Talkshowhost Eva Jinek. „Ik ben me elke dag bewust van de impact die mijn programma heeft. Elke dag.”

Foto Sebiha Oztas

Interview

Eva Jinek gebruikt haar bekende gezicht om andere vrouwen te laten zien

Presentator Voor haar eerste boek interviewde Eva Jinek succesvolle vrouwen en schreef een portret van haar moeder. „Je hebt een enorme, enorme voorsprong als het thuis op orde is.”

Eva Jinek (43) zwaait en roept mijn naam vanaf de overkant van het zebrapad. Zwarte jas, hoogblond haar, zwarte zonnebril. „Ik ben er.” Beethovenstraat, Amsterdam, elf uur ’s ochtends. De koffiebar is dicht. Ze pakt mijn arm, kom mee, op naar de volgende tent. Ja, natuurlijk kent ze het hier, ze wijst waar haar huis ongeveer is. Hè, ze woont toch in Abcoude? „Nee joh.” Ik las over een halfvrijstaande villa, een „droomhuis van bijna anderhalf miljoen” voor haar, man Dex en zoontje Pax van drie. „Daar gá ik wonen. Nu is het nog een bouwput.” Roddelsites zetten de makelaars-impressie van het huis in aanbouw online, zegt ze. „Je dacht zeker ook dat het mijn inrichting was?” Zwart en grijs, beton en gietijzer. Harde lach. „Het is precies tegenovergesteld van hoe het bij mij thuis is.”

Het vierde seizoen van haar talkshow Jinek is (bijna) afgelopen. Dertien weken lang, vijf dagen per week ruim anderhalf uur uitzending op de late avond, gemiddeld 800.000 kijkers. Zes gasten aan tafel minstens, twee „op de kruk”. Zij is de „controlfreak” die alles vooraf wil hebben gezien, gelezen en voorbereid. Het is „topsport” en een „dagproject”, voor half drie ’s nachts slaapt ze niet, en Pax is toch echt, zoals vanochtend, voor zeven uur wakker. Flesje, even keten in bed, hij naar de crèche, zij nog een uurtje slapen. En ze dacht: ik kan ook nog wel een boek schrijven? Ze grijpt met haar handen in het haar. „What was I thinking?”

In haar eerste boek, Droom groot, staan 28 interviews met 33 vrouwen, onder wie Eva’s kraamverzorgster, haar manager, haar vroegere collega-presentator, en tot slot een door Eva geschreven portret van Radana Jinek, haar moeder. Er zitten bekende en onbekende vrouwen tussen, maar allemaal zijn ze succesvol. „Ik vroeg ze tot in detail wat ze deden en dachten om te komen waar ze nu zijn.” Hun jeugd, de tegenslagen, de weerstand, de obstakels en de offers. „Allemaal hebben ze dingen overwonnen. Allemaal.” Zij ook, toch? Vier keer werd ze „carrièretechnisch” doodverklaard. Toen ze, in 2010, nog voor ze begon, werd ontslagen als presentator van Nieuwsuur, omdat ze nét een relatie kreeg met advocaat Bram Moszkowicz. Toen ze vervolgens, na een „vernederend” jaar weer als nieuwslezer, overstapte naar ‘bedrijfsomroepje’ WNL waar ze Eva Jinek op zondag presenteerde. En vervolgens, toen ze – „kil ijskonijn” met „raar accent” – een dágelijkse latenightshow kreeg bij de KRO. En de laatste keer was in 2020, toen ze met redactie en al overstapte naar de commerciële omroep RTL. Ze kreeg „bakken kritiek” en weet hoe het is om te „marineren in ongemak”. Ze sliep soms weken niet, ze verlangde ernaar te schuilen in een diepe kast, ze heeft bij de televisie willen stoppen. Maar ze deed het niet. Het geheim van succesvolle mensen, ontdekte ze, is dat ze zich nooit slachtoffer voelen, ook al is daar alle reden toe. En: hun wil is onbreekbaar.

