Reportage

‘Je besluit als agent: vanaf nu schiet ik gericht’

Rotterdam Drie politieagenten vertellen over de recente rellen in Rotterdam: „Een ongekende aanval.”

Van links naar rechts: ME'er Daley, leidinggevende Karin Krukkert, een wijkagent.
Van links naar rechts: ME'er Daley, leidinggevende Karin Krukkert, een wijkagent. Foto’s Camiel Mudde

Politieagenten die door een arts een prednisonkuur krijgen voorgeschreven. Niet tegen reuma, kanker of darmonsteking, maar tegen blijvende gehoorschade. Omdat ze op vrijdag 19 november belaagd zijn met zwaar vuurwerk tijdens de rellen in Rotterdam. Het kwam deze week terloops voorbij in een lang debat in de gemeenteraad.

Een groep van mogelijk duizend relschoppers zette de binnenstad urenlang op zijn kop. Meer dan vijfhonderd politiemensen waren nodig om de orde en veiligheid te herstellen. Uit het hele land werden 8 pelotons ME opgeroepen om te helpen. Agenten zagen zich genoodzaakt om gericht te schieten: voor het eerst sinds de ‘strandrellen’ in 2009 in Hoek van Holland. De politie blijft daarom alert. Deze vrijdag bleef het in Rotterdam rustig, ondanks nieuwe coronamaatregelen.

Lees de reportage: De echte relschoppers lopen vrij rond

Vorige week werden burgemeester Aboutaleb en de politie geheel overvallen. Het leek vooraf een kleine demonstratie tegen coronamaatregelen te worden. Maar al snel bleek dat georganiseerde groepen het op de politie hadden gemunt. Agenten en hulpverleners werden belaagd met verkeersbordpalen, stoeptegels en mortieren. Er zijn zeventien politievoertuigen vernield. De voorlopige schade is 1,5 ton.

Raadsleden spraken voorzichtig van „een aanslag” op de democratische rechtsorde. De Rotterdamse politiechef Fred Westerbeke noemde het een „ongekende en gerichte aanval op mijn mensen”. Een 33-jarige Rotterdammer, een van de 49 aangehouden personen, wordt bijvoorbeeld vervolgd voor poging tot doodslag. „Dat heeft niks meer met relschoppen te maken”, zei Westerbeke hierover.

NRC interviewde drie politiemensen die op 19 november bij de rellen waren: plaatsvervangend politiechef Karin Krukkert, wijkagent en ME’er Daley (die niet met zijn achternaam in de krant wil) en een wijkagent die geheel anoniem wil blijven uit zorg voor zijn eigen veiligheid. Alle drie spreken ze van georganiseerde, grensoverschrijdende agressie tegen de politie. Door verschillende relschoppers die nog vrij rondlopen. Ze konden ontkomen toen de politie nog onderbezet was.

Het is niet alleen het zorgpersoneel dat mentaal zwaar wordt belast in coronatijd. Het is ook de politie die moet uitrukken tijdens ‘coronarellen’ – of wat daarvoor moet doorgaan. „Het ziekteverzuim is op dit moment opvallend laag”, zei Westerbeke deze week. „Maar ik maak mij wel zorgen, als ik kijk naar de huidige werkdruk bij mijn mensen.”

Lees het artikel: Voor de tweede keer: géén doden door politiekogels

Karin Krukkert had de leiding:
‘We werden te grazen genomen’

Foto Camiel Mudde

‘Op naar een rustig weekend’, zeiden we die vrijdag als collega’s nog tegen elkaar. Ik had ’s ochtends 75 nieuwe agenten beëdigd in de Kuip. Supertoffe bijeenkomst, met allemaal jonge mensen. Met een livestream voor familie en bekenden. Die middag had ik niet veel te doen, ik wilde lekker mijn mailbox leegmaken. Ken je dat gevoel: dat je na een drukke week met een blij gevoel naar huis gaat?”

