Facebook vs. Zeewolde: hoe lokale politici moeten beslissen over een landelijke kwestie

Datacentrum In december moet de gemeenteraad van Zeewolde beslissen over een datacentrum van miljardenbedrijf Facebook, dat naar de polder is gedirigeerd. Een handvol lokale deeltijdpolitici moet een besluit nemen dat landelijke gevolgen heeft voor het stroomverbruik. In de polder wordt gemord.

Sipke Veenstra, tegenstander van het gigantische datacentrum dat Meta wil bouwen. „De deal pakt slecht uit voor Zeewolde.”
Sipke Veenstra, tegenstander van het gigantische datacentrum dat Meta wil bouwen. „De deal pakt slecht uit voor Zeewolde.”

‘Nee, ze heten geen Facebook meer. Ze heten sinds kort Meta”, zegt de Flevolandse akkerbouwer, windmolenexploitant en CDA-gedeputeerde Jan-Nico Appelman. Plechtstatig: „Dat spreek je uit als Meddah.”

Het is woensdagochtend, tien over half elf, en hij is als eerste politicus aanwezig in The Opera House, de theaterzaal achter grand café The Lux, pal om de hoek bij het gemeentehuis van Zeewolde. Daar zal hij voor de draaiende camera’s van de lokale zender en Omroep Flevoland de grootste zakelijke deal in de geschiedenis van de regio wereldkundig maken. „Misschien wel van de hele Nederlandse naoorlogse geschiedenis”, fluistert een ambtenaar in het zaaltje.

Kort na hem betreden twee wethouders van Zeewolde – ‘het jongste dorp van Nederland’ – het zaaltje. Ook Wim van der Es (VVD, ruimtelijke ordening) en Egge Jan de Jonge (CDA, datacentra) ogen trots. Na maanden van geheimzinnigheid heeft Facebook een uur voor het persmoment bekendgemaakt dat het techbedrijf in hun gemeente een van de grootste datacentra van Europa wil bouwen.

De liefde is volledig wederzijds, zo betuigen Appelman, Van der Es en De Jonge als zij voor een rood scherm, met daarop de tekst „Wij sorteren voor_op de_toekomst”, uitleggen dat het gemeentebestuur volledig achter de plannen staat. ‘Meddah’ is méér dan welkom in de polder. Als de gemeenteraad van Zeewolde op 16 december instemt met de plannen, kan volgend jaar begonnen worden met de bouw van de ‘datacampus’, zoals Facebook zijn zwaar beveiligde loodsen vol servers steevast noemt.

De artist impressions van het datacentrum die achter de regionale politici worden getoond, moeten de aaibaarheid van het project vergroten. Gladde, witte loodsen, omzoomd met bomen, bloemen en waterpartijen – ook al zullen die straks meer stroom consumeren dan de complete provincie Flevoland bij elkaar.

De komende weken is het aan de 19 volksvertegenwoordigers van het dorp van 23.000 inwoners om te beslissen over de mega-investering van het op zes na grootste bedrijf ter wereld, met een beurswaarde van bijna 1.000 miljard dollar. Dat uitgerekend enkele lokale deeltijdpolitici knopen moeten doorhakken over een miljardeninvestering met landelijke implicaties voor het stroomgebruik en hoogspanningsnet, is het gevolg van de decentralisatie van de ruimtelijke ordening naar het laagste bestuurlijke niveau: dat van de gemeenten.

Toenmalig VVD-minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) benadrukte vorig jaar nog dat hij „niet over de komst van datacentra” ging. Zijn opvolger Stef Blok zit ook op die lijn. Hij zei begin november dat de landelijke politiek niet de regie moest voeren over de locaties waar datacentra belanden.

Regie vanuit ministerie

Maar die regie is er wel degelijk. Uitgerekend de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) – onderdeel van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat van Wiebes en Blok – speelde een sleutelrol bij de komst van het megadatacentrum in Zeewolde. En ook bij die van Google en Microsoft in de Eemshaven en de Wieringermeer, de andere hyperscalers in Nederland.

In het najaar van 2017 meldde Facebook zich voor het eerst op het kantoor van de NFIA in San Francisco, vertelt Marco Smit, directeur van Horizon, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Flevoland, die nauw betrokken is bij het project. De belangstelling was toen nog niet erg concreet.

Anderhalf jaar later, in maart 2019, was dat anders. Facebook maakte de bouw van een datacentrum in het Deense Odense bekend en wilde in Nederland snel doorgroeien, liet het bedrijf de NFIA weten. Die ging op zoek naar een locatie en kwam al snel uit in Flevoland, waar de grootste kavels van het land liggen. In mei en augustus van dat jaar bezochten vertegenwoordigers uit de VS de polder.