Lees ook dit zomeravondgesprek met Eva Jinek en Sonja Barend

Waarom zijn de interviews alleen met vrouwen?

„En één intersekse. Raven van Dorst. Kijk, in mijn werk zijn mannen oververtegenwoordigd. Mannen zijn oververtegenwoordigd in de gezichtsbepalende posities in de maatschappij, dus worden ze vaker uitgenodigd in een talkshow. Er is tijdsdruk, er zitten andere gasten aan tafel, je hebt twaalf minuten om te praten. Nu kon ik zeggen: kom bij me thuis en vertel me over jouw leven. Twee, drie uur heel gericht met iemand bezig zijn, de vrijheid hebben om te meanderen, dat voelde zo anders dan in mijn dagelijkse werk, dat het vanzelf meer gesprekken met vrouwen opleverde.”

Met je moeder maakte je geen interview.

„Dat wilde ze niet en mijn moeder laat zich niet dwingen. Mijn ouders en mijn broer zijn altijd buiten de publiciteit gebleven. Zij zeggen: ‘jij wilt dit leven, wij niet.’ Ik heb haar overgehaald om wel met mij op de foto te gaan.”

Haar „moedertje” was achttien tijdens de Praagse lente in 1968. Net klaar met het gymnasium, net verliefd op Pavel Jinek, een vijf jaar oudere economiestudent. De lente duurde acht maanden, en toen de Russische tanks hun stad inreden, vluchtten ze naar Nederland met 43 Amerikaanse dollars en zonder winterjas, want ze dachten snel weer thuis te zijn. Ze waren „arm, verweesd en eenzaam”, maar bouwden op dat „verdrietige niets” samen een „rijk en avontuurlijk” leven. Tegen de tijd dat Eva werd geboren, in Oklahoma waar haar vader een baan kreeg, hadden zij hun leven op orde en gaven hun dochter een „gouden lepeltje in de mond” en onbegrensde mogelijkheden. Eva was elf toen ze met haar naar Den Haag verhuisden.

Het geheim van succesvolle mensen, ontdekte ze, is dat ze zich nooit slachtoffer voelen. En hun wil is onbreekbaar

Liefdevolle ouders lijkt ook een geheim van succes.

„Mijn ervaring, door dit boek, maar ook in het algemeen: je hebt een enorme, enorme voorsprong als het thuis op orde is. Dat maakt me ook weemoedig, omdat het iets is waar je zelf niks aan kunt doen.”

Je sprak Carry Knoops-Hamburger, die vroedvrouw was, violist, en toen advocaat. Haar moeder overleefde een concentratiekamp. Dat lijkt me niet echt een makkelijke jeugd.

„Maar ze werd wel gezien door haar moeder, ook al had die een mega-trauma overleefd. Carry wilde als 22-jarige per se in haar eentje zonder geld zien te ‘overleven’ in Londen, waar ze niemand kende. Haar moeder zei: ‘Ik breng jou. Maar weet: als het niet lukt, ik ben er voor je’. Dat bedoel ik met gedragen worden. Dan durf je veel meer.”

Op televisie zeg je soms dat de Amerikaan in jou dit of dat wil weten. Soms noem je jezelf Tsjechische boerin. Wat ben je?

„Mijn Europese deel is overheersend. Mijn diepgewortelde ‘ik’ is de pragmatische Tsjech die wil weten: gast, wat is je plan, hoe lossen we dit op?”

En de bewondering voor succesvolle mensen, is dat je Amerikaanse ik?