„Later moest ik aan de beëdiging van die agenten terugdenken. In de livestream richtte ik me ook even tot hun familie en vrienden. ‘Ik kan me voorstellen dat u zich afvraagt: is het wel een goed idee dat mijn kind, vriend, of partner naar de politie gaat? Wij zijn heel blij met ze en zullen goed op ze passen’, zei ik. Wat zullen die mensen na de rellen hebben gedacht?”

„Ik had piketdienst en dan kun je gebeld worden bij gevoelige incidenten, zoals schietpartijen. Wij kijken daarbij dan altijd naar de drie ‘p’s’: pers, politiek en personeel. Nou, dit ging om alledrie.”

„Rond half acht ben ik gebeld door de hoofdofficier van dienst, vanuit de meldkamer in het World Port Center in Rotterdam. Het voelt niet goed, zei hij. Ik zei: begin maar direct met opschalen en check of de eenheid in Den Haag paraat is. Ik kom eraan. Nou, een half uur later stonden er duizend man of meer. Toen kwam de melding: ze willen niet demonstreren, maar ons te grazen nemen.”

„In de auto had ik mijn commandant aan de lijn. Toen hoorde ik dat er ‘platte petten’ hadden geschoten: agenten in blauw. Dan slaak je even een hartgrondige vloek, want dan was het echt levensbedreigend. Het eerste wat onze mensen leren, wat ze allemaal weten, is dat je je wapen eigenlijk niet in menigten kunt gebruiken. Het risico op collateral damage is te groot.”

„Opschalen, opschalen. Dat was op dat moment het belangrijkste. Uiteindelijk kwamen er pelotons uit het hele land. We hadden de ‘whisky’ en de ‘zulu’: de waterwerper en de helikopter dus. En dan op een gegeven moment zie je de avond langzaam kantelen. Het is nog lang niet rustig in de stad, maar je hebt in ieder geval weer de regie over het gevecht.”

„Zelf heb ik ook in de ME gezeten. In Den Haag heb ik rellen meegemaakt die er niet om logen. Maar dit was de eerste keer dat ik echt even dacht: holi poli, hiervoor ben ik niet bij de politie gegaan. Je bent bij de politie om te helpen, niet om zo te grazen genomen te worden.”

„Ik ben echt supertrots op beslissingen die onze mensen in een split second hebben moeten nemen. En tegelijkertijd ben je bezorgd wat de krassen op de ziel op de lange termijn voor ons betekenen.”

„Natuurlijk is er een aantal mensen dat zegt: nu kan ik even niet. En dat snap ik. Als je in een levensbedreigende situatie hebt gezeten, dan hebben mensen even rust nodig. Nog los van de mensen met fysiek letsel: van blauwe plekken, butsen, builen en schrammen tot ernstiger.”

„De capaciteit bij de politie staat maximaal onder druk. Spoedhulp zullen we altijd verlenen, maar verder staan we wel voor keuzes. Wij willen graag de politie zijn die de wijk en haar bewoners kent, die vanuit verbinding werkt aan leefbaarheid en veiligheid. Maar de wijkagent draait nu even zijn diensten niet, want dat is die agent die dat ME-pak aantrekt.”

„Waar de agressie vandaan komt? Zeg het maar. Iedereen die we nog gaan vatten, en daar gaan we onze stinkende best voor doen, die zal zichzelf voor de rechter moeten verantwoorden. Ik wil hier eigenlijk ook geen enkele verklaring voor zoeken. Ik vind het bizar, absurd, en het maakt me eigenlijk enorm woest.”

ME’er Daley beschermde de brandweer:
‘Je staat stenen en vuurwerk te happen’

Foto Camiel Mudde

‘Aan het begin van de demonstratie zag ik een man met een fakkel. Ik zeg: ‘beste kerel, doe dit gewoon niet. Je bent de boel aan het opnaaien’. Dus hij gooit hem weg, zegt ‘rot op, joh’ en wil weglopen. Ik pak zijn arm – en dan zie ik dat er dertig man máximaal op mij gefocust zijn. Ik zeg tegen mijn leidinggevende: ik laat hem weer los, anders wordt het rellen.”

