Dwight van van de Vijver is vermoedelijk de geduldigste man van Nederland

Zap Reportageserie Welkom in Containerdorp (EO) laat zien hoe verslaafden en overlastveroorzakers proberen zich staande te houden. Presentator Dwight van van de Vijver moet zich zichtbaar inhouden om geen hulpverlener te worden.

Bewoner Richard (links) en Dwight van van de Vijver in Welkom in Containerdorp.
Bewoner Richard (links) en Dwight van van de Vijver in Welkom in Containerdorp. Beeld EO

De glazen pui van het oude schoolgebouw was breed genoeg om de fenomenale tuin (op het zuiden!) in volle glorie te kunnen bewonderen. De plafonds reikten tot de hemel, de inbouwkeuken was smetteloos. Dit was de enige woonkamer ter wereld waar een tafelvoetbalspel niet in de weg stond. Maar we keken naar VTWonen weer verliefd op je huis op SBS6, dus deze overdaad aan licht en ruimte moest een interieurcrisis zijn. „Ik ben een tropical brutalist”, verklaarde de man plechtig. Hij wilde een betonnen vloer met grote planten. Dat klonk als wat voor de pandemie een ‘kantoor’ werd genoemd.

De vrouw zocht het in het Japanse: klein, subtiel en misschien ook wel een beetje zacht. Voordat dit alles in het onvermijdelijke moodboard was neergedaald, vluchtte ik woensdag naar een plaats waar het niet draait om doorgesponsorde verbouwingsverlangens. Ik wilde in de reportageserie Welkom in Containerdorp (EO) zien hoe het met Richard was. Deze even onbehouwen als tragische man lijkt op het fameuze typetje Dirk van Wim de Bie, maar dan zo expressief dat Dirk erbij verbleekt tot een schuwe registeraccountant.

Richard leeft van „drank, drugs en de kerk” legde presentator Dwight van van de Vijver vorige week uit. Ze zouden samen ter kerke aan. Richard kwam met sigaarstomp in zijn mond naar buiten. Bij wijze van mondkapje had hij een damesslip in zijn huis gevonden, waarna hij luidruchtig koers zette naar het huis van God. Daar voor de deur sprak hij schijnbaar willekeurige gelovigen aan („Ik ken jou!”), waarna Van van de Vijver – vermoedelijk de geduldigste man van Nederland – excuserend zei dat Richard „best intens” was. Tranen met tuiten, natuurlijk, tijdens het gezang. „Ik was helemaal gevoelig. Daar doe je niks aan”, verklaarde Richard later.

Niet boos, maar kwaad

Ook helemaal gevoelig, maar anders gevoelig, was Richard een paar dagen later. Hij had een brommer in de fik gestoken, hij had zijn eigen glazen ingegooid en die van zijn buurman ook. Was dat een probleem? „Ze zijn toch verzekerd?” Van van de Vijver vergezelde Richard naar de gemeente, naar de mensen die mogen beslissen over zijn toekomst. Bij elke opmerking over wat hij had aangericht, werd Richard bozer, tot hij uitriep: „Ik ben het slachtoffer, jullie niet!” Hij stormde de kamer uit met Van van de Vijver, die zich zichtbaar moest inhouden om geen hulpverlener te worden, in zijn kielzog. „Ik ben niet boos. Ik ben gewoon kwaad”, schreeuwde Richard machteloos. „Ik weet ook niet waarom.”

Daar was de aflevering van vorige week geëindigd. Deze week zagen we hoe de hulpverleners, onder wie een agent, achter Richard waren aangelopen om het gesprek dan maar buiten voort te zetten. Dat ging redelijk. „Wij zijn ook steeds grenzen aan het verleggen”, zeiden ze tegen Van van de Vijver. Immers, je kunt Richard wel uit het containerdorp gooien, maar dan gaat hij op straat voor overlast zorgen. Het was zo’n gesprek waarbij je er weer even aan herinnerd wordt met hoeveel zorg en creativiteit de Nederlandse overheid ook onmogelijke mensen probeert te omringen.

Dat geldt voor het hele containerdorp. De serie van Van van de Vijver laat zien hoe deze asocialen (in de meest letterlijke betekenis van het woord) proberen zich staande te houden. Ondanks hun verslavingen, hun volgestouwde huizen, hun herinneringen aan een gestorven kind of aan hun eigen jeugd als kindsoldaat. Waar de drankverslaafde vrouw die onophoudelijk haar minnaar de huid vol scheldt, op een middag met hem op de scootmobiel naar het kanaal rijdt om naar de bootjes te kijken, zoals ze dat duizend levens geleden in Suriname met haar vader deed. Van een afstandje steekt Richard zijn hand op. Hij gaat op in de muziek op zijn koptelefoon; een tropische brutalist in een Feyenoordjekkie.