Opinie

Essentieel

Marcel van Roosmalen

De spanning over het al dan niet sluiten van de scholen liet zich voelen voor het schoolplein waar ouders met elkaar hun gedachten probeerden te ordenen. Er waren op onze school al een paar keer klassen naar huis gestuurd vanwege een besmettingsgeval, maar een totale sluiting was ons nog bespaard gebleven.

„Het lijkt mij een taak voor de opa’s en oma’s”, zei een man die zijn kinderen inderdaad vaak liet ophalen door zijn vader omdat hij er na zijn scheiding sommige dagen alleen voor staat.

Ik stond een beetje achteraan bij het spontane kringgesprek en drong me er even tussen.

„Niet iedereen heeft een opa en oma”, zei ik.

Een moeder, die een dochter bij Lucie van Roosmalen (6) in de klas heeft: „Ze heb wel een oma, dat weet ik.”

Er waren ook andere problemen.

Sinterklaas mocht het schoolgebouw niet in.

„Bij ons komt hij gewoon”, kondigde dezelfde moeder aan. „Zonder mondkap. En hij hoeft ook niet te testen, want wij kennen hem. Ik ga bezoek niet om een QR-test vragen. Zijn ze helemaal bezopen?”

Een vader, duidelijk behept met een afkeer van alles wat met coronaregels te maken heeft, ik had hem in de paar winkels die we hebben nog nooit met een mondkap gezien, zei met enige regelmaat: „Gommers zeker weer…”

Diederik Gommers was de man bij wie hij al zijn ongenoegens kwijt kon, alsof hij telkens een nieuwe stapel vuile was voor de wasmachine legde. Hoewel het mij natuurlijk ook aanging, voelde ik toch dat dit kringgesprek niet voor mij bedoeld was. Waarom stond ik hier eigenlijk zo halfslachtig bij?

„Nou, nou, wat een ellende weer”, vatte een andere moeder alles samen. „Ik zeg maar zo: het wordt vanzelf weer zomer. Het gaat ook weer voorbij.”

„En de kinderopvang?”, riep er een. „Of krijgen we dan weer het gezeik dat je zogenaamd essentieel moet zijn. Ik vind iedereen even essentieel.”

Die breed gedragen opvatting had bij de vorige lockdown voor problemen gezorgd. Omdat iedereen in ons dorp een essentieel beroep heeft, of op andere wijze onmisbaar is, waren er te veel kinderen, waardoor het besmettingsgevaar zich van de school naar de opvang dreigde te verplaatsen.

Ik wist inmiddels dat werk in de media hier nul indruk maakt, dat komt in de fictieve rangorde net onder seizoensarbeid. De laatste keer dat ik die discussie aanging werd ik meteen kaltgestellt door een vader die beter kon schreeuwen dan ik.

„Als er een boom in de sloot ligt, kan ik er niet langs met mijn boot. Iemand moet die boom eruit komen halen. Ik heb dat liever dan een krant. Ik denk dat iedereen dat vindt.”

Ik wrong me met bakfiets en al uit de kring en zei: „Eerst maar eens afwachten wat het OMT adviseert…”

Niemand reageerde.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.