„De sfeer werd heel snel heel grimmig. Ik kwam aan als wijkagent in ‘vredestenue’, maar na een uur of zo ben ik mijn ME-pak gaan halen. Op het bureau hoor je dan dat je achtergebleven collega’s maximaal belaagd zijn. Dat voelt naar en tegelijkertijd denk je: toch niet helemaal verkeerd ingeschat, goed dat ik als ME’er terug kan.”

„We kwamen aan met twee busjes, nog geen twaalf ME’ers. Dan zie je duizend man op de Coolsingel rellen en in de Bulgersteyn een politieauto in brand staan. Pal vóór het portiek van een flat, met bewoners die niet weg kunnen. Dan is het ‘helm op, klep dicht’ en ervóór gaan staan, zodat de brandweer kan blussen.”

„De ene na de andere steen en vuurwerkbom vliegt om je oren. Een van die jongens steekt een shell [mortier] aan, houdt ’m met beide handen vast en richt ’m op ons. Als je die onder je schild of onder je helm krijgt, dan ben je gewoon dood. Dan hoor je de brandweer achter je tegen elkaar zeggen: laat alles maar vallen, het is te gevaarlijk. Terwijl die flat in brand kan vliegen, dan heb je meer slachtoffers.”

„De brandweer trekt zich even terug, wij ook. In de bus pak je een flesje water, maar dertig seconden later moet je weer naar buiten. Dan ga je tóch tien meter verder staan, om de brandweer ruimte te geven. Je hoort de commandant in je oortje roepen: vijf stappen naar voren. Voor het eerst bij de politie twijfelde ik toen even: leuk, maar ga ik die vijf stappen wel pakken? Je doet het, want je moet. Wij hebben zo wel een half uur stenen en vuurwerk staan happen.”

„Collega’s moeten uiteindelijk hun vuurwapens trekken en iemand wordt in zijn been geraakt. Hó stop, roepen die relschoppers dan, je moet hem helpen. Je doet het, terwijl zij jou net proberen te vermoorden. Terwijl ik die man help, krijg ik dan een baksteen vól op mijn borstbeen: alle lucht uit mijn longen.”

„Wil je terug?, vraagt een collega. Nee zeg ik, geen stap terug, nooit meer. En ook bij een volgende demonstratie sta ik er gewoon weer. Dit is mijn werk, ik wil niet bang worden van zulke droeftoeters.”

„Ik laat het me privé ook niet beïnvloeden, al heeft het dat al gedaan. Want je komt thuis om vijf uur ’s nachts en je vrouw zit aan de keukentafel. Mijn ouders hebben ook niet geslapen die nacht. Er kwamen zoveel bezorgde appjes van familie en vrienden: alles goed, heb ik ’s nachts maar als status ingesteld.”

„Deze lui bij de rellen waren mínder dan hooligans. Een hooligan bij een voetbalwedstrijd denkt: hee, een ME’er, ik wil knokken. Drie weken later kom ik diezelfde gasten op het Stadhuisplein tegen als wijkagent en zeggen ze: ‘hee, lange’. Dan zeg ik terug: ‘hoe is het, heren?’.”

„Deze lafaards hebben onbeschermde hulpverleners aangevallen. Dit zijn de jongens die het bos intrekken en met 35 tegen 35 man op de vuist gaan. Ze waren voorbereid en hadden wapens bij zich: metalen staven, messen, boksbeugels. Ze gaven signalen om samen op te rukken.”

„Met coronaprotest had het allemaal niks te maken. En als dat wel zo was geweest: ík schrijf die maatregelen niet voor. Ík moet me ook aan de avondklok houden.”

