Koninkrijk naar de knoppen

Woord We lijken code-loos te leven, ziet . Daardoor hoeft het virus ons niet eens te kraken – het slipt zo naar binnen.

Vroeger, wanneer je een andere ridder in het bos tegenkwam, was het van, Sir, Let us joust. Als nobele moest je immers weten hoe je te gedragen. En dat betekende: steekspel. Vaak had jij noch je tegenstander hier zin in, lezen we in T.H. Whites klassieke Arthur-roman The Once and Future King (1958). Het was te warm. Of je wilde snél naar Guinevere. Maar je was ridder, of niet. Dus moest je vechten – dat bepaalde je code.

In onze tijd is leven volgens een code geen automatisme meer, laat staan dat het als idee romantisch is zoals toen Arthur leefde. Het wrange is dat de tijdgeest roept om een code, om gedragsregels die ons en de mensen om ons heen beschermen tegen acolieten van een andere code. En die weten niet beter dan hún code volgen.

Ja, ook corona heeft een code. Het virus weet niet beter dan zich te vermenigvuldigen. Dat is zijn enige gedragsregel. Deze voor ons dodelijke code kunnen we alleen tegengaan met onze eigen code. Met ons gedrag. En hier wringt de schoen. Niet alleen zijn we bij lange na niet zo meedogenloos als een virus als het gaat om leven volgens je code, ook lijken we ons steeds minder te laten voorschrijven door een codex, zoals de Romeinen een verzameling wetten noemden. Sterker, zelfs de oervorm van de code – het boek, in de Oudheid ook een codex – draagt de meerderheid van de mensen bepaald geen warm hart meer toe.

Code-loos lijken we te leven, je zou haast zeggen: ongecodeerd. Zo simpel zijn we geworden. Dat virus hoeft ons niet eens te kraken. Dat slipt zo naar binnen, dat weet: maar natuurlijk gaan ze hun handen niet wassen en uiteraard blijven ze niet thuis als ze ziek zijn. Niemand verplicht ze, dan doen ze het ook niet. Want ze hebben geen code.

Franco Nero als Sir Lancelot in Camelot (1967). Foto Avalon/Getty Images

Niet helemaal. Wetenschappers hebben namelijk de code van de vijandige invallers gekraakt, waardoor we vaccins hebben. Dat alleen al is gecodeerd leven, dat wil zeggen: leven met een code in ons lichaam. Ons afweersysteem leert dankzij vaccins de code van een virusinfectie te herkennen en reageert vervolgens met een afweerreactie. Dit is bittere noodzaak. Je kunt niet zeggen, nou, ik streef er wel naar om gezond te zijn. Een code is een code en als bewijs heb je dan die quick response code.

Troostend is dat ook de ridders moeite hadden te leven volgens een code, zeven deugden, waaronder wijsheid, rechtvaardigheid, matigheid en liefdadigheid. Neem Lancelot, de beste ridder op aarde die in werkelijkheid een gefaalde ridder was. White: Lancelot was ‘slecht gemaakt’. Een QR-code had Lancelot zeker niet. En net als hij zien ook wij, met ons verlepte bewustzijn van code, door de bomen het bos niet meer. Zo ver is het al in Limburg waar de ziekenhuizen de toestroom van coronapatiënten niet meer aankunnen. ‘Code zwart’, zeggen we dan in geheimtaal, maar iedereen weet meteen dat hier een noodsituatie mee wordt bedoeld, en dan nog zijn we niet in staat hier iets aan te doen door bijvoorbeeld de capaciteit op de intensive care structureel op te schalen. Arthuriaanse tijden zijn dit. Van God los. Koninkrijk naar de knoppen. Arthur: „When a moral sense starts to rot it is worse than when you had none.”