„Nee, nee, dat eindeloos bewonderen heb ik echt van mijn ouders. Als ik met mijn moeder in de supermarkt ben en er zit een jongen van zestien achter de kassa met mooi haar, dan zal mijn moeder zeggen: ‘Kind, wat heb je mooi haar’ en het nog proberen aan te raken ook. Als jij nu iets aardigs zou zeggen over een collega, dan zou ik dat onthouden en als ik die collega een keer tegenkom, zal ik vertellen wat jij voor aardigs over hem zei. Ik ervaar genot als ik dat mag doorgeven. Tegelijkertijd is mijn moeder totaal niet onder de indruk van maatschappelijke positie, afkomst, roem, achternaam of dure tas. Zij en mijn vader zijn wars van de mening van ‘men’, ze verzetten zich tegen elke vorm van geloof en welke massabeweging ook. Dat ik lid werd van een studentenvereniging vonden ze een gotspe. Zij waren gevlucht voor de dwang van een groep, en hun kind liet zich ontgroenen om bij een groep te horen?”

Quintus in Leiden is toch wat minder heftig dan het studentencorps?

„Nou, ik heb twee weken algemene ontgroening gehad en drie weken dispuutsontgroening, dus ik zal niet zeggen dat het meeviel. Moeilijk voor mijn ouders, maar in mijn leven een enorme verrijking. De vriendinnen die ik nu heb, heb ik van toen. Maar wat er door mijn ouders is ingeramd: ik zal nooit star struck zijn als er een minister of een premier bij me aan tafel zit, en ook niet als ik Lady Gaga vijf minuten mag interviewen.”

Eva Jinek: „Elke avond als ik begin, weet ik dat ik fouten zal maken.”

Foto Sebiha Oztas

Een van je redacteuren noemde je een controlfreak. Is dat een compliment of een belediging?

„Ik ben van de details, van discipline. Beter dat ik zo ben. Ik ben een teamplayer, mijn redactie, de samenstellers, iedereen is ambassadeur van hoe ik in het leven sta. We maken de uitzending samen, maar het allerlaatste stukje van het traject is eenzaam. De redacteuren begeleiden de gasten de studio in – ‘ga lekker zitten, wil je wat drinken’ – en dan zie ik ze weggaan en moet ik het alleen doen. Ik heb geleerd dat ik altijd op mezelf moet kunnen vertrouwen. Niemand kan me redden, ik moet het zelf doen.”

Angstaanjagend…

„Nee, emanciperend. Elke avond als ik begin, weet ik dat ik fouten zal maken. Voor iemand die graag de controle heeft, is dat een moeilijk gegeven. In een parallel universum denk je de talkshow uit en iedereen zegt grappige, gevatte dingen.” Alsof ze dirigent is van een orkest: „Daar is emotie, die doet een stellige uitspraak en ik zeg alleen slimme dingen terug. Maar zo gaat het nooit. Alle fouten zijn mijn fouten. Dat accepteren is nuttig voor een mens. ”

Wat bedoel je met ‘mijn redactie staat hetzelfde in het leven als ik’?

„Dat je netjes bent, beleefd, dat je fatsoenlijk met mensen omgaat. Ik kan op tv direct zijn, of expliciet, of hard, maar altijd fair. Anders voelt het vies. Ik denk altijd: mijn ouders kijken ook mee.”

Kijken ze altijd?

„Altijd. Die arme mensen. Als het seizoen klaar is, kunnen ze eindelijk op tijd naar bed.” Ze lacht luid. „Mijn ervaring is dat alle ouders kijken van al mijn gasten, maakt niet uit hoe oud ze zijn.”

Op televisie komen is een gebeurtenis?

„Natuurlijk. Ik stap elke avond in een achtbaan. ‘Daar gaan we jongens’. Ik heb nog nooit niet gedacht: OMG, dit kan de laatste keer zijn.”

Waarom doe je het?

„Het is exciting.” Ze masseert haar kruin. „Ken je dat gevoel dat je hoofdhuid prikt? Dát.”

Er schuiven nogal eens politici aan van kleine, rechtse partijen. Joost Eerdmans van JA21, Caroline van der Plas van de Boeren Burger Beweging, Wybren van Haga van Belang van Nederland. Geef je niet te veel ruimte aan mensen met weinig zetels die onrust zaaien?

„Daar denk ik elke dag over na.”

En wat denk je dan?

„Dat ik daar prudent mee omga.”

