Je oude kleding? Die kan zomaar eindigen als de isolatie in een auto

De kledingbak Consumenten worden aangemoedigd kleding in de textielbak te gooien. Wat gebeurt er daarna mee? NRC volgt het proces, tot aan de verbrandingsoven.

Foto Thomas Nondh Jansen

De race begint al in de container. Sommige textielbakken lijken zó op gewone vuilcontainers dat er geregeld een zak huisvuil in belandt. Dan is het vaak meteen einde verhaal voor alle afgedankte truien, broeken en colbertjes die mensen daar met de beste bedoelingen in hebben gegooid.

„Als textiel in de container vies of nat wordt, kunnen we er weinig mee”, zegt Mariska Boer van Boer Group, een bedrijf dat jaarlijks 110 miljoen kilo textiel sorteert. Dus, zegt ze, als je kunt kiezen tussen zo’n ‘ondergrondse’ textielbak of een ‘bovengrondse’, kies dan altijd voor die laatste. Daar belandt minder vuilnis in.

Ongeschonden het sorteerbedrijf bereiken – het is maar één van de hobbels die afgedankte kleding moet overwinnen op weg naar een nieuw leven. Consumenten worden aangemoedigd hun oude kleren – schoon en in een gesloten zak! – in te leveren bij de textielbak. Een deel doet dat ook trouw. In 2018, het laatste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn, belandde in Nederland bijna de helft van de 305 miljoen kilo afgedankt textiel in de kledingbak of bij de kringloopwinkel.

Maar dan? Welke weg legt die oude kleding af – en hoeveel kans maakt ze om weer als kledingstuk te eindigen?

1. Naar het sorteerbedrijf

De eerste halte is het sorteerbedrijf. Dat koopt de inhoud van textielbakken op en verkoopt die gesorteerd en wel weer door.

Sorteren gebeurt met de hand, vertelt directeur Hans Bon van Wieland Textiles, een sorteerbedrijf uit Wormerveer dat zo’n 9 miljoen kilo textiel per jaar verwerkt. Nadat iemand er eventuele rommel tussenuit heeft gevist, kan het echte sorteren beginnen. „Mensen kijken: is het een T-shirt, een broek of een jas?” Dat is de eerste schifting. Daarna volgt „fijnsortering”. Tot ieder item is onderverdeeld in een van de ongeveer 300 categorieën die Wieland hanteert. Het grotere Boer Group, dat ruim 110 miljoen kilo per jaar verwerkt, maakt zelfs onderscheid in 450 categorieën, vertelt mede-eigenaar Mariska Boer.

2. Op een vrachtschip

Alles wat niet kapot, versleten of totaal uit de tijd is, gaat opnieuw in de verkoop als kledingstuk. Ruim de helft van alle ingeleverde kleding is daar nog goed genoeg voor.

Hoe meer kleding geschikt is voor ‘hergebruik’, hoe beter. Dat scheelt in de productie van nieuwe kleding en dus in CO2-uitstoot – de kledingindustrie wordt verantwoordelijk gehouden voor 2 tot zelfs 10 procent van de kooldioxide die mondiaal vrijkomt. Ook voor hun eigen portemonnee zien sorteerbedrijven het liefst vooral dit soort kleding binnenkomen: hier verdienen ze geld mee. In ‘kilohandel’ verkopen ze het door aan groothandels of importeurs, die het opnieuw op de markt brengen. Hans Bon: „Het herdraagbare deel financiert hele proces.”

Lees ook dit verhaal: De groene beloftes van fast fashion: hoe duurzaam kan deze industrie worden?

Van deze nog-goed-genoegkleding wordt een beetje opnieuw verkocht in tweedehandswinkels in West-Europa, de meerderheid gaat naar plekken waar mensen vaak minder geld hebben voor nieuwe kleren. Oost-Europa. Of nog verder weg: Afrika. „Dan gaat het in geperste balen een container in en een vrachtschip op”, schetst Hans Bon van Wieland. Op weg naar – hopelijk – een nieuwe eigenaar.

