Recensie

Recensie Beeldende kunst

Waar het Chinese porselein het Delfts blauw ontmoette

Chinees porselein door de eeuwen heen Lang was het chic om Chinees porselein te hebben met afbeeldingen waar je niets van begreep. In Delft en Den Haag worden de geschiedenissen van die versieringen en het porselein zelf uit de doeken gedaan.

Te zien op de tentoonstelling ‘Jingdezhen 1000 jaar porselein’.
Te zien op de tentoonstelling ‘Jingdezhen 1000 jaar porselein’. Foto Ivo Hoekstra

Vanaf de zeventiende eeuw kwam het Chinees porselein met scheepsladingen vol naar Europa om in welvarende huishoudens de porseleinkast te vullen. Wat al die afbeeldingen die erop stonden betekenden was niet belangrijk, oosterse waar was chic. In de twintigste eeuw werden de porseleinkasten weer leeggehaald, de liefde was bekoeld, maar niet bij iedereen. Via de handel en de veilinghuizen belandden de betere stukken in de collecties van liefhebbers en musea.

Uit verschillende verzamelingen heeft Museum Prinsenhof in Delft nu een tentoonstelling ingericht met porselein uit een van de voornaamste en oudste fabricagecentra van China: de stad Jingdezhen in de provincie Jianxi. Al duizend jaar wordt daar in de ateliers en fabrieken porselein gemaakt. In het begin voor het keizerlijk hof, al konden ook minder voorname klanten er terecht. Ook onder het regime van Mao, dat weinig ophad met de oude keizerlijke cultuur, ging er porselein uit Jingdezhen naar Beijing. Het was bekend om zijn eierschaalporselein, dun, licht materiaal dat zeer geschikt was voor luxe artikelen.

Tijdens politieke onrust halverwege de zeventiende eeuw stokte de aanvoer naar Europa. Om in de vraag te voorzien ging men in Delft de vormen en beschildering van het Chinese porselein in aardewerk namaken, waardoor het Delfts blauw ontstond. De tentoonstelling laat daarvan een kleine selectie zien, die duidelijk maakt waarom dat aardewerk als namaakporselein wist te overtuigen. Hoewel duidelijk grover dan porselein bleef het geliefd, ook toen de import uit China weer op gang kwam.

Een grote, van binnen en buiten beschilderde achttiende-eeuwse vissenkom uit het Haagse Kunstmuseum is met alle opeenvolgende fases van de porseleinfabricage beschilderd en laat zien hoe arbeidsintensief die destijds was – een weelderige, grote schaal uit dezelfde periode toont de verbluffende vaardigheid van de anonieme schilders.

Hedendaags

Ten slotte toont het museum ook iets van de hedendaagse productie in Jingdezhen. Helemaal aan het eind van de tentoonstelling is er een speelse installatie van Ni Haifeng met allerlei hedendaagse voorwerpen, vermomd als zeventiende-eeuws porselein – of als Delfts aardewerk?

Te zien op de tentoonstelling ‘Jingdezhen 1000 jaar porselein’. Foto Ivo Hoekstra

Tegelijk met de tentoonstelling in Museum Prinsenhof toont het Chinese Cultural Center in Den Haag onder de titel Stories on Chinese Porcelain porselein uit particuliere verzamelingen, vooral uit die van de samensteller Fei Yuliang, aangevuld met andere collecties van Chinese verzamelaars in Europa. De tentoonstelling heeft een duidelijk thema: de oude verhalen en mythen die op het porselein zijn uitgebeeld.

Tot voor kort was het in Europa niet ongewoon verwijzingen naar verhalen uit de Bijbel en de klassieke oudheid weer te geven op gebruiksartikelen. De meeste bezitters kenden die verhalen min of meer. De beeldenrijkdom op Chinees porselein komt uit vergelijkbare bronnen: mythen en legenden, maar ook uit de klassieke Chinese literatuur.

Het is een kleine, maar prachtige tentoonstelling. Het verwonderlijke is dat de samensteller zijn collectie in Nederland heeft verzameld. Het was dus niet alleen routineuze massaproductie die destijds naar Europa werd verscheept.

Onsterfelijken

Het gaat in deze tentoonstelling om de verhalen en dus ook om de anonieme schilders die deze verhalen tot leven brachten. Vaak worden de populaire acht onsterfelijken en hun wederwaardigheden afgebeeld, maar ook De droom van de rode kamer van de achttiende-eeuwse auteur Cao Xueqin is er.

De oudere Chinese porseleinschilderkunst lijkt niet op de Europese schilderkunst. Hoewel het perspectief niet altijd volgens de regels is en soms middeleeuws aandoet, zijn de vroege porseleinschilderingen toch ook weer niet plat.

De meeste schilders zijn ook goede tekenaars en weten met een paar trefzekere lijnen toch diepte en plasticiteit te suggereren. Wanneer er alleen maar blauw wordt gebruikt, en dat geldt voor een groot deel van het geïmporteerde porselein, werkt men met klare lijnen en in vlakken, schaduw wordt gewoonlijk weggelaten. De afgebeelde figuren staan er in hun geheel op en lijken in de ruimtes waarin ze zich bevinden te zweven. Zo ontstaat er afstand tot de kijker, maar daarmee ook een aangename lichtheid, die de charme van de porseleinschilderkunst uitmaakt.