedrag, via alles wat we doen, waar we naar kijken, onze biometrische gegevens (hartslag, transpiratie) en onze sociale interactie.

Hoe zal zo’n subjectieve werkelijkheid, die voortdurend gestuurd wordt door systemen, eruitzien? We zullen niet meer geconfronteerd worden met welke beperking dan ook (behalve wellicht die van onze financiële middelen), we zullen telkens moeten reageren op nieuwe gebeurtenissen (zoals in videogames) en geen tijd meer hebben om na te denken en een goed oordeel te vellen.

Zo krijg je menselijke relaties die van elk toeval gespeend zijn, omdat ze gebaseerd zijn op veronderstelde conformiteit. Filterbubbels zullen niet langer beperkt zijn tot opinies, maar worden uitgebreid naar alle gebieden van het leven. Daarbij ontstaat een vorm van samenleven die het resultaat is van louter berekeningen en die dus van elke levenskracht ontdaan is.

Lees ook: Kan Zuckerberg generatie Z ook laten geloven in zijn metaversum? Dat wordt lastig

Een wereld zonder gebreken

In de afgelopen twee decennia heeft de tech-industrie de samenleving grondig weten te veranderen, dit uitsluitend om de eigen belangen te dienen. Daarbij heeft ze ons een fantasiebeeld voorgespiegeld van een wereld zonder gebreken. Al die tijd hebben wij ons daarbij veel te passief opgesteld en daarvoor hebben we in veel sectoren een hoge prijs betaald.

De ontwikkeling van de metaverse staat nog in de kinderschoenen, maar er staan enorme investeringen op stapel en de tech-industrie is er al volop mee bezig. Blijven we, met dat vooruitzicht, opnieuw apathisch ? We beleven een sleutelmoment nu het einde van de coronacrisis nadert. Een crisis waarin we hebben gezien dat onze relaties met anderen massaal via pixels verliepen, waarbij iedereen achter zijn computerscherm zijn eigen ding deed, waardoor ons ‘collectieve isolement’ steeds erger werd.

Daarom moeten we aan de slag met de invoering van levenswijzen van een totaal andere orde. Geconfronteerd met de huidige problemen vraagt dit moment om het laten ontluiken van gemeenschappen, waar de ontwikkeling van rechtvaardige en gevoelige relaties tussen mensen prioriteit heeft en wordt gestimuleerd, met respect voor het milieu.

Als we nu niet onverwijld gaan bouwen aan heilzame tegenmodellen geven we de vrije hand aan de datagiganten die ons die metawereld in willen zuigen, dat lichaamloze en ijzige hiernamaals; een parallel universum van waaruit, als we niet oppassen, geen weg terug meer mogelijk is.

Vertaling: Friederike de Raat