3. Naar de vervezelaar

Ingezamelde kleding die in de ‘verkeerde’ helft is geëindigd, wordt met een beetje geluk gerecycled. In 2018 gebeurde dat met een derde van al het ingeleverde textiel.

Via de sorteerbedrijven komt deze kleding bijvoorbeeld terecht bij Twentse bedrijf Frankenhuis, een vervezelaar die ook grotendeels in handen van Boer Groep is. Daar worden stoffen mechanisch uit elkaar gepluisd tot vezels, waar weer nieuwe stof van gemaakt kan worden. Maar lang niet elk kledingstuk is hier geschikt voor, vertelt Tich Vanduren, directeur van Frankenhuis. „Kleding die uit verschillende lagen materiaal bestaat, is moeilijk. Winterjassen, stropdassen – daar kunnen wij eigenlijk niks mee.”

4. In een auto

Kleding die wél geschikt is voor recycling, wordt maar zelden een nieuw kledingstuk. Volgens een rapport van de Ellen MacArthur Foundation uit 2017 wordt 1 procent van alle kleding gerecycled tot nieuwe kleding. In plaats daarvan krijgt het bijvoorbeeld een nieuw leven als matrasvulling of vloerbedekking.

Bij Frankenhuis maken ze er isolatiemateriaal van voor de auto-industrie, vertelt Tich Vanduren. „Mensen zeggen: dat is downcycling [als materiaal wordt hergebruikt voor een ‘laagwaardiger’ product]. Ik zeg dan: een auto gaat langer mee dan een kledingstuk.” Maar bij de vervezelaar zouden ze ook graag zien dat meer oude kleding weer nieuwe kleding wordt, zegt Vanduren. „Vanaf volgend jaar willen we ook spinbare vezels maken voor de kledingindustrie.” Er is geïnvesteerd in een nieuwe fabriekslijn die dit moet gaan doen. Speciaal voor kleding die, aldus Vanduren, „anders in de verbrandingsoven zou belanden”.

5. Naar de oven

Want ook daar eindigt een deel van het ingeleverde textiel. In 2018 was dat 14 procent. Kan het ook anders?

Wat zou helpen, zeggen de recyclebedrijven: als de industrie kleding maakt die goed te recyclen valt. Daar doen kledingketens steeds vaker beloftes over. ‘Recyclebaar by design’, heet dat dan. „Maar veel kleding is dat nog niet”, zegt Jacqueline Cramer, hoogleraar duurzaam innoveren aan de Universiteit Utrecht en betrokken bij het circulaire initiatief Dutch Circular Textile Valley.

Een spijkerbroek met stretch, we kunnen niet zonder – ik ook niet. Maar elastaan is wel een enorme showstopper

Mariska Boer mede-eigenaar sorteerbedrijf Boer Group

Zo bestaat veel kleding nog uit stoffen die moeilijk recyclebaar zijn, omdat ze van verschillende grondstoffen gemaakt zijn. „Denk aan een katoenen spijkerbroek met een paar procent elastaan”, zegt Mariska Boer. „Ik snap het wel, kleding moet ook lekker zitten. Een spijkerbroek met stretch, we kunnen niet zonder – ik ook niet. Maar elastaan is wel een enorme showstopper.” Cramer: „Bedrijven besteden veel te weinig aandacht aan circulair ontworpen stoffen.”

En gebruik van gerecycled materiaal in nieuwe kleding? Bij Boer Groep merken ze nog niet dat kledingketens hier veel werk van maken, zegt Mariska Boer. „De technieken die dat mogelijk maken, worden steeds beter, maar de vraag is er niet.” Hans Bon van Wieland ziet wel beweging sinds het kabinet vorig jaar met een plan kwam om gebruik van gerecycled textiel in Nederland te verplichten. Dat is ook de enige manier om verandering teweeg te brengen, gelooft hij – regelgeving. „Kledingbedrijven zijn nu eenmaal gewend zoveel mogelijk te produceren, en nieuw materiaal gebruiken is makkelijker. Al het andere verstoort het proces.”