„Even leek het nog mis te gaan, omdat er zo snel geen zeer grote kavel beschikbaar was”, zegt Smit. Maar na bemiddeling door het door Facebook ingehuurde ingenieursbureau Arcadis ging het vanaf oktober 2019 in sneltreinvaart. Als vier agrariërs plaats zouden maken, pal naast het bestaande industrieterrein Trekkersveld, lag er opeens een lap van zo’n 200 hectare leeg.

Lees ook: Datacentra Zeewolde vragen twee keer zoveel stroom als Amsterdam

Facebook huurde vervolgens het Amsterdamse advocatenkantoor Allen & Overy in, en pas in het najaar van 2019 meldde een advocaat zich bij de wethouder Egge Jan de Jonge van Zeewolde. Die was al snel enthousiast. Op 4 februari 2020 liet Facebook Polder Networks BV oprichten – het vehikel waarachter het bedrijf zich anderhalf jaar zou verstoppen voor burgers en lokale volksvertegenwoordigers.

De overheden hielden al die tijd de kaken op elkaar. Intern werd steevast over „project Tulip” gesproken. Weer vier maanden later maakte De Jonge de komst van „het grootste datacentrum van Nederland” naar Zeewolde bekend. „We gaan vanuit het niets Champions League spelen”, zei hij bij die gelegenheid.

Het hele project is een schoolvoorbeeld van hoe de NFIA en Horizon de komst van een multinational naar Nederland hebben begeleid, zegt Smit. „Het is in nauwe samenwerking met de NFIA, met de provincie en alle overheden tot stand gekomen. We hebben als een geoliede machine gewerkt.” Maar, voegt hij toe, op 16 december „is uiteraard de keuze aan de gemeenteraad: daar moeten we nu op wachten”.

Kan Zeewolde nog nee zeggen na zoveel landelijke inmenging? Dat kan, vindt de ontwikkelingsmaatschappij: „Er zit geen sturing vanuit Den Haag achter.” „Maar er is wél landelijke regie”, vult een provinciewoordvoerder aan. „Alleen geen sturend beleid.”

Gigantische loodsen

Dorpsbewoner Sipke Veenstra rijdt de verslaggevers in stevig tempo langs het toekomstige industrieterrein Trekkersveld IV. Daar moeten de vijf gigantische loodsen van Facebook verrijzen. Hij wijst met zijn arm naar de kale akkers. „De hallen worden 20 meter hoog, 70 meter breed en 400 meter lang. Met geluidsschermen van 25 meter eromheen. En er komen nog allerlei gebouwen tussen. Dat is de realiteit.” De loodsen zullen ver boven de groene Knardijk uitsteken.

Als infra-aannemer bouwde Veenstra Trekkersveld I en II. Een aannemersbedrijf beginnen was in de jaren tachtig, toen in Zeewolde de eerste woningen werden gebouwd, niet eenvoudig, vertelt hij. De eis was dat je zeker drie mensen per duizend vierkante meter te werk moest stellen voor je land mocht kopen. Het stoort hem mateloos dat Facebook niet aan die eis hoeft te voldoen. „Ik ben niet tegen datacentra, maar het moet wel passen. Nu wordt de grootste partij enorm voorgetrokken,” zegt hij. „Een datacentrum heeft bijna geen personeel. Op het terrein is wel ruimte voor 3.500 mensen.”

Wat hem ook stoort, is de grondprijs die Facebook betaalt. Die is marktconform, stelt de gemeente.

Thuis in zijn werkkamer, tussen de historische foto’s van Zeewolde, haalt Veenstra zijn berekeningen uit een map vol gemeentelijke stukken. Hij is het gewend om de boekhouding van een grote bouwklus door te vlooien.

„Facebook betaalt straks 70 euro per vierkante meter bouwgrond, terwijl mkb-bedrijven die zich daarnaast willen vestigen 125 euro betalen”, zegt hij. „Bovendien wil de gemeente allerlei zaken van Facebook voor haar rekening nemen die ze niet voor gewone bedrijven betalen, zoals de wegen en de waterberging. Daardoor pakt de deal slecht uit voor Zeewolde.”

De berekeningen zitten verstopt in de plannen en zijn te ingewikkeld voor veel gemeenteraadsleden, meent hij.

