Recensie

Recensie Boeken

De liefde kwijtgeraakt? Ga dan naar de vijgenboom

Elif Shafak Een belangrijk personage in de dramatische roman van deze Brits-Turkse schrijfster is de sprekende vijgenboom, een getuige van bijna alles.

Foto Getty Images/500px

Als je je moedeloos voelt, zoek dan een Italiaanse cipres, als je gekwetst bent een suikerahorn, als je over de toekomst wilt dromen, ga dan bij een magnolia zitten, als je inspiratie zoekt bij een mimosa. Maar als je de liefde zoekt, of de liefde bent kwijtgeraakt, ga dan naar de vijg.

In de nieuwe roman van de Brits-Turkse schrijfster Elif Shafak, Het eiland van de verdwenen bomen, is de vijgenboom één van de belangrijkste personages. Hij wordt toegezongen, vol gehangen met lichtjes, hij wordt meegenomen in een koffer, hij wordt begraven, frequent bezocht, er wordt boven hem gehuild, hij wordt toegesproken en weer opgegraven. Hij is de belangrijkste getuige van dramatische gebeurtenissen op Cyprus en Londen. En hij krijgt als verteller het woord, in bijna de helft van de hoofdstukken.

Op Cyprus is de vijgenboom getuige van de verboden liefde tussen de Grieks-christelijke jongen Kostas en het Turkse meisje Defne, uit een islamitische familie. Ze ontmoeten elkaar in het geheim, in een hoekje van de taveerne die gebouwd is rond een vijgenboom, doodsbang dat hun familie hun liefde ontdekt – het zou de eer van de familie besmeuren.

Bloedbad

De kleine geschiedenis wordt al snel overvleugeld door de grote. Het is 1974, in juli van dat jaar barst de strijd los tussen de Grieken en de Turken over de zeggenschap over het eiland, dat eerder een Britse kroonkolonie was. Turkse troepen vallen Cyprus binnen als reactie op de Griekse poging om het eiland bij Griekenland in te lijven. Er wordt een bloedbad onder de bevolking aangericht, duizenden mensen worden uit hun huizen verdreven, ze worden ‘vluchtelingen in hun eigen land’. Personages met wie we als lezer kennis hebben gemaakt, zoals het homopaar dat de taveerne runt, worden aangevallen, gemolesteerd, slachtoffer van etnisch geweld en verdwijnen in het niets. Kostas wordt door zijn moeder op het vliegtuig gezet naar een oom in Londen. Net als Shafak zelf, die in 2006 door Turkse aanklagers werd beschuldigd van belediging van ‘de Turkse identiteit’, zou hij daar blijven, veel langer dan voorzien.

Zoals vaker laat Shafak in een patchwork van korte hoofdstukken en perspectieven verschillende tijden door elkaar heen lopen. Dit keer krijgen we een beeld van drie generaties: degenen die het rampjaar 1974 aan den lijve hebben ondervonden, hun ouders en hun kinderen. Ada, de jongste, opgegroeid in Londen, weet bijna niets van het leven van haar (groot-)ouders, van de geschiedenis van het eiland waar haar wortels liggen. Haar moeder wilde voorkomen dat haar leven getekend zou worden door de last van het verleden en vertelde haar niets. Maar dat verleden laat zich niet muilkorven of verdonkeremanen, het uit zich, in Ada’s dromen, in haar gedrag. Pas als de zuster van haar inmiddels overleden moeder op bezoek komt in Londen, ontdekt Ada meer over haar familiegeschiedenis – en daarmee over zichzelf.

Shafak is een rationele literatuurwetenschapper en een oosterse verhalenverteller ineen. Ze begint haar boek als een vertelling uit de Levant: ‘Lang geleden lag er helemaal aan het uiterste puntje van de Middellandse Zee een eiland zo mooi en blauw dat…’ Je voelt dat het helemaal mis zal gaan met dat mooie, lieflijke eiland. En met de mensen die er wonen. Om van de natuur maar niet te spreken.

Enerzijds vertelt Shafak haar parabel met een mythische blik die over de eeuwen heen reikt. ‘Mythen bestaan om ons te vertellen wat de geschiedenis is vergeten’, lezen we meteen op de eerste bladzijde. Spiritisme en rituelen van bijgeloof, ‘de schaduwen van onbekende angsten’, geeft ze een grote plek in haar boek. Er worden djinns verjaagd en waarzeggers bezocht, zij het met een stevige dosis scepsis.

De vijgenboom, weggelopen uit het magische universum van Shafak, heeft de wijsheid in pacht – wat wil je als je als boom beschikt over een eeuwigdurende herinnering. Hij doceert over het transgenerationele geheugen van planten, over hun onderlinge solidariteit en vertelt alle legenden die er over zijn soort bestaan: wie een vijgenboom beschermt, beschermt eigenlijk iemands nagedachtenis. Bomen zijn ook nooit eenzaam, zegt de vijg, die en passant niet zonder humor beweert dat het geen appel was waarvan Adam en Eva aten in het paradijs: alleen een vijg is verleidelijk genoeg.

Lees ook dit interview met Elif Shafak: ‘Istanbul is patriarchaal, seksistisch, homofoob, net als het hele land’

Bomen kunnen ruiken

Anderzijds is Shafaks blik gekleurd door de wetenschapper die ze ook is. Ze geeft soms een geschiedenisles (over het ooit groene eiland Cyprus, over Ovidius) en grote vraagstukken van nu komen langs. Zo is Kostas een botanicus, gespecialiseerd in bomen, die ervan overtuigd is dat ze kunnen ruiken, horen, communiceren en over een geheugen beschikken. Meer dan mensen koestert hij bomen en dieren, hij bevrijdt vogels uit de netten waarin ze gevangen zitten en weet waarom vlinders zich in groten getale van het ene naar het andere continent verplaatsen. Defne, archeologe, documenteert, als lid van de Commissie voor vermiste personen, de gruweldaden uit het verleden. Hun dochter maakt zich zorgen over aardverschuivingen en stormen, tekenen van klimaatverandering.

Net als in haar eerdere romans laat Shafak een hele reeks thema’s de revue passeren, van klimaatcrisis tot de herpositionering van het niet-menselijke in onze wereld, van oorlog en herinnering tot migratie en homohaat, dit alles verweven in een intelligent in elkaar gestoken verhaal. En net als in haar eerdere boeken bevat het soms net een onsje symboliek te veel. Maar je vergeeft het haar: haar personages zijn net zo levendig als de migrerende vlinders en de wijze, sprekende vijgenboom.