Ja?

„Luister. Aan elke gast die we uitnodigen, gaat een journalistiek proces vooraf. Welk geluid is dit, wie vertegenwoordigt hij of zij, hoe groot is hun achterban? Daar is nog nooit lichtzinnig over gedacht, nog nooit. Ik ben me elke dag bewust van de impact die mijn programma heeft. Elke dag.”

Wat er door mijn ouders is ingeramd: ik zal nooit star struck zijn als er een minister of premier bij me aan tafel zit

Laatst zat Van Haga er weer omdat hij aangifte wilde doen tegen de staat, de coronabeperkingen zouden discriminerend zijn. Advocaat Geert-Jan Knoops legde bij jou aan tafel in één minuut uit waarom die aangifte kansloos was. Als je dat al weet, moet je Van Haga dan nog wel uitnodigen?

„Van Haga’s petitie was door 250.000 mensen ondertekend, maar ik ga hier nu niet uit-exerceren hoe elke gast aan tafel komt. Ik maak een journalistiek kwaliteitsprogramma waarin je wordt bijgepraat over het gesprek van de dag. Daar horen allerlei gasten bij met hun eigen sentiment, mening en aanhang. Daarom kijken er zoveel mensen, daarom heeft het impact. En natuurlijk zit ik daar niet als een quasi-objectieve robot, ik zit daar als Eva Jinek, maar niet om je te vertellen: deze gasten vertegenwoordigen mijn wereldbeeld.”

Boven de recensie in NRC na de uitzending met Van Haga stond: ‘Bij Jinek is het spektakel zo leeg als een prikstraat in Urk.’ Trek jij je kritiek aan?

„Ik zal nooit laatdunkend doen over een recensie. Maar ik doe dit werk lang genoeg om te weten dat het de mening is van één persoon op dat moment.”

Is het lastig dat niet alleen je werk, maar ook jijzelf zo in de schijnwerpers staat?

„Je liep net met me over straat, er gebeurde niks. Ik heb geen last van mijn werk, ik ben me bewust van de voordelen. Ik bel mensen, vraag of ze meedoen aan mijn boek, en ze zeggen ja. Dat zou niet gebeuren als ik dit werk niet deed.

Ben je een merk?

„Ook. Tuurlijk. Daarom staat er een foto van mij op de voorkant. Via mijn gezicht kan ik ándere mensen laten zien. Ik gebruik mijn bekendheid om hun verhalen te vertellen. Dat doe ik natuurlijk elke dag, maar in dit boek doe ik het in maximale vorm. Kijk, net als iedereen denk ik soms: wat doe ik nou eigenlijk? Wat is mijn bijdrage aan de maatschappij? Een talkshow heeft impact, maar is vluchtig. Het idee voor dit boek ontstond toen ik achtenhalve maand zwanger was. Het was een lang proces, het meest persoonlijke dat ik ooit heb gedaan. In elk hoofdstuk, in elk interview zit ik. Ik heb veel over mezelf ontdekt. Ik ben op aarde om andermans verhaal aan de man te brengen. En nu heb ik ook nog eens de naamsbekendheid om dat te doen. Zo voelt dat.”

Je vraagt iedereen in je boek naar hun ouders, maar ook hoe ze het zelf als ouder doen. Is het moederschap ook een rode draad?

„Ik voel in mezelf de worsteling. Ik probeer mijn vader én mijn moeder te zijn. Mijn moeder, die overdag thuis was bij mijn broer en mij, en werkte als we in bed lagen. Mijn vader, met een carrière bij de bank en steeds op avontuurlijke zakenreis. Mijn rationele deel denkt: ik ben financieel onafhankelijk, ik heb intellectueel uitdagend werk en dat is belangrijk om mijn kind mee te geven. Maar tegelijk… Pax kan nu zo goed praten, en als hij dan vraagt: ‘mama, wanneer is het weer weekend, want dan ben je thuis?’ Niks rationeels kan dát gevoel overschrijven.”