En dan zijn er nog de verhalen over restwarmte. Op Ons Zeewolde, de kritische website die hij beheert, schrijft Veenstra er vaak over, samen met actiecomité Datatruc. De gemeente zegt wel dat de restwarmte uit het datacentrum gebruikt gaat worden, maar hoe dan? „Het slaat nergens op. Er is hier niet eens een woonwijk om de warmte af te nemen. En de lucht die uit het datacentrum komt, is lauw.”

Het is één groot pr-verhaal, vindt Veenstra. Datacentra, en vooral de hyperscales, leggen een groot beslag op de landelijke stroomvoorziening. Volgens een ‘routekaart’ van het ministerie van Binnenlandse Zaken gaan alle datacentra in Nederland in 2030 samen 14 terawattuur per jaar verbruiken – bijna 12 procent van het huidige nationale stroomverbruik. Tegelijkertijd haalt Nederland z’n doelstellingen voor opwekken van groene stroom bij lange na niet. Hergebruik van de warmte van de servers, die nu in de lucht vervliegt, is een manier om de balans enigszins recht te trekken.

Enige bezwaar, zegt Veenstra: „Dat is technisch heel moeilijk en razend duur.” Mede daarom zijn in de Wieringermeerpolder de restwarmteplannen voor de twee hyperscales van Google en Microsoft geschrapt.

Lees ook: Gebroken beloftes: hoe de Wieringermeerpolder dichtslibde met windturbines en datacentra

In het zaaltje van grand café The Lux proberen de drie politici de vragen over restwarmte te beantwoorden. Er is nog erg veel onduidelijk, geven ze toe. Zo ligt er nog geen warmtenet in de grond bij het Trekkersveld en is ook nog niet duidelijk welke huizen de warmte moeten afnemen. Maar wethouder De Jong is optimistisch. In Odense worden al huizen verwarmd met restwarmte van Facebook, zegt hij. Laatst is nog een delegatie uit Zeewolde daar in Denemarken gaan kijken.

Facebook is zelf niet aanwezig in The Lux om vragen te beantwoorden. Een woordvoerder mailt desgevraagd dat het bedrijf „blijft samenwerken met de gemeente om de mogelijkheid te onderzoeken”.

In werkelijkheid kan de gemeenteraad straks helemaal niet voor of tegen de plannen rond restwarmte stemmen. Die zijn op zijn vroegst over vijf jaar klaar. De komende weken gaat het alleen om het wijzigen van het bestemmingsplan dat de komst van het datacentrum mogelijk maakt.

Beslissing uitstellen

Gemeenteraadslid Erik van de Beld van de ChristenUnie wil helemaal niet over het datacentrum stemmen. „Ik zit naast mijn gewone baan hier in de gemeenteraad”, zegt hij aan de telefoon. „Hoe kan ik nou in die tien uur in de week die hiervoor staat over zo’n enorm project oordelen?”

Van de Beld vindt dat de beslissing op zijn minst over de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar heen moet worden getild. „Bij de vorige verkiezingen, in 2018, wist niemand dat Facebook hierheen wilde komen. Natuur, woningbouw, lampjes op de bruggen – daar ging het over in Zeewolde. Als de gemeenteraad echt over de komst van Facebook moet beslissen, laat dat dan op zijn minst een verkiezingsthema zijn.” Hij gaat tegenstemmen.

Ook Statenlid Gert-Jan Ransijn van JA21, met vijf zetels de grootste oppositiepartij in Provinciale Staten van Flevoland, vindt dat Zeewolde geen partij is voor Facebook. Aan de telefoon: „Voordat Facebook aankondigt dat ze ergens een datacenter gaan bouwen, hebben ze alles al gewikt en gewogen. Ze zijn echt 27 stappen verder dan de lokale politiek hier. Die vinden het vooral reuze sexy en slikken alle mooie beloften voor zoete koek.”

De landelijke overheid heeft bovendien grote plannen voor Flevoland, zegt Ransijn. Volgens De Telegraaf zou aan de formatietafel geopperd zijn ‘stikstofboeren’ die aan de rand van natuurgebieden wonen naar Flevoland te laten verhuizen. Verder moeten er tienduizenden woningen worden gebouwd. En op de akkers bij Zeewolde verrijst ook nog één van grootste windparken van Nederland.

Al met al, vindt Ransijn, moet de provincie ingrijpen. „Ik ben niet tegen datacentra, maar wel tegen onzorgvuldig bestuur. Allerlei andere overheden hebben plannen met Flevoland. Het past hier al nauwelijks. Het is niet logisch dat zo’n kleine gemeente als Zeewolde alle grond en elektriciteit voor een habbekrats aan Facebook geeft.”