Een wijkagent schoot voor het eerst:
‘Je denkt op dat moment: ik ga dood’

Foto Camiel Mudde

‘Normaal ben ik niet zo van dat anonieme gedoe, maar ik heb tegenover die jongens gestaan. Ik heb de woede en de schade gezien, de organisatie van het geweld, hoe ze alles filmden. Ik heb dit nooit eerder gehad, maar ik ben nu bang dat ze mijn identiteit proberen te achterhalen, en voor mijn eigen veiligheid.”

„Als wijkagent heb ik heel wat demonstraties meegemaakt, en dit was anders. Normaal zoek je contact, en overleg je met elkaar: jullie willen je dingetje doen met je demonstratie, wij zijn politie. Laten we een plan de campagne maken.”

„Dit was een groep met wie geen contact te krijgen was. Jongens en mannen met donkere jassen en gezichtsbedekking – terwijl coronademonstranten vaak tégen mondkapjes zijn. Veel subgroepen in de grote groep, individuen met rugzakken en plastic tasjes. Dan denk je: wat zit erin, waarom doen jullie zo zenuwachtig?”

„We kregen informatie dat er om acht uur een ‘sfeeractie’ met vuurwerk op de Coolsingel zou zijn. We zouden niet reageren om escalatie te voorkomen. Het was een fakkel die de lucht in ging; en dat was geen sfeeractie, maar een startschot.”

„We vormden een linie op de hoek Coolsingel-Bulgersteyn. Met misschien tien, vijftien ‘platte petten’, zonder helm en zonder beschermende kleding. Het vuurwerk werd gekker en gekker, de groep groter en groter. Het leek wel The Walking Dead: relschoppers bléven komen.”

„We moesten weg, maar we kónden niet weg. Als je gaat wegrennen, weet je één ding: dan komen ze joelend achter je aan. En je wilt geen collega’s achterlaten. Dus je moet je gecontroleerd terugtrekken.”

„Er wordt zó’n zwaar vuurwerk naar je gegooid, je voelt de luchtdruk op je borstkas. Ik zag een collega, een paar meter voor me, middenin een vuurbal. Hij greep naar zijn oren en rende weg. Je ziet zelf ook van die bruine mortierballen naast je inslaan. Het ontploffen heb je niet eens door. Je oren kunnen het niet aan, je gehoor wordt uitgeschakeld. Het lijkt alsof er daglicht is, terwijl het pikdonker is. Alles gaat in slow motion.”

„En dan komt het besef: we gaan het niet houden. Er is nog één middel: je vuurwapen. Nog nooit hoeven te gebruiken. Maar op dat moment denk je: ik ga dood.”

„Je schiet in de lucht om te waarschuwen. Dat heeft nul effect op de groep. Nog een keer in de lucht: weer nul effect. Je ziet je collega’s, óók in de lucht schieten. En dan nóg gaan ze door. Op dat moment besluit je: ik heb dertig patronen en kan ze niet allemaal in de lucht schieten. Het volgende schot wordt gericht.”

„Op dat moment kwam gelukkig een politiebusje door de massa. De relschoppers moesten zich even opsplitsen, dat gaf ons de gelegenheid om ons terug te trekken. We zijn hier naar het politiebureau aan het Doelwater gegaan. Want dat moest verdedigd worden, de laatste plek waar je dan nog veilig bent. Ik denk dat ik om half vier ’s nachts klaar was met mijn dienst. Dan begin je pas te trillen.”

„Dat terugtrekken lijkt verliezen, maar ik ben er trots op. Het is een professionele beweging, waarmee we ernstiger letsel bij ánderen hebben kunnen voorkomen.”

„Ik heb het er wel nog best moeilijk mee. Twee dagen niet gegeten, het slapen gaat slecht. Vannacht was ik vanaf half twee wakker. Het zal nog wel even duren voordat ik het een plek kan geven. Maar dit is zo’n mooi werk, zo noodzakelijk. Volgende keer sta ik er weer. In Nederland mag je zeggen wat je denkt en moet je ook gewoon veilig kunnen